← België

Arrest 245638 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 04/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.638 Rolnummer: A. 220658/X-16779 Zaak: Arrest 245638 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 04/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-15 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-21 07:14 Fiche Arrest nr 245.638 van 4 oktober 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 245.638 van 4 oktober 2019 in de zaak A. 220.658/X-16.

  1. In zake : Maria JANSSENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
  2. de STAD SCHERPENHEUVEL-ZICHEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 18 bij wie woonplaats wordt gekozen
  3. de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dany Socquet kantoor houdend te 3080 Tervuren Merenstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de BVBA FINGO – FREDERICKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 7 november 2016, strekt tot de nietigverklaring van : X-16.779-1/18 a. het besluit van de gemeenteraad van de stad Scherpenheuvel-Zichem van 26 mei 2016 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: RUP) “Uitbreiding bedrijventerrein Schuttersveld” en b. het besluit van de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams- Brabant van 14 juli 2016 houdende goedkeuring van dit RUP. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 237.616 van 10 maart 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. De verwerende partijen, de tussenkomende partij en verzoekster hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 juni
  6. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor verzoekster, advocaat Willem-Jan Ingels, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Dany Socquet, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. X-16.779-2/18 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten en wettelijk kader
  8. Het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgestelde gewestplan Aarschot-Diest bestemt een als het Schuttersveld bekend staande zone langs de straat Mannenberg (N10) te Scherpenheuvel-Zichem tot gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen (de KMO- zone van het gewestplan). Het terrein gelegen achter de KMO-zone van het gewestplan is door hetzelfde gewestplan bestemd tot agrarisch gebied (hierna: de westelijke agrarische zone van het gewestplan). Ten oosten van de westelijke agrarische zone van het gewestplan bevindt zich een terrein dat door dit gewestplan eveneens tot agrarisch gebied is bestemd (hierna: de oostelijke agrarische zone van het gewestplan). Ten zuiden van de oostelijke agrarische zone van het gewestplan toont het meergenoemde gewestplan – palend aan de Mannenberg – een landelijk woongebied. Het woonperceel van verzoekster bevindt zich aan de westelijke rand van dit landelijk woongebied. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het gewestplan waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-16.779-3/18 4.
  9. Bij besluit van 22 september 1998 stelt de gemeenteraad van de stad Scherpenheuvel-Zichem het bijzonder plan van aanleg “Schuttersveld” definitief vast (hierna: het BPA). Bij besluit van 31 mei 1999 keurt de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening dit bijzonder plan van aanleg gedeeltelijke goed. Het BPA herbestemt zowel de KMO-zone van het gewestplan, de westelijke agrarische zone van het gewestplan, als de oostelijke agrarische zone van het gewestplan tot bedrijfsgebied. 4.
  10. Op vordering van onder meer verzoekster, vernietigt de Raad van State bij arrest nr. 101.552 van 6 december 2001 de in het vorige randnummer genoemde besluiten.
  11. De tussenkomende partij exploiteert een inrichting voor de productie van gewapende betonelementen op een terrein waarvan het zuidelijk deel gelegen is in de KMO-zone van het gewestplan en het noordelijk deel in de westelijke agrarische zone van het gewestplan. 6.
  12. Op 9 oktober 2006 stelt de gemeenteraad van de stad Scherpenheuvel-Zichem het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS) definitief vast. X-16.779-4/18 6.
  13. Met een besluit van 11 januari 2007 beslist de deputatie van de provincieraad van de provinicie Vlaams-Brabant om het door de gemeenteraad vastgestelde GRS slechts gedeeltelijk goed te keuren. De deputatie schrapt, met name voor het bedrijfsterrein Schuttersveld, een aantal passages van het richtinggevend gedeelte en bindend gedeelte van het door de gemeenteraad vastgestelde GRS. In haar besluit van 11 januari 2007 overweegt de deputatie: “Het ministerieel besluit van 6 april 2006 houdende het advies over het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Scherpenheuvel-Zichem omvat een voorwaardelijk gunstig advies. De gemeente is deels tegemoet gekomen aan de opmerkingen die de minister formuleerde. Met name de realisatie van een lokaal bedrijventerrein bij de Mannenberg wordt door de gemeente naar een volgende planperiode doorgeschoven. De gemeente houdt daarnaast wel vol dat vanuit de behoefteraming al naar boven is gekomen dat er nood is aan een bijkomend bedrijventerrein maar dat een geschikte locatie vanuit verder ruimtelijk onderzoek zal gezocht worden en via een herziening van het GRS zal worden opgenomen. Het ministerieel besluit stelt duidelijk dat de behoefte aan een lokaal bedrijventerrein nog onvoldoende is onderbouwd. De gemeente heeft zijn behoefteberekening niet bijgesteld. Het onderzoek naar een lokaal bedrijventerrein in de volgende planperiode kan zich daarom niet beperken tot de locatie maar dient ook de behoefte opnieuw te onderbouwen. Op p. 151 wordt de zin „Vanuit de behoefteraming is al naar boven gekomen dat er nood is aan bijkomend bedrijventerrein‟ daarom geschrapt. De herlocalisatiebehoefte van bedrijven die omwille van hun verkeersgenererend karakter op de huidige plaats niet meer kunnen blijven (2,6 ha) is voldoende onderbouwd. De uitbreiding van het lokale bedrijventerrein Schuttersveld kan binnen de planperiode enkel aangesneden worden om de herlokalisatiebehoefte op te vangen. De reserve kan enkel aangesneden worden in de volgende planperiode na onderbouwing van de behoefte”. 6.
  14. Het bekendgemaakte GRS van de stad Scherpenheuvel-Zichem – waarin de door de deputatie geschrapte passages doorgehaald zijn – stelt onder meer het volgende: “RICHTINGGEVEND DEEL […]
  15. Gewenste ruimtelijk-economische structuur […] X-16.779-5/18 (Verkeersgenererende) lokale bedrijvigheid aansluitend op het bestaand goed ontsloten bedrijventerrein Schuttersveld Om de lokale verkeersgenererende bedrijvigheid een goede locatie te bieden, wordt ervoor geopteerd om dergelijke bedrijvigheid niet te laten aansluiten bij de kern Scherpenheuvel, maar deze te laten aansluiten bij het bestaande bedrijventerrein Schuttersveld. Doelstelling is wel om enkel en alleen verkeersgenererende bedrijvigheid, hinderend voor een kwalitatieve woonomgeving, daar te laten vestigen. Deze zone is gelegen langs de N10 en sluit direct aan op een hoger wegennet (N258 naar de E314). Vanuit de grensstellende voorwaarden vanuit de open ruimte wordt de achterliggende grens vastgelegd met de weg Haverweide. […] 5.
  16. Gewenste ruimtelijke structuur […] Te behouden en te versterken lokaal bedrijventerrein Gezien de directe ligging aan de N258, de ontsluitingsweg richting de E314 , aansluitend bij het bestaand bedrijventerrein en het niet verweefbaar zijn van dergelijke activiteiten in een kern, wordt een beperkte uitbreiding van 2.6 ha gerealiseerd enkel en alleen ten behoeve van de herlokalisatie van bestaande bedrijven die omwille van hun verkeersgenererend karakter op de huidige plaats niet meer kunnen blijven. Een reserve van 1,6 ha wordt ingecalculeerd maar niet in de huidige planperiode aangesneden. Het terrein wordt aldus voorbehouden voor volgende herlokalisatie lokale bedrijven: − Bouwbedrijf Frederickx: regularisatie van de bestaande zonevreemde uitbreiding (ca. 0,5 ha) − Transportbedrijf Postillon: te herlokaliseren bedrijf omwille van het hinderlijk verkeersgenererende karakter in de buurt van het bestaande bedrijventerrein in Weg Messelbroek en de hinderlijke ligging nabij de Demervallei (ca 1 ha). Dit is een lokaal verankerd bedrijf in Scherpenheuvel-Zichem. Ca. 35 werknemers zijn er werkzaam, waarvan enkele woonachtig in Scherpenheuvel-Zichem. Het bedrijf wenst vanuit de bedrijvenenquête

(2002)expliciet een herhuisvesting binnen de gemeente. − Autobussenbedrijf De Magneet: te herlokaliseren bedrijf omwille van de slordige visuele kwaliteit, de groeidynamiek en de vele verkeersbewegingen (ca. 0,5 ha). Dit is een autobussenbedrijf grotendeels gericht op de toeristisch-recreatieve activiteiten in de gemeente, dus een lokaal bedrijf. − Euro Fresh Food: te herlokaliseren bedrijf omwille van de grote verkeersdynamiek en de ligging nabij de beboste getuigenheuvels (ca. 0,6 ha). Dit is een historisch gegroeid bedrijf
(1945), met een heel lokale verankering (werknemers woonachtig in de gemeente, onderhoud van de toestellen vanuit de gemeente…). Het bedrijf is momenteel gelegen aan een beboste getuigenheuvel en wenst omwille van een uitbreidingswens op het gebied van de productie-activiteiten geherlokaliseerd te worden binnen de gemeente. […] Te ontwikkelen lokaal bedrijventerrein In het informatief deel werden twee zoeklocaties naar voor geschoven voor de ontwikkeling van een lokaal bedrijventerrein. De gemeente heeft momenteel enkel de zoeklocatie Schuttersveld weerhouden, en dit in X-16.779-6/18 hoofdzaak voor de herlokalisatie van verkeersaantrekkende bedrijven. Dit houdt concreet in dat de ontwikkeling van een nieuwe bedrijventerrein, voor de herlokalisatie van (zonevreemde) bedrijven en de opvang van de lokale dynamiek in de gemeente, niet wordt weerhouden voor deze planperiode. De gemeente wenst wel te voorzien in een verder ruimtelijk onderzoek. Vanuit de behoefteraming is al naar boven gekomen dat er nood is aan een bijkomend bedrijventerrein. Ter uitvoering van het GRS zal er een ruimtelijk onderzoek gevoerd worden naar de meest geschikte locatie voor de ontwikkeling van het lokaal bedrijventerrein. Deze locatie zal dan in een herziening van het GRS worden opgenomen. […] DEEL 5: Gewenste ruimtelijke structuur voor de deelruimten […]
  1. Gewenste ruimtelijke structuur voor de verschillende open ruimtegebieden […] De nog aanwezige open ruimte [wordt] zoveel mogelijk gevrijwaard. Volgende specifieke beleidselementen kunnen hieraan gekoppeld worden: […] - Beperkte uitbreiding van 2 ha van het bestaand bedrijventerrein Schuttersveld gelegen langs de N10 voor de herlokalisatie van 3 bedrijven omwille van hun verkeersgenerend karakter, hun beperkte ruimte of hinder ten opzichte van omwonenden. − Transportbedrijf Postillion: gelegen op het bestaande bedrijventerrein Weg Messelbroek en in valleigebied van de Demer − Koelinstallaties Eurofresh: gelegen op de rand van een beboste getuigenheuvel − Busbedrijf Manneberg: gelegen in de kern van Scherpenheuvel […] Omwille van de huidige locatie van het bedrijventerrein, nabij de secundaire ontsluitingsweg N258 die aansluiting geeft op het hoger verkeersnetwerk, wordt een beperkte uitbreiding van max. 2 ha toegelaten. […] 6.
  2. Acties en maatregelen […] 5) Opmaak van een RUP voor het lokaal bedrijventerrein ter hoogte van Schuttersveld Dit omvat een beperkte uitbreiding van het bestaand bedrijventerrein met ca. 2 ha begrensd door de Haverweide in het noorden. Deze zone is enkel bestemd voor 3 lokale verkeersgenererende bedrijven, die het best zo ver mogelijk van de kern gelokaliseerd worden. En dit maximaal ter herlokalisatie van bestaande transportgebonden of voldoende verkeersgenererende bedrijven (die als storend ervaren worden in de kern). […] BINDEND DEEL […]
  3. Taakstellingen […] 2.
  4. Werken X-16.779-7/18 Vanuit het voeren van een aanbodbeleid op het gebied van lokale bedrijvigheid zullen volgende locaties worden aangesneden: − Uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Schuttersveld.
  5. Maatregelen en acties […] 3.
  6. Ruimtelijk uitvoeringsplan Bij de beschrijving van de deelruimten wordt een opsomming gemaakt van de verschillende RUPs die opgemaakt zullen worden ter uitvoering van de gewenste ruimtelijke structuur. De motivatie voor de opmaak vindt u in het richtinggevend deel: […] 6) RUP voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Schuttersveld.” 7.
  7. Op 6 september 2010 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Scherpenheuvel-Zichem een positief planologisch attest voor het behoud en de regularisatie van het bedrijf van de tussenkomende partij op de huidige locatie. 7.
  8. Over het in het vorige randnummer genoemde planologisch attest heeft de Raad van State in arrest nr. 223.207 van 18 april 2013 (zaak A. 202.973/VII-38.341) het volgende overwogen: “Een planologisch attest kan luidens artikel 4.4.24 VCRO slechts worden toegekend aan een hoofdzakelijk vergund bedrijf. De Raad van State heeft in zijn arrest nr. 211.645 van 1 maart 2011 geoordeeld dat de betrokken inrichting niet kan worden beschouwd als een hoofdzakelijk vergund bedrijf in de zin van het te dezen van toepassing zijnde artikel 4.1.1, 7°, VCRO. De pas later verkregen stedenbouwkundige vergunningen van 7 maart 2011 en 10 mei 2012 kunnen de onwettigheid van het planologisch attest niet herstellen, en dit alleen al omdat zij nog niet bestonden op het ogenblik dat de daartoe bevoegde overheid dit attest heeft verleend, en het bestuur er op dat ogenblik uiteraard zijn oordeel niet op heeft kunnen baseren. De onwettigheid van het planologisch attest brengt dan ook met zich dat in het bestreden besluit niet op wettige wijze toepassing kon worden gemaakt van artikel 4.4.26, § 2, VCRO.”
  9. De stad Scherpenheuvel-Zichem neemt in 2011 het initiatief voor de opmaak van een RUP voor het bedrijventerrein Schuttersveld.
  10. Bij brief van 12 juli 2011 stelt de dienst Milieueffectrapportage van de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het Vlaamse Gewest dat X-16.779-8/18 op basis van de screeningsnota en de ingewonnen adviezen het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
  11. Op 26 november 2012 wordt een plenaire vergadering gehouden omtrent een voorontwerp van RUP “Uitbreiding bedrijventerrein Schuttersveld”. 11.
  12. Op 14 september 2015 stelt de gemeenteraad van de stad Scherpenheuvel-Zichem het ontwerp van gemeentelijk RUP “Uitbreiding bedrijventerrein Schuttersveld” voorlopig vast. 11.
  13. Het RUP voorziet in de herbestemming tot een zone voor lokaal bedrijventerrein van de KMO-zone van het gewestplan, de westelijke agrarische zone van het gewestplan en de oostelijke agrarische zone van het gewestplan. Ten opzicht van het gewestplan wordt aldus het bedrijfsterrein met bijna 4 hectare uitgebreid, daar de twee voornoemde agrarische zones respectievelijk ongeveer 2,6 en 1,3 hectare groot zijn. Op het bij het RUP horende grafische plan wordt tevens een zone voor ontsluitingsweg voorzien. Verder is op het – tot bedrijfsterrein herbestemde – noordelijk gedeelte van de westelijke agrarische zone van het gewestplan de overdruk “fase 1” en op de – eveneens tot bedrijfsterrein herbestemde – oostelijke agrarische zone van het gewestplan de overdruk “fase 2” aangebracht. Over de westelijke rand van het “fase 1”-gebied staat een overdruk “infiltratie of bufferbeken”. Tot slot is op het grafisch plan rond het bedrijfsterrein in alle windrichtingen een groenbuffer met een breedte van 15 meter ingetekend.
  14. Tijdens het openbaar onderzoek, georganiseerd van 9 oktober 2015 tot 9 december 2015, worden 22 bezwaarschriften ingediend. X-16.779-9/18
  15. Op 29 februari 2016 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: Gecoro) de bezwaren. 14.
  16. Met een besluit van 26 mei 2016 stelt de gemeenteraad van de stad Scherpenheuvel-Zichem het gemeentelijk RUP “Uitbreiding bedrijventerrein Schuttersveld” definitief vast. Dit is het eerste bestreden besluit. Er worden geen wijzigingen aangebracht ten opzichte van hetgeen in randnummer 11.2 is vermeld. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het bij het bestreden RUP horende grafische plan. 14.
  17. De verordenende stedenbouwkundige voorschriften van het definitief vastgestelde RUP stellen onder meer hetgeen volgt: “ART
  18. ZONE VOOR LOKAAL BEDRIJVENTERREIN §
  19. Bestemming Dit gebied is bestemd voor een bedrijventerrein van lokaal belang en de hierbij horende verharde of groene ruimten, en gemeenschappelijke voorzieningen. Het bedrijventerrein is bestemd voor de herlokalisatie van verkeersgenererende lokale bedrijven, voor de herlokalisatie van (zonevreemde) lokale bedrijven, voor de uitbreiding van de bestaande bedrijven en voor de vestiging van nieuwe bedrijven. […] §
  20. Inrichting § 2.
  21. Percelering X-16.779-10/18 Het terrein kan verkaveld worden. De maximale perceelsoppervlakte bedraagt 5.000 m². Het samenvoegen van percelen door eenzelfde bedrijf is toegelaten voor zover de maximale perceeloppervlakte van 5.000 m² niet wordt overschreden. Uitzonderingen worden gemaakt voor
  22. te herlokaliseren lokale bedrijven. Om deze herlokalisatie te kunnen doorvoeren is het toegelaten dat eenzelfde bedrijf kavels samenvoegt tot een maximale perceelsoppervlakte van 1 ha.
  23. Het bestaande bedrijf Frederickx dat percelen kan samenvoegen tot een maximale bedrijfsoppervlakte van 2,5 ha. […] ART
  24. OVERDRUKZONE VOOR FASERING §
  25. Bestemming De overdrukzones leggen randvoorwaarden op naar de ontwikkeling van het lokaal bedrijventerrein. Er worden twee faseringen ingebouwd met volgende ontwikkelingsvoorwaarden: Fase 1: - Voorbehouden voor de herstructurering van bestaande bedrijven op het lokaal bedrijventerrein. - Voorbehouden voor de herlokalisatie van lokale bedrijven zoals omschreven onder art. 2 §1 - Deze fase wordt vrijgegeven voor de vestiging van nieuwe bedrijven 10 jaar na inwerkingtreding van het RUP. Fase 2: - Voorbehouden voor de herlokalisatie van lokale bedrijven, zoals omschreven onder art. 2 §1, nadat fase 1, met uitzondering van de overdrukzone voor infiltratie en bufferbekken, volledig gerealiseerd is. - Deze fase wordt vrijgegeven voor de vestiging van nieuwe bedrijven 10 jaar na inwerkingtreding van het RUP.”
  26. Bij besluit van 14 juli 2016 keurt de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant het gemeentelijk RUP “Uitbreiding bedrijventerrein Schuttersveld” goed. Dit is het tweede bestreden besluit. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 september
  27. IV. Ontvankelijkheid Exceptie van de tweede verwerende partij
  28. In haar memorie van antwoord werpt de tweede verwerende partij als exceptie van onontvankelijkheid op dat het loutere feit in de omgeving X-16.779-11/18 woonachtig te zijn geenszins een persoonlijk aanwijsbaar belang impliceert. Zij benadrukt dat verzoekster geen actio popularis mag voeren. Volgens de tweede verwerende partij slaagt verzoekster er niet in het bestaan van de beweerde hinder of nadelen voldoende waarschijnlijk te maken. Al haar rechten met betrekking tot het bouwbedrijf van de tussenkomende partij kan verzoekster laten gelden in het kader van de daartoe voorziene procedures.
  29. In haar laatste memorie insisteert de tweede verwerende partij dat verzoekster tekort is geschoten in haar verplichting om concrete hinder inzake licht, lucht, bezonning, geluid en verkeer aannemelijk te maken. Volgens de tweede verwerende partij geldt deze verplichting bij het instellen van een annulatieberoep bij de Raad van State, daar zij ook moet worden nageleefd wanneer bij de gewone rechter een vordering wegens bovenmatige burenhinder wordt ingesteld. Beoordeling
  30. Uit de gegevens van de zaak (randnr. 3) blijkt dat het woonperceel van verzoekster in de onmiddellijke omgeving ligt van zowel de westelijke agrarische zone van het gewestplan, die momenteel grotendeels onbebouwd is, als de oostelijke agrarische zone van het gewestplan, die momenteel volledig onbebouwd is. Feit is dat deze zones door de voorschriften van het bestreden RUP – die een reglementaire aard hebben – tot bedrijfsgebied worden herbestemd, zodat dit RUP een effect heeft op de ruimtelijke ordening van de onmiddellijke omgeving van verzoeksters woning. Deze herbestemming verschaft verzoekster voldoende belang om het bestreden RUP aan te vechten. De aangevoerde exceptie wordt verworpen. X-16.779-12/18 V. Het eerste middel Standpunt van de partijen 19.
  31. Het eerste middel is genomen uit de schending van de artikelen 1.1.4, 2.1.1, 2.1.2, § 3, 2.1.19, 2.2.13, § 2, en 4.4.24 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) “al dan niet in samenhang met art. 159 van de Grondwet”, alsook uit de schending van het materiëlemotiverings-, het redelijkheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur en van het gezag van gewijsde van de arresten van 18 april 2013, nr. 223.207, 10 juli 2014 nr. 228.048 en 9 juli 2015 nr. 231.919 van de Raad van State en het arrest van 27 oktober 2015 nr. RVVB/A/1516/0149 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. 19.
  32. In een eerste middelonderdeel stelt verzoekster dat het bestreden RUP uitvoering geeft aan het voor de tussenkomende partij opgemaakte planologisch attest van 6 september 2010 waarvan de onwettigheid met name uit ‟Raads arrest nr. 223.207 van 18 april 2013 blijkt. 19.
  33. In een tweede middelonderdeel zet verzoekster onder meer uiteen dat in zoverre er bij de opmaak van het bestreden RUP van uit is gegaan dat de KMO-zone van het gewestplan uitgebreid kon worden voor nieuwe bedrijven en zonevreemde bedrijven die geen verkeersgenererend karakter hebben, er manifest is ingegaan tegen het besluit van de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant van 11 januari
  34. In dat besluit heeft de deputatie immers geoordeeld dat de stad de behoefte voor nieuwe bedrijven en zonevreemde bedrijven die geen verkeersgenererend karakter hebben onvoldoende had onderbouwd, zodat zij de voor die behoefte door de stad voorziene toename van bedrijfsterrein heeft geschrapt. 20.
  35. In haar memorie van antwoord werpt de eerste verwerende partij in hoofdorde de exceptio obscuri libelli op. Zij voert aan dat het middel uitgesponnen wordt over niet minder dan 34 pagina‟s en dat uit het middel niet X-16.779-13/18 precies valt af te leiden van welke wetsbepalingen een schending wordt aangevoerd, hetgeen eens te meer blijkt uit de vermelding van bepaalde rechtsregels “al dan niet in samenhang met” nog andere rechtsregels. 20.
  36. In ondergeschikte orde antwoordt de eerste verwerende partij dat beide middelonderdelen ongegrond zijn. 20.
  37. Wat het eerste middelonderdeel betreft, wijst de eerste verwerende partij er op dat de aanvraag voor een planologisch attest werd ingediend vóór 1 september 2009, zodat krachtens de geldende overgangsregeling niet diende te worden onderzocht of het bedrijf hoofdzakelijk vergund was. Overigens blijkt onomstotelijk dat niet het planologisch attest, maar wel het GRS de belangrijkste rechtsgrond van het bestreden RUP is. 20.
  38. Wat het tweede middelonderdeel betreft, stelt de eerste verwerende partij dat niet kan worden betwist dat het GRS expliciet bepaalt dat een RUP voor de uitbreiding van het lokaal bedrijventerrein Schuttersveld opgemaakt diende te worden. Verzoeksters kritiek dat ook bedrijven in aanmerking komen waarvoor het bedrijfsterrein niet bedoeld zou zijn, betreft volgens de eerste verwerende partij loutere opportuniteitskritiek waarover de Raad van State geen uitspraak vermag te doen. Naar het oordeel van de eerste verwerende partij zijn de betrokken bedrijven wel degelijk verkeersgenererend en toont verzoekster zelfs niet aan dat dit oordeel kennelijk onredelijk zou zijn. 21.
  39. In haar memorie van antwoord wijst de tweede verwerende partij er, wat het eerste middelonderdeel betreft, op dat organen van actief bestuur ertoe gehouden zijn de toepasselijke reglementering te eerbiedigen en – anders dan de rechter – geen toepassing mogen maken van artikel 159 van de Grondwet. Verder betreft het eerste middelonderdeel volgens de tweede verwerende partij opportuniteitskritiek, daar de onwettigheid van het planologisch attest hoe dan ook niet zou betekenen dat het bestreden RUP zijn rechtsgrond, die evenzeer te vinden is in het GRS, zou verliezen. X-16.779-14/18 21.
  40. Wat het tweede middelonderdeel betreft, stelt de tweede verwerende partij dat het bestreden RUP – zoals is uiteengezet door de Gecoro en in de toelichtingsnota – conform is met de bindende bepaling 6 van het GRS.
  41. De tussenkomende partij voert een verweer dat identiek is aan dit van de eerste verwerende partij.
  42. In haar laatste memorie wijst de eerste verwerende partij er op dat zowel in de toelichtingsnota als in het advies van de Gecoro minstens twee bedrijven worden aangeduid die in alle redelijkheid als te herlokaliseren transportgebonden of verkeersgenererend moeten worden aangemerkt, te weten het autobusbedrijf De Magneet en het bedrijf Exelmans Transport nv. Zij behoeven samen naar schatting een oppervlakte van ongeveer 1,4 hectare. Dat het bestreden RUP nog eens 1,95 hectare bijkomend voorziet bovenop de 2 hectare die conform het richtinggevend gedeelte van het GRS moet worden voorbehouden aan bestaande transportgebonden of voldoende verkeers- genererende bedrijven, wordt door het GRS niet verboden. Volgens de eerste verwerende partij blijkt uit de rechtspraak van de Raad van State dat een ruimtelijk uitvoeringsplan niet noodzakelijkerwijze dient te berusten op uitdrukkelijke bepalingen van het structuurplan in uitvoering waarvan het wordt opgemaakt, zo lang het hier niet mee in strijd is.
  43. De tussenkomende partij voert in haar laatste memorie aan dat zij ter plaatse een verkeersgenerend bedrijf uitbaat, daar er voor haar exploitatie dagelijks ongeveer 15 vrachtwagenbewegingen nodig zijn. Beoordeling
  44. Wat de door de eerste verwerende partij ingeroepen exceptio obscuri libelli betreft, dient te worden vastgesteld dat deze partij het middel, zij het in ondergeschikte orde, wel degelijk heeft beantwoord. De eerste verwerende partij heeft het eerste onderdeel begrepen als een kritiek op het feit dat het bestreden RUP gebaseerd is op een onwettig planologisch attest en het tweede X-16.779-15/18 onderdeel als een kritiek op het feit dat het bestreden RUP in strijd is met de bepalingen van het GRS. Enkel het aldus begrepen middel wordt hierna onderzocht. De eerste verwerende partij wordt dan ook niet geschaad in haar rechten van verweer en het middel is ontvankelijk.
  45. Met het auditoraatsverslag – dat door geen enkele partij wordt tegengesproken – wordt vastgesteld dat er tussen, enerzijds, de afgifte van planologisch attest op 6 september 2010 en, anderzijds, de start van het planningsproces dat tot het bestreden RUP heeft geleid op 14 september 2015 (randnr. 11.1), méér dan vijf jaar verstreken zijn, zodat krachtens artikel 4.4.28, tweede lid, 5°, VCRO, op het ogenblik van die start het attest reeds van rechtswege vervallen was. Daaruit volgt dat de plannende overheid bij het vaststellen van het bestreden RUP niet wettig kon steunen op het planologisch attest van 6 september
  46. Aan de voorgaande vaststelling kan geen afbreuk worden gedaan door de omstandigheid dat de verwerende patijen als organen van actief bestuur geen toepassing kunnen maken van de exceptie van onwettigheid van artikel 159 van de Grondwet.
  47. Uit de beslissing van de deputatie van 11 januari 2007 (randnr. 6.2) volgt dat het in het GRS vermelde RUP voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Schuttersveld, exclusief bedoeld is voor het herlokaliseren van bestaande verkeersgenererende lokale bedrijven. De redenering die de eerste verwerende partij in haar laatste memorie ontwikkelt – en die blijkbaar bij het vaststellen van het bestreden RUP gevolgd is – als zou het daarnaast toegelaten zijn om de laatstgenoemde uitbreiding aan te wenden voor andere (nieuwe) bedrijven, komt neer op het negeren van de schrappingen waartoe de deputatie op 11 januari 2007 heeft beslist (randnrs. 6.2 en 6.3). Door de laatstgenoemde bedrijven toe te laten, wijkt het bestreden RUP – zonder enige verantwoording – af van het richtinggevend gedeelte van het door de deputatie goedgekeurde GRS. X-16.779-16/18 Aan de voorgaande vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door het enkele gegeven dat de tussenkomende partij een verkeersgenerend bedrijf zou exploiteren, al was het maar omdat dit bedrijf behoort tot “de bestaande bedrijven” in de zin van artikel 2, § 1, van de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden RUP (randnr. 14.2).
  48. Het eerste middel is in de aangegeven mate gegrond. VI. Omvang van de vernietiging
  49. Naar aanleiding van het tweede middel vraagt de eerste verwerende partij in haar laatste memorie “in uiterst ondergeschikte orde” een gebeurlijke vernietiging te beperken tot de oostelijke agrarische zone van het gewestplan.
  50. Vanuit het oogpunt van de algemene planeconomie moet worden vastgesteld dat het bestreden RUP één enkel bedrijfsterrein betreft, waarrond in alle windrichtingen één aaneensluitende 15 meter brede groenbuffer is voorzien. Het oostelijke en het zuidelijke deel van deze groenbuffer bevindt zich in de oostelijke agrarische zone van het gewestplan. In die omstandigheden kan de eerste verwerende partij er niet van overtuigen dat de oostelijke agrarische zone van het gewestplan afsplitsbaar zou zijn van de rest van de bedrijvenzone. Dit is een voldoende reden om niet in te gaan op de – overigens niet naar aanleiding van het hiervoor gegrond bevonden eerste middel – “in uiterst ondergeschikte orde” geformuleerde vraag tot gedeeltelijke vernietiging. BESLISSING
  51. De Raad van State vernietigt het besluit van : a. de gemeenteraad van de stad Scherpenheuvel-Zichem van 26 mei 2016 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk X-16.779-17/18 uitvoeringsplan (hierna: RUP) “Uitbreiding bedrijventerrein Schuttersveld” en b. de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant van 14 juli 2016 houdende goedkeuring van dit RUP.
  52. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten.
  53. De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust. X-16.779-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.638 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.616 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.