id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.620 Rolnummer: A. 222315/VII-40002 Zaak: Arrest 245620 - Milieu bescherming - Reglementen - 03/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-11 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-21 21:43 Fiche Arrest nr 245.620 van 3 oktober 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieu bescherming - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 245.620 van 3 oktober 2019 in de zaak A. 222.315/VII-40.
- In zake :
- Emile DEKEYSER
- Véronique DEKEYSER
- Elisabeth DEKEYSER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Van Wesemael kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 235 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem Slosse en Stijn Brusselmans kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64, bus 201 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 31 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit d.d. 31 maart 2017 van de Vlaamse Regering waarin, in uitvoering van de conceptnota van de Vlaamse Regering over de aanpak voor het vrijwaren van het waterbergend vermogen in kader van de kortetermijnactie signaalgebieden van het groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, de goedkeuring wordt gehecht aan de vervolgstappen voor de signaalgebieden uit reeks 3, waaronder het signaalgebied ‘Zeurt’ te Schoten”. VII-40.002-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 september
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Benoit Forêt, die loco advocaat Philippe Van Wesemael verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Stijn Brusselmans, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De Vlaamse regering keurt op 29 maart 2013 de conceptnota “aanpak vrijwaren van het waterbergend vermogen in kader van de kortetermijnactie signaalgebieden van het groenboek Beleidsplan Ruimte VII-40.002-2/7 Vlaanderen” goed. Hierin worden onder meer de maatregelen voor gebieden met een harde bestemming met een hoog overstromingsrisico of essentiële infiltratiefunctie beschreven, vertrekkend van de in uitvoering van de bekkenbeheerplannen door de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (hierna : CIW) afgebakende signaalgebieden. Voor de geselecteerde signaalgebieden zou de CIW een voorstel doen aan de Vlaamse regering tot verdere aanpak, met inbegrip van een voorstel tot de eventuele initiatiefnemer hiervan. De Vlaamse regering beslist vervolgens voor elke reeks signaalgebieden over de door de CIW voorgestelde aanpak en over het initiatiefnemend bestuur, de timing en de eventuele nabestemmingsopties. 3.
- Omzendbrief LNE/2015/2 van 19 mei 2015 betreffende de richtlijnen voor de toepassing van de watertoets voor de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden en in effectief overstromingsgevoelige gebieden, die gericht is aan de vergunningverlenende overheden met een aantal te volgen richtlijnen, voorziet in een algemeen beoordelingskader. In verband met de goedkeuring van de signaalgebieden bepaalt deze omzendbrief: “Op 24 januari 2014 en op 9 mei 2014 werden de vervolgstappen voor een eerste reeks van signaalgebieden door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Op 8 mei werden de vervolgstappen voor een tweede reeks van signaalgebieden door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Dezelfde werkwijze zal gehanteerd worden voor een tweede en een derde reeks signaalgebieden. Na behandeling van deze drie reeksen signaalgebieden wordt het proces afgerond. De term ‘signaalgebied’ wordt voorbehouden voor de gebieden van reeks 1, 2 en 3 waarvoor de Vlaamse Regering een beslissing over de vervolgstappen genomen heeft, of zal nemen. De signaalgebieden zijn terug te vinden op de geoloketten van www.signaalgebieden.be, http://www.waterinfo.be/watertoets en werden ingebouwd in de webtoepassing watertoets op www.watertoets.be. Specifiek voor de signaalgebieden van reeks 3 is in eerste instantie enkel een lijst van deze gebieden beschikbaar op www.signaalgebieden.be (omdat de contour van het signaalgebied nog niet definitief afgebakend is). Na de goedkeuring van de vervolgstappen door de Vlaamse Regering zullen deze gebieden worden toegevoegd aan de geoloketten op www.signaalgebieden.be, VII-40.002-3/7 www.waterinfo.be/watertoets en worden ingebouwd in de webtoepassing watertoets op www.watertoets.be”. 3.
- Op 22 juni 2016 keurt de CIW een “Ontwerp startbeslissing” goed met de vervolgstappen voor een aantal bekkens en signaalgebieden, waaronder het signaalgebied “Zeurt” te Schoten, waartoe de percelen van de verzoekende partijen behoren. In deze startbeslissing wordt het betrokken watersysteem, de visie inzake integraal waterbeleid en de keuze van ontwikkelingsperspectief, instrument en initiatiefnemer besproken. Hieruit blijkt dat een herbestemming naar openruimtegebied wenselijk wordt geacht. Er wordt gestreefd naar een maximale vrijwaring van overstromingsgebied en de groene open ruimte, waarbij de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: RUP) wordt vermeld. Voor bestaande verkavelingen geldt in het algemeen dat het waterbergend vermogen niet mag worden aangetast, voor de bestaande bebouwing binnen het signaalgebied geldt de watertoets. 3.
- De verzoekende partijen hebben voor hun percelen een verkavelingsvergunningsaanvraag ingediend, die ook expliciet wordt vermeld in het ontwerp startbeslissing. Op 28 augustus 2012 verkrijgen zij een verkavelingsvergunning voor dertien loten, bestaande uit twaalf woningen en één distributiecabine, voor de betrokken percelen. De bevestigende beroepsbeslissing van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 22 november 2012 wordt door de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna : RvVb)vernietigd bij arrest van 6 oktober
- Bij het nemen van de nieuwe beslissing houdt de deputatie rekening met het inmiddels tussengekomen “Ontwerp startbeslissing Signaalgebied” en wordt de vergunning geweigerd wegens een negatieve watertoets. Deze weigeringsbeslissing wordt door de verzoekende partijen aangevochten bij de RvVb, die het beroep bij arrest nr. RvVb/A/1819/0330 van 27 november 2018 verwerpt. 3.
- Op 31 maart 2017 keurt de Vlaamse regering het “Ontwerp Startbeslissing Signaalgebied ‘ZEURT’" te Schoten goed. Dit is de bestreden beslissing. VII-40.002-4/7 IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt als exceptie op dat de bestreden beslissing, kort samengevat, in zoverre daarin goedkeuring wordt gehecht aan de vervolgstappen voor het signaalgebied “Zeurt” te Schoten, geen rechtsgevolgen sorteert, “laat staan rechtsgevolgen die onmiddellijk en rechtstreeks nadeel berokkenen aan de verzoekende partijen”. Met de bestreden beslissing werden enkel een aantal “ontwikkelingsperspectieven” vastgelegd.
- De verzoekende partijen stellen daar tegenover dat uit het punt 2 van de bestreden beslissing, waarin de verwerende partij de bevoegde overheid gelast het ontwikkelingsperspectief te respecteren “en de voorwaarden uit de ontwerp-startbeslissing door te vertalen bij de toepassing van de watertoets” blijkt dat er wel degelijk rechtsgevolgen werden beoogd. Louter wegens het vooropgestelde ontwikkelingsperspectief voor het signaalgebied “Zeurt” te Schoten, komen de percelen van beroepers niet meer in aanmerking voor een verkavelingsvergunning, hetgeen volgens hen een “onmiddellijk rechtsgevolg” vormt.
- In hun laatste memorie verwijzen de verzoekende partijen naar arrest nr. RvVb/A/1819/0330 van de RvVb van 27 november 2018, waarin wordt gesteld dat de strijdigheid van de verkavelingsvergunning met de startbeslissing te interpreteren is als een overtollig weigeringsmotief voor die vergunning, en dat een afdoende watertoets werd doorgevoerd. Volgens de verzoekende partijen geeft de RvVb hiermee aan dat de startbeslissing in de beoordeling van de verkavelingsvergunning kan betrokken worden, hetgeen zou impliceren dat zij wel degelijk kwalificeert als een handeling die doelbewust werd gesteld om de rechtsorde te wijzigen, en dus als een rechtshandeling. VII-40.002-5/7 Beoordeling
- Uit de bestreden beslissing kan worden afgeleid dat voor het gebied, aangeduid als signaalgebied ‘Zeurt’, een vervolgtraject werd goedgekeurd. Hierin wordt, na grondige analyse van de toestand met betrekking tot het watersysteem van het gebied, besloten dat dit gebied een middelgrote overstromingskans kent, waarbij gestreefd wordt naar een maximale vrijwaring van het overstromingsgebied en de groene open ruimte. Bij de opmaak van een RUP zal moeten worden bekeken of een beperkte invulling als woonpark mogelijk is langsheen de randen en de hoger gelegen gebieden van het gebied, voor zover dit in overeenstemming is met de randvoorwaarden gesteld vanuit het watersysteem. Bestaande verkavelingen blijven behouden en dienen te worden uitgevoerd, algemeen gesteld, met behoud van het waterbergend vermogen van het gebied. Dit laatste geldt tevens voor de reeds bestaande bebouwing, waarvoor de watertoets van kracht is. Hieruit kan worden afgeleid dat de bestemming van het gebied in essentie behouden blijft, totdat een wijzigend RUP wordt vastgesteld en goedgekeurd. Uit de gegevens van het dossier blijkt niet dat dit momenteel reeds is gebeurd. Voorts moet op basis van de gegevens in het dossier worden vastgesteld dat de verzoekende partijen op heden niet beschikken over een rechtsgeldige verkavelingsvergunning of een bebouwd perceel binnen het betrokken signaalgebied. Gelet op het ontbreken van een RUP, zoals vermeld in de bestreden beslissing, en de discretionaire beoordelingsbevoegdheid bij de uitvoering van een watertoets in het kader van een vergunningsaanvraag, besluit de Raad dat de huidige bestreden beslissing geen rechtsgevolgen heeft, zodat te dezen geen sprake is van een aanvechtbare rechtshandeling. De opmerking in de laatste memorie van de verzoekende partijen als zou uit arrest nr. RvVb/A/1819/0330 van de RvVb van 27 november 2018 volgen dat de startbeslissing in de beoordeling van de verkavelingsvergunning kan VII-40.002-6/7 betrokken worden en zij een rechtshandeling zou uitmaken die rechtsgevolgen doet ontstaan, overtuigt niet. De exceptie van de verwerende partij is gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor een derde, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, verschuldigd aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 3 oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.002-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.620 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div