← België

Arrest 245632 - Dierenwelzijn - 03/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.632 Rolnummer: A. 227278/VII-40479 Zaak: Arrest 245632 - Dierenwelzijn - 03/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-11 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-21 21:47 Fiche Arrest nr 245.632 van 3 oktober 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 245.632 van 3 oktober 2019 in de zaak A. 227.278/VII-40.

  1. In zake : Andreas DE PAUW bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Lieven Calloens kantoor houdend te 9300 Aalst Parklaan 191 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 24 januari 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse Overheid – departement Omgeving, afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn - van 27 november 2018 “tot toewijzing van een paard in toepassing van artikel 42 § 2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren op bevel van de dienst Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom aan het asiel dat hiermee instemt”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.479-1/6 Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 september
  4. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Evelien Tahon, die loco advocaat Lieven Calloens verschijnt voor verzoeker, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De inspectie Dierenwelzijn beslist op 27 november 2018 om het paard van verzoeker, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, definitief in volle eigendom te geven aan het dierenasiel dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing die wordt gemotiveerd: “Gelet op pv van de lokale politie Wetteren DE.63.L1.003410/2013 dd 2/06/2013 (dossier G-13-1062) waaruit blijkt dat het dier toen op de weide in de Rijckerstraat te Wetteren in beslag genomen werd en het veel te mager was. Het dier werd teruggegeven aan de eigenaar. […] Gelet op de vaststellingen in het PV G-18-5048/AWF VII-40.479-2/6 - Onvoldoende voeder verstrekken zodat het paard te mager werd - Onvoldoende dagelijkse controle van het been van het paard (myasis t.h.v. gezwollen been) - Onvoldoende consultatie van een dierenarts - Niet willen meedelen waar het paard zich bevindt Gelet op het verslag van dierenarts Schollaert […] waaruit blijkt dat - De voedingstoestand van het paard onvoldoende is en te mager is Gelet op het verslag van de faculteit diergeneeskunde waaruit blijkt dat - Een intensieve behandeling nodig was om de maden te verwijderen en medicatie opgestart werd - Het gebit niet in orde was en behandeld werd en minimum jaarlijks client nagekeken te worden - De aanwezige letsels definitief zijn en de ziekte progressief is. Intense verzorging zal levenslang noodzakelijk zijn en de kans op myasis en secundaire infecties blijft groot. Gelet op het voedingsadvies van de faculteit diergeneeskunde waaruit blijkt - De lichaamsconditiescore te laag is (3/9 wat normaal 4 of 5/9 moet zijn) - De maaltijden best gespreid worden in 4 à 6 maaltijden/dag - Aangepast voeder dient gegeven te worden gelet op de gebitsproblemen Gelet op het feit dat betrokkene zegt dat het paard vermagerd is omdat er geen gras was en geen eiwitten mogen gegeven worden wat wijst op onvoldoende kennis van voederrantsoen voor paarden en onvoldoende moeite om het paard te laten aansterken. […] Uit bovenstaande blijkt dat dagelijkse verzorging/reiniging levenslang noodzakelijk zal zijn om secundaire infecties en myasis tegen te gaan en teruggave van het paard niet aangewezen zou zijn omwille van onzekerheid over de verzorging van het dier door betrokkene. Het dier werd eveneens al eens in beslag genomen omwille van slechte voedingstoestand en onvoldoende verzorging. Gelet op het feit dat het dier geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde heeft die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig zijn ethologische en fysiologische behoefte in de huidige toestand”. 3.
  7. Zowel verzoeker als de verwerende partij melden dat het paard dat het voorwerp uitmaakt van de onderhavige procedure, op 12 december 2018 werd geëuthanaseerd. VII-40.479-3/6 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunten van de partijen
  8. De verwerende partij betwist, gelet op de dood van het paard, het belang van verzoeker bij het beroep tot nietigverklaring.
  9. Verzoeker repliceert : “Concluant heeft […] schade geleden en wenst zich tot de burgerlijke rechtbank te wenden voor het bekomen van een schadevergoeding lastens verwerende partij.” Beoordeling
  10. Er is geen enkele mogelijkheid meer dat de verwerende partij kan beslissen, gelet op de dood van het paard, om het dier terug te geven aan verzoeker. De euthanasie heeft plaatsgevonden vóór het instellen van het annulatieberoep. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing kan verzoeker derhalve het door hem nagestreefde voordeel niet meer opleveren. Zijn recht van toegang tot de rechter wordt te dezen niet in het gedrang gebracht. Er staan voor hem immers nog andere juridische actiemogelijkheden open om desgevallend schadeherstel te verkrijgen.
  11. Het beroep is niet ontvankelijk.
  12. Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. VII-40.479-4/6 V. Rechtsplegingsvergoeding
  13. Verzoeker erkent uitdrukkelijk in zijn verzoekschrift dat hij sinds 12 december 2018 op de hoogte was van de dood van het paard in kwestie. Niettemin heeft hij een beroep tot nietigverklaring ingesteld, hoewel de rechtspraak van de Raad van State, die inhoudt dat in dergelijke omstandigheid de verzoekende partij geen belang heeft bij het beroep, vaststond. De verwerende partij heeft dan ook terecht een exceptie opgeworpen, waardoor zij in het huidige geval als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, moet worden beschouwd. Zij kan dus aanspraak maken op de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding.
  14. Uit het pleidooi en het neergelegde stuk ter terechtzitting blijkt dat, gelet op de precaire financiële toestand van verzoeker, toepassing kan worden gemaakt van artikel 30/1, § 2, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Er is aanleiding om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het minimumbedrag van 140 euro. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro verschuldigd aan de verwerende partij. VII-40.479-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.479-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.632 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.