id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:201
Art. 4§1 van de Wet van 14 aug 1986 en, Wat betreft de landbouwdieren, van Art.
3 van het KB van 1 maart 2000. - Het sterftepercentage van de lammeren blijft hoog.
Art. 4§1 van de Wet van 14 aug 1986 en van Art.
3 van het KB van 1 maart 2000. VII-40.549-2/8 - De klauwen van meerdere geiten zijn te lang en dienen bekapt te worden.
Art. 4§1 van de Wet van 14 aug 1986 en van Art.
3 van het KB van 1 maart 2000. - De schapen, papfleslammeren en pony’s beschikken niet over een droog, proper of comfortabel ligbed.
Art. 4§1 van de Wet van 14 aug 1986 en, Wat betreft de landbouwdieren, van Art.
3 van het KB van 1 maart 2000. - De huisvesting van de honden buiten, de cavia, een konijn en de ratten is zeer vuil. De huisvesting van de baardagamen, kooivogels en andere konijnen is onvoldoende.
Art. 4§1 van de Wet van 14 aug 1986.
- De gezondheidsproblemen bij de katten zijn niet ten gronde aangepakt, noch als groep, noch individueel. De nodige medische verzorging werd niet verschaft.
Art. 4§1 van de Wet van 14 aug 1986.
- De kattenbakken worden onvoldoende gereinigd. De katten dienen te leven in zeer onhygiënische omstandigheden.
Art. 4§1 van de Wet van 14 aug 1986.
- Er wordt niet voldaan aan de natuurlijke behoefte van de cavia m.b.t. het knaagvoorwerp en hooi; aan die van de waterschildpad m.b.t. de warmtebron en het UV licht. De ratten bevinden zich in een chronische stresstoestand door de permanente nabijheid van een predator. Dit overtredingen van Art. 4 §1 van de Wet van 14 aug 1986. - De ratten beschikken niet over drinkwater.
Art. 4§1 van de Wet van 14 aug 1986.
Meerdere overtredingen zijn recidiverend. Het niet opvolgen van eerder opgelegde maatregelen bedoeld in artikel 4, §5 is een overtreding van Art. 36, 4° van de wet van 14 aug 1986”. Er worden maatregelen opgelegd met betrekking tot de schapen, geiten en paardachtigen. Er wordt overgegaan tot de inbeslagname van 20 katten, 4 honden, 3 ratten, 1 cavia en 1 konijn. Op 18 februari 2019 wordt de beslissing tot inbeslagname van de dieren genomen lastens verzoekster en wordt zij uitgenodigd om te worden gehoord. 3.
- De inspectie Dierenwelzijn beslist op 19 maart 2019 om 18 van de 20 in beslag genomen katten, 4 honden, 3 ratten, 1 cavia en 1 konijn definitief in volle eigendom te geven aan een dierenasiel dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing die wordt gemotiveerd: VII-40.549-3/8 “Gelet op het feit dat betrokkenen afstand deden van de 4 honden, de 3 ratten, de cavia en het konijn (dd. 25/2/2019) Gelet op de zeer vuile huisvesting waarin deze aangetroffen werden, waardoor niet voldaan werd aan fysiologische en ethologische behoeften van deze dieren. Gelet op het feit dat één hond in een slechte voedingstoestand verkeerde en niet de nodige zorgen toegediend kreeg. Gelet op het feit dat 3 van de 4 honden lange nagels hadden, wat erop wijst dat zij onvoldoende rondwandelenden op een harde ondergrond om de nagels te laten afslijten Gelet op het feit dat betrokkenen afstand deden van 7 van hun katten (en geen afstand van 11 katten, Frankie, Picasso, Poukie, Ikram, Emira, Lily, Milan, Billy, Pallieter, Pitou en Salem) Gelet op het feit dat het onmogelijk is om elke individuele kat gecontroleerd door het asiel te linken aan de namen die betrokkenen gebruiken, aangezien minder dan de helft van de katten geïdentificeerd is Gelet op het verslag van het asiel, waaruit blijkt dat de gezondheidstoestand van individuele katten en van de groep ondermaats is - 4 katten hebben mondproblematiek, waarvan 1 dier een erg zieke indruk geeft - 8 katten hebben vuile oren/oormijt - 4 katten niezen, 3 dieren hebben purulente neusvloei - 2 katten hebben oogvloei - 4 katten zijn mager - 3 katten zijn schuw, moeilijk te onderzoeken Gelet op het feit dat betrokkenen individuele zorg boden aan enkele zieke en benaderbare dieren, maar dat de gezondheidstoestand van de katten als samengehouden groep niet gekend is en niet passend opgevolgd werd. Gelet op het feit dat de ernstige mondproblematiek van de rosse kat niet opgemerkt werd. Gelet op het feit dat er herhaling is van de vastgestelde feiten slechte ventilatie, vuile kattenbakken en onvoldoende medische zorgen geven aan de nodige katten. Gelet op het feit dat er geen duidelijke verbetering merkbaar was qua welzijn van de katten in de loop van de jaren ondanks opgelegde maatregelen van onze dienst en politie. Gelet op het feit dat betrokkenen zich niet bewust zijn van de impact van het houden van een groot aantal katten op het individuele welzijn van deze dieren. Gelet op de recidiverende vaststelling van onaanvaardbare huisvesting en verzorging van de katten, op het huidig en vorige adressen van betrokkenen. Gelet op het feit dat het erg onzeker is dat betrokkene het volledige welzijn van de katten kan garanderen (inzicht wie de nodige medische zorgen nodig heeft, mogelijkheid om deze te verschaffen, voldoende tijd/inzicht om de kattenbakken te reinigen en bij te vullen) Gelet op het feit dat de woning qua ruimte en oppervlak niet geschikt is voor het houden van veel katten, aangezien deze dieren voor het vormen van een stabiele groep nood hebben aan hygiënische, goed geventileerde (ammoniak-vrije) open omgeving, met voldoende mogelijkheid tot exploratie, VII-40.549-4/8 afbakenen van een territorium, schuilen, vrije sociale contacten en mogelijkheid tot het vermijden van stressvolle situaties (contact met andere katten, honden, andere dieren). Gelet op het feit dat het zeer belangrijk is voor de fysiologische en etiologische behoeften van een kat dat geen groepsdier is, om te kunnen beschikken over een nette, afgeschermde eigen kattenbak Gelet op de houding van betrokkene BUTZEN dat zij alle kansen wenst te geven aan ieder dier dat zij in bezit krijgt. Dat zij evenwel voor zichzelf moeilijk beperkingen kan stellen voor de dieren waar zij zorg voor draagt, in aantal en in intensiteit. Evenwel gelet op het inzicht in haar eigen houding. Gelet op het feit dat er momenteel nog steeds een groot aantal dieren in het bezit zijn van betrokkene die moeten verzorgd worden. Gelet op het feit dat het verzorgen van alle aanwezige dieren (geiten, schapen, pony’s, hond, konijnen, kleine knaagdieren, reptielen, vogels, kippen en eenden) arbeidsintensief is en veel van betrokkenen hun tijd vraagt. Gelet op de actie die betrokkenen ondernomen hebben om [hun] katten ruimer te kunnen huisvesten, met buitenloop in de ren Doch het bouwen van een ren geeft niet de garantie dat de katten de nodige (medische) zorgen zullen toegediend krijgen. Gelet op de aanvaardbare hygiënische toestand van de woning bij hercontrole. Zonder katten in huis is het voor de betrokkenen haalbaar om deze toestand te creëren. Gelet op de medewerking bij de hercontrole. Gelet op de ernst van de vastgestelde inbreuken Er wordt niet tegemoet gekomen aan de vraag van betrokkenen om 11 katten terug te krijgen, aangezien de vastgestelde inbreuken te wijten zijn aan het eerdere overtal aan katten in combinatie met de zorg voor alle andere dieren; en onze dienst garantie wil over de haalbaarheid van verzorging van de gehouden dieren. Gelet op het feit dat de dieren geen reële verkoopwaarde, minsten geen waarde hebben die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig zijn ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII-40.549-5/8 V. Spoedeisendheid Standpunt van verzoekster
- Verzoekster zet daarover het volgende uiteen: “De schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing kan in elke stand van het geding worden gevorderd wanneer de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. Het kan voor een verzoekende partij bij het aantonen van de spoedeisendheid volstaan aan te tonen dat de schorsing wordt gevorderd met het oog op het vermijden van dreigende schade of van ernstige ongemakken (K. WAGNER, Burgerlijk procesrecht, Antwerpen - Apeldoorn, Maklu 2014, p. 747). Uit bovenstaande feiten blijkt op eenvoudige wijze dat een schorsing noodzakelijk is aangezien de katten definitief werden toegewezen aan het asiel Ninove waardoor een adoptie mogelijk wordt. Aangezien hieronder een ernstig middel tot vernietiging wordt aangevoerd, staat vast dat er sprake kan zijn van onherstelbare schade, minstens van ernstig ongemak. Wanneer de dieren zouden worden geadopteerd, wordt het terugkrijgen van de dieren immers nagenoeg onmogelijk. Hierbij moet eveneens rekening gehouden worden met het welzijn van de dieren. Gelet op het tijdsverloop van een procedure tot nietigverklaring en de uitvoerbaarheid van de bestemmingsbeslissing, dringt een verzoek tot schorsing zich op. Uit alle bovenstaande elementen blijkt dat de zaak spoedeisend is”. Beoordeling
- Op grond van artikel 17, § 2, van de RvS-Wet moet het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten bevatten die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het Koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. VII-40.549-6/8 Een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, moet dus in haar verzoekschrift concrete feiten aanvoeren die de spoedeisendheid verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. Te dezen ontbreekt in het verzoekschrift een concrete uiteenzetting van de gegevens die de spoedeisendheid verantwoorden. Een uiteenzetting, beperkt tot algemeenheden of een loutere verwijzing naar de duur van de annulatieprocedure en zonder ook maar enig licht te doen schijnen op de onherroepelijke schadelijke gevolgen voor de verzoekende partij bij een tenuitvoerlegging van de bestreden akte, volstaat niet om de spoedeisendheid aan te tonen”.
- Er is niet voldaan aan ten minste een van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de RvS-wet, die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-40.549-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.549-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.629 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.280 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div