← België

Arrest 245631 - Dierenwelzijn - 03/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.631 Rolnummer: A. 226853/VII-40447 Zaak: Arrest 245631 - Dierenwelzijn - 03/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-11 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-21 22:04 Fiche Arrest nr 245.631 van 3 oktober 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 245.631 van 3 oktober 2019 in de zaak A. 226.853/VII-40.447 In zake : Roger SIMONS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hans Deneyer kantoor houdend te 1570 Galmaarden Zwaanstraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Bergé kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 74 bus 001 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 december 2018, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing van 5 november 2018 van de Vlaamse Overheid, Departement omgeving, Afdeling strategie, internationaal beleid en dierenwelzijn, Inspectie dierenwelzijn [waarbij] in toepassing van artikel 42§2 van de wet van 14.08.1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren [74 schapen, zes kalkoenen en twee ganzen in volle eigendom worden gegeven aan het erkende asiel dat daarmee instemt]”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. VII-40.447-1/15 Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement) opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 september
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jutte Nijs, die loco advocaat Jan Bergé verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.
  4. Ten laste van verzoeker worden door de dienst Dierenwelzijn verschillende processen-verbaal opgesteld wegens overtredingen op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnswet). 3.
  5. De inspectie Dierenwelzijn beslist op 5 november 2018 om 74 schapen, zes kalkoenen en twee ganzen definitief in volle eigendom te geven aan een asiel dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing waarin is te lezen: VII-40.447-2/15 “Historiek Dit landbouwbedrijf wordt sinds 2005 regelmatig gecontroleerd door onze dienst en het FAVV. - 2006: inbeslagname van de aanwezige runderen en verkoop via penale boeten - 2007: begeleiding door „Boeren op een Kruispunt‟ - 2008: „Boeren op een Kruispunt‟ zet de begeleiding van het landbouwbedrijf stop, omdat volgens hen geen structurele oplossing mogelijk is, de verantwoordelijken de competenties niet hebben om een bedrijf te runnen en de verantwoordelijken niet willen meewerken om de toestand te verbeteren. - Controles 2008 en 2009: processen-verbaal met maatregelen - Maart 2010: inbeslagname van de aanwezige runderen en schapen - 2011: proces-verbaal met maatregelen - 2012: gedwongen verkoop van de aanwezige runderen - 2013: administratieve inbeslagname van de runderen en de schapen, openbare verkoop - 2014: administratieve inbeslagname van de honden en proces-verbaal met maatregelen - 2015: administratieve inbeslagname en openbare verkoop runderen en naar aanleiding van vaststellingen gedaan op 29 januari 2015 werd PV van vaststelling van inbreuken G-15-303/AnS/AWF geacteerd. - 2016: administratieve inbeslagname van kalkoen en administratieve inbeslagname en openbare verkoop runderen en schapen, naar aanleiding van vaststellingen gedaan op 3 maart 2016 werden PV van vaststelling van inbreuken G-15-865/YvO/AWF/030316/RSS en PV van vaststelling van inbreuken G-16-865/YvO/AWF/030316/GWX geacteerd. Op 24 februari 2011 werden dhr. Van de Velde en mevr. Simons door de Correctionele Rechtbank van Brussel veroordeeld tot een verbod tot het houden van dieren voor landbouwdoeleinden. Het Hof van Beroep heeft op 22 mei 2012 het bestreden vonnis van de correctionele Rechtbank van Brussel bevestigd. Op 9 mei 2014 werden dhr. Van de Velde en mevr. Simons door de correctionele Rechtbank van Halle - Vilvoorde veroordeeld tot het betalen van een boete en er werd opnieuw een verbod tot het houden van landbouwhuisdieren uitgesproken. Op 18 december 2014 voert onze dienst een controle uit op het landbouwbedrijf. Naar aanleiding van deze controle wordt een proces-verbaal met maatregelen opgesteld (G-14-650/AWF/AnS). Op 29 januari 2015 wordt een opvolgcontrole ter plaatse uitgevoerd en de vastgestelde inbreuken vormen het voorwerp van het PV G-15-303/An5/AWF. De aanwezige runderen worden in beslag genomen en ter plaatse per openbaar bod verkocht en toegewezen aan de bieder van het hoogste bod. Op 30 juli 2015 voert de Inspectiedienst Dierenwelzijn in aanwezigheid van leden van de lokale politie, een controle uit van runderen gehouden op VII-40.447-3/15 naam van Mevrouw Gabrielle Wauterickx en van schapen gehouden op naam van de heer Roger Simons. Deze dieren worden er verzorgd door Mevrouw Simons Sonia (dochter van Mevrouw Gabrielle Wauterickx en de heer Roger Simons) enerzijds en de heer Van de Velde Stephanus (echtgenoot van Simons Sonia) anderzijds, die samen met de heer Simons Roger en Wauterickx Gabriëlle gedomicilieerd zijn en verblijven op het adres Eeckhoudtstraat 30 te 1670 Pepingen. De vastgestelde inbreuken op 30 juli 2015 zijn overtredingen van de Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn van dieren en het Koninklijk Besluit van 1 maart 2000 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren en vormen het voorwerp van PV G-15-1789/YvO/AWF/300715 dd 14 augustus
  6. Op 3 maart 2016 wordt een opvolgcontrole ter plaatse uitgevoerd naar aanleiding van een kantschrift van Advocaat-generaal M. Verbeelen referentie 2014/VJ11/
  7. De aanwezige runderen, schapen en kalkoenen worden in beslag genomen. De runderen en schapen worden ter plaatse per openbaar bod verkocht en toegewezen aan de bieder van het hoogste bod. De vastgestelde inbreuken vormen het voorwerp van PV G-15-865/YvO/AWF/030316/RSS en PV G-16-865/YvO/AWF/030316/GWX. Op 20 april 2017 werden dhr. Van de Velde en mevr. Simons door de Correctionele Rechtbank van Halle - Vilvoorde veroordeeld tot het betalen van een boete en een definitief verbod tot het exploiteren van een veebeslag. Dhr. Simons en mevr. Wauterickx werden veroordeeld tot het betalen van een boete en een verbod tot het houden van landbouwhuisdieren gedurende een jaar. Op 15 mei 2017 wordt een opvolgcontrole ter plaatse uitgevoerd en de vastgestelde inbreuken vormen het voorwerp van het PV nr. G-17-308/DWZ/KAB. 6 kalkoenen, 36 kippen, 21 schapen worden in beslag genomen en overgebracht naar een erkend opvangcentrum. Op 10 oktober 2018 voert onze dienst een controle uit naar aanleiding van 2 klachten ontvangen door de dienst Dierenwelzijn. Tijdens deze controle wordt geen verbetering van de situatie vastgesteld. Hierop wordt beslist om 74 schapen, 6 kalkoenen en 2 ganzen op basis van art. 42§1 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren administratief in beslag te nemen. De overtredingen evenals de volledige historiek van het bedrijf worden opgenomen in PV nr. G-18-4398/DWZ/KAB. Deze dieren zijn, in afwachting van de beslissing van onze dienst, ondergebracht in een erkend asiel. […] Motivatie van de beslissing Gelet op de bovenvermelde zeer uitgebreide historiek, waaruit herhaling van de vastgestelde feiten blijkt; Gelet op de vaststellingen in PV nr. G-18-4398/DWZ/KAB namelijk Gelet op het feit dat: o Meerdere dieren zich in een slechte voedingstoestand bevinden; VII-40.447-4/15 o Meerdere schapen te lange en onverzorgde klauwen hebben; o Meerdere schapen schurftletsels en symptomen van de aandoening „Zere bekjes‟ vertonen wijst erop dat een besmettelijke ziekte aanwezig is in de kudde. Betrokkene heeft geen actie ondernomen om deze dieren te laten behandelen; o Meerdere dieren niet over drinkwater en voldoende voeder beschikken; o Niet alle dierenverblijven voldoende onderhouden, gereinigd en verlicht zijn; o Er geen diergeneeskundige hulp geboden wordt aan zieke dieren; o De aangebonden en opgehokte schapen gemaaide distels als voeder krijgen, dat schapen dit alleen eten als ze geen ander voeder ter beschikking krijgen. Dat de schapen bedorven voeder te eten krijgen. Deze schapen zijn voor hun voedervoorziening geheel afhankelijk van de verzorging door SIMONS Roger en Sonia, en VAN DE VELDE Stephanus. Het aangeboden voedsel wijst erop dat zij geen inzicht hebben in de welzijnsbehoeften van hun dieren; o SIMONS Roger en Sonia, en VAN DE VELDE Stephanus beslissingen nemen die het welzijn van hun schapen schaden: bij uitbrekende schapen binden zij deze aan, in plaats van de weide-afsluiting degelijk te herstellen; o Er geen algemene verbetering is ondanks de maatregelen opgelegd in 2016 en 2017; o De vaststellingen duiden op een probleem van langere duur waarvoor geen onmiddellijke oplossing mogelijk is; Gelet op het verslag van de dierenarts van het asiel door onze dienst ontvangen op 31/10/2018 waarin het volgende wordt vermeld: - Meerdere schapen zijn te mager en hebben schurft - Er is ook een lam met zeer erg „zere bekjes‟ en dit schaap heeft een tumorachtig letsel op een oor ook veroorzaakt is door hetzelfde virus. Behandeling is niet mogelijk maar meestal is deze aandoening zelflimiterend. Moest het oor niet verbeteren moeten we dit eventueel amputeren; - Al de schapen werden ingespoten met dectomax als ontworming en tegen schurft; Gelet op het feit dat deze vaststellingen wijzen op een gebrek aan verzorging, huisvesting en toezicht van de dieren en een gebrek aan aandacht en kennis voor de noden van de dieren; Gelet op het feit dat deze vaststellingen wijzen op een gebrek aan diergeneeskundige begeleiding van de dieren; Gelet op de onaanvaardbare omstandigheden waarin de dieren werden aangetroffen; Gelet op het feit dat deze vaststellingen erop wijzen dat er niet voldaan wordt aan de ethologische en fysiologische behoeften van de dieren; Gelet op het feit dat dhr. SIMONS niet gereageerd heeft op de uitnodigingen voor verhoor verstuurd door onze dienst op 11 oktober 2018 en 22 oktober 2018 waaruit een gebrek aan interesse voor de dieren blijkt; VII-40.447-5/15 Gelet op het feit dat teruggave van de dieren niet aangewezen zou zijn omwille van de onzekerheid over de verzorging en huisvesting van de dieren; Gelet op het feit dat de kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen, Gelet op het feit dat de dieren geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde hebben die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig hun ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Onderzoek van de middelen A. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  8. Een tweede middel wordt in het verzoekschrift als volgt omschreven: “3.
  9. […] PV HV 53 LB 004186/2018 ( Verzoeker Roger Simons) en zelfde Pv nummer Sonia Simons 3.2.1 Pv Verzoeker Roger Simons d.d.28.11.18 Onterecht in de beslagname der dieren 3.2.2.Pv Dochter Sonia Simons d.d. 28.11.18 Mevr Sonia Simons legde klacht neer dat de visitatiemachtiging pas werd overgemaakt na het vertrekken en de (cfr stuk 7 der inventaris: PV HV 53 LB 004186/2018 : klacht door verzoeker en Sonia Simons)”.
  10. Verzoeker betoogt in zijn toelichtende memorie: “3.
  11. […] PV HV 53 LB 004186/2018 ( Verzoeker Roger Simons) en zelfde Pv nummer Sonia Simons 3.2.1 Pv Verzoeker Roger Simons d.d.28.11.18 Onterecht in de beslagname der dieren waarbij verzoeker verwijst naar de fotoreportage 3.2.2.Pv Dochter Sonia Simons d.d. 28.11.18 Mevr Sonia Simons legde klacht neer dat de visitatiemachtiging pas werd overgemaakt na het vertrekken van verwerende partij, hetgeen nochtans juridisch een elementaire verplichting is (cfr stuk 7 der inventaris: PV HV 53 LB 004186/2018 : klacht door verzoeker en Sonia Simons) VII-40.447-6/15 Verzoeker trekt de lijn door naar huiszoeking : mag er een huiszoeking geschieden zonder passend huiszoekingsbevel van de onderzoeksrechter en/of nadat de huiszoeking reeds is geschied?”. Beoordeling
  12. Artikel 2, § 1, 3°, van het algemeen procedurereglement vereist dat het verzoekschrift tot nietigverklaring een uiteenzetting van de feiten en de middelen bevat. Onder “middel” in de zin van artikel 2, § 1, 3°, van het algemeen procedurereglement wordt verstaan: een voldoende duidelijke omschrijving van de rechtsregel of het rechtsbeginsel waarvan de schending wordt ingeroepen, alsook van de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden beslissing wordt geschonden. Met “voldoende duidelijk” wordt bedoeld dat geen veronderstellingen moeten worden gemaakt over de juiste bedoelingen van de verzoekende partij, die in werkelijkheid de Raad van State ertoe zouden brengen in de plaats van de verzoekende partij het verzoekschrift te vervolledigen. Opdat een door haar aangevoerd middel ontvankelijk zou zijn, dient een verzoekende partij niet alleen duidelijk te maken welke rechtsregel of welk rechtsbeginsel zij geschonden acht, maar ook op welke wijze, naar haar oordeel, die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden beslissing wordt miskend.
  13. Verzoeker geeft in zijn inleidende akte niet duidelijk de rechtsregels en/of rechtsbeginselen aan, die volgens hem door de bestreden beslissing worden geschonden. Hij duidt evenmin voldoende aan op welke wijze deze door de bestreden beslissing zouden zijn geschonden. VII-40.447-7/15 Hij beperkt er zich immers in wezen toe te stellen: “Onterecht in de beslagname der dieren” en “Mevr. Simons legde klacht neer dat de visitatiemachtiging pas werd overgemaakt na het vertrekken en de” (sic). Een dergelijke summiere en zelfs onduidelijke uiteenzetting kan niet worden beschouwd als een middel in de zin van artikel 2, § 1, 3°, van het algemeen procedurereglement.
  14. Het tweede middel is onontvankelijk. B. Derde middel Uiteenzetting van het middel
  15. Een derde middel is genomen uit “de schending van het niet ondertekenen van het pv met nummer G-18-4398/DWZ/KAB d.d. 10.10.2018: in dubio pro reo nopens bewijswaarde”. Verzoeker gaat in het verzoekschrift uit van de veronderstelling dat het proces-verbaal nr. G-18-4398/DWZ/KAB niet was ondertekend.
  16. In de toelichtende memorie herneemt verzoeker de essentie van zijn betoog. Beoordeling
  17. Artikel 21, derde lid, van de RvS-wet schrijft weliswaar voor dat, wanneer het administratief dossier door de verwerende partij te laat werd neergelegd, de feiten, zoals voorgesteld door de verzoekende partij, als bewezen moeten worden geacht, doch deze sanctie geldt slechts onder het voorbehoud dat deze feiten niet kennelijk onjuist blijken te zijn. VII-40.447-8/15
  18. Uit een eenvoudige consultatie van het, hoewel laattijdig ingediende, administratief dossier blijkt dat het originele proces-verbaal is ondertekend door de opstellende inspecteur-dierenarts. De premisse waarop het middel is geënt, is kennelijk onjuist.
  19. Het derde middel mist feitelijke grondslag. C. Vierde middel Uiteenzetting van het middel
  20. Een vierde middel is genomen uit “de schending van het niet ondertekenen van het pv met nummer PV nr. G17-308/DWZ/KAB d.d. 15.05.2017: in dubio pro reo nopens bewijswaarde”. Verzoeker verwijst zowel in het verzoekschrift als in de toelichtende memorie naar de uiteenzetting van het derde middel. Beoordeling
  21. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat zij is genomen op grond van de vaststellingen gedaan in proces-verbaal nr. G-18-4398/DWZ/KAB en het verslag van de dierenarts. De historiek waarnaar in de bestreden beslissing wordt verwezen en waarin wordt gerefereerd aan het proces-verbaal G-17-308/DWZ/KAB, dient enkel om het recidivisme in hoofde van verzoeker aan te tonen. Het zou kennelijk onjuist zijn te stellen dat er geen sprake is van herhaling, nu verzoeker zelf in het verzoekschrift erkent: “eerlijkheidshalve dient te worden gezegd dat verzoeker het in de periode 2006-2013 […] niet al te nauw nam met de opgelegde voorwaarden”. VII-40.447-9/15 De kritiek gericht tegen een proces-verbaal van 15 mei 2017 kan derhalve de bestreden beslissing niet aantasten.
  22. Het vierde middel kan niet worden aangenomen. D. Vijfde middel Uiteenzetting van het middel
  23. Een vijfde middel wordt omschreven als: “PV nr G-16-865/YvO/AWF/030316/RSS d.d. 23.05.2017 en PV nr G-16-865/YvO/AWF/110516/RSS d.d. 07.03.2017 ter staving van derde en vierde middel: copie versus origineel”. In het verzoekschrift wordt betoogd dat de niet-ondertekende kopieën van de processen-verbaal, die verzoeker heeft ontvangen, aantonen dat de originele moeten zijn ondertekend.
  24. In de toelichtende memorie herneemt verzoeker de argumentatie vervat in het verzoekschrift. Beoordeling
  25. In het middel is geen grief te ontwaren. Het is opgevat als een ondersteuning van de feitelijkheid waarop het derde en vierde middel zijn gesteund. Om de redenen uiteengezet in het derde en vierde middel moet tevens het vijfde middel worden verworpen. VII-40.447-10/15 E. Zesde middel Uiteenzetting van het middel
  26. In een zesde middel legt verzoeker foto‟s voor, die moeten aantonen dat de dieren onterecht in beslag werden genomen.
  27. In de toelichtende memorie wordt het middel niet verder uiteengezet. Beoordeling
  28. Het betoog van verzoeker heeft geen uitstaans met het vereiste dat de bestreden bestemmingsbeslissing moet steunen op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren is bewezen en die in rechte ter verantwoording van die handeling in aanmerking kunnen worden genomen. Artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet luidt: “Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname”. Uit deze bepaling volgt dat het beslag van rechtswege werd opgeheven door de in artikel 42, § 2, van die wet bedoelde beslissing, die te dezen wordt aangevochten. In die omstandigheid, waarin de beslissing tot inbeslagname geen gevolgen meer heeft, zijn grieven gericht tegen die beslissing -namelijk dat de inbeslagname “onterecht” was- onontvankelijk.
  29. Het zesde middel kan niet worden aangenomen. VII-40.447-11/15 F. Zevende middel Uiteenzetting van het middel
  30. Een zevende middel wordt omschreven als “diefstal”. In het verzoekschrift wordt daarover uiteengezet: “Verzoekende partij baseert zich enerzijds op de extreme onduidelijkheid van het voorafgaandelijk PV met nr nr G-18-4398/DWZ/KAB d.d. 10.10.2018 (middel 3, zijnde in dubio pro reo) annex PV met nr PV nr G17-308/DWZ/KAB d.d.15.05.2017 ( middel 4, zijnde in dubio pro reo) daar waar PV met nr G-16-865/YvO/AWF /030316/RSS d.d. 23.05.2017 en PV met nr G-16-865/YvO/AWF/110516/RSS d.d. 07.03.2017 (middel 5, duidelijke markering „copie‟ en dus geen verplichte ondertekening) en anderzijds de fotoreportage (middel 6) zodat middel 7 in voege treedt anderzijds, resulterende in de nietigverklaring van de beslissing d.d. 5.11.2018 En dit wegens poging tot oplichting, bedriegerij ex art.496 S.W en onterechte inbeslagname der runderen enerzijds en misbruik van vertrouwen anderzijds ex art. 491 S.W.”.
  31. Verzoeker stelt in de toelichtende memorie: “Door de door verzoeker aangehaalde middelen, o.a. bewijswaarde Processen-verbalen en de fotoreportages in het bijzonder en het niet anticiperen /verzuimen van het memorie van antwoord door verweerster, dient te worden geconcludeerd dat „diefstal‟ een vaststaand feit Minstens diende verweerster nog maar een beknopte versie over te maken ter staving van hun vaststellingen doch deze ontbreekt”. Beoordeling
  32. Het onderzoek van en oordeel over de betichting van diefstal behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de gewone rechter, te dezen de strafrechter.
  33. Het zevende middel is onontvankelijk. VII-40.447-12/15 G. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  34. Een eerste middel is genomen “uit de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur inzonderheid het materieel motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel”. In het verzoekschrift is te lezen: “Uit de bestreden beslissing van de Vlaamse Overheid, Departement en omgeving, Afdeling strategie, internationaal beleid en dierenwelzijn, Inspectie dierenwelzijn met zetel te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20 bus 8 blijkt de desbetreffende beslissing niet „voldoende‟ is gestaafd daar de overige middelen - in het bijzonder de fotoreportage - een meer dan duidelijk beeld verschaffen van de „toestand, levenssituatie, voedsel en gezondheid‟ der dieren - hetgeen in se inhoudt dat de inbeslagname enerzijds en het definitief toewijzen der dieren in volle eigendom aan een niet nader genoemd asiel anderzijds het verzoek tot nietigverklaring niet rechtvaardig was/is […] De bestreden beslissing is eerder gebaseerd op het „woelige verleden‟ van verzoeker die -eerlijkheidshalve dient te worden gezegd dat verzoeker het in de periode 2006-2013 - het niet al te nauw nam met de opgelegde voorwaarden Toelichting bij het middel: […] Het eerste middel is ernstig en gegrond welke als verificatiepunt de fotoreportage integraal naast zich neer heeft gelegd”.
  35. Verzoeker betoogt in de toelichtende memorie: “De bestreden beslissing van verwerende partij is eerder gebaseerd op het „nefaste verleden‟ van de betrokken familie in het algemeen maar niet van verzoeker in het bijzonder Tot op heden kleeft er geen strafblad op verzoeker Uit het fotomateriaal - bijgevoegd bij het initiële verzoekschrift - blijkt ontegensprekelijk dat de in beslag genomen „dieren‟ weldegelijk gezond waren Gekoppeld aan het zesde middel (cfr initieel verzoekschrift) blijkt ontegensprekelijk - in tegenstelling tot wat de diverse proces-verbalen P.V. nr G-18-4398/DWZ/KAB d.d. 10.10.2018 bestempelen - dat : VII-40.447-13/15 1) er geen „zure bekjes- ziekte‟ op te merken vallen 2)De schapen een mooie wollen vacht hebben 3)Geen abnormaliteiten zichtbaar zijn 4)In combinatie met de overige fotoreportage, meer bepaald fotoreportage 3 (wel voedsel) de levenssituatie wel gezond is”. Beoordeling
  36. Het middel is geënt op de veronderstelling dat uit de overige middelen volgt dat de beslissing niet “voldoende” is gestaafd. De koppeling aan de andere middelen in het verzoekschrift wordt bevestigd in de toelichtende memorie.
  37. Het volstaat bijgevolg om te verwijzen naar de beoordelingen van die overige middelen om te dezen ook te besluiten tot de verwerping van het middel.
  38. Het eerste middel kan niet worden aangenomen. V. Schadevergoeding tot herstel
  39. Vermits er geen onwettigheid werd vastgesteld, volstaat dit om het verzoek tot schadevergoeding tot herstel af te wijzen. VI. Korte debatten
  40. Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. VII-40.447-14/15 BESLISSING
  41. De Raad van State verwerpt het beroep.
  42. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een bijdrage van 20 euro. Het onverschuldigde recht in verband met het verzoek tot een schadevergoeding tot herstel, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro, dient aan verzoeker te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.447-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.631 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.