← België

Arrest 245640 - Onteigeningen - 04/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.640 Rolnummer: A. 228276/X-17517 Zaak: Arrest 245640 - Onteigeningen - 04/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-15 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-21 21:49 Fiche Arrest nr 245.640 van 4 oktober 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 245.640 van 4 oktober 2019 in de zaak A. 228.276/X-17.

  1. In zake : Filip VERCAUTEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Guns kantoor houdend te 1790 Affligem Kasteelstraat 58 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Lieve Dehaese kantoor houdend te 3500 Hasselt Luikersteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV AQUAFIN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586/9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 29 mei 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 5 april 2019 van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Oostkamp van openbaar nut wordt verklaard. X-17.517-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 4 juli 2019 heeft de nv Aquafin gevraagd om te mogen tussenkomen. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 september
  4. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jorien Van Belle, die loco advocaat Johan Guns verschijnt voor verzoeker, advocaat Gauthier Baudts, die loco advocaat Lieve Dehaese verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Eline Schroyens, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Verzoeker, die woont in het Oost-Vlaamse Assenede, is sedert 2012 eigenaar van een onbebouwd perceel grond gelegen aan de Proosdijstraat te Hertsberge, een deelgemeente van Oostkamp (hierna: verzoekers braakliggend perceel). Krachtens het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde X-17.517-2/6 gewestplan Brugge-Oostkust is het noordelijk deel van verzoekers braakliggend perceel gelegen in agrarisch gebied en het zuidelijk deel in woongebied.
  7. De nv Aquafin is belast met de opdracht om te Hertsberge een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie (KWZI) aan te leggen. Als onderdeel van dit project wordt achter de Proosdijstraat een nieuw grachtenstelsel voorzien, met op verzoekers braakliggend perceel een – blijkbaar deels te overwelven – gracht langs de grens tussen het agrarisch gebied en het woongebied.
  8. De nv Aquafin dient bij de bevoegde Vlaamse minister een aanvraag in om een verklaring van openbaar nut te verkrijgen voor het project.
  9. Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd, in het kader waarvan onder meer verzoeker een bezwaarschrift indient.
  10. Met het bestreden besluit wordt de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur op het grondgebied van de gemeente Oostkamp van openbaar nut verklaard. Het besluit verwerpt het door verzoeker ingediende bezwaarschrift. IV. Tussenkomst
  11. De nv Aquafin blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  12. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt X-17.517-3/6 aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid De aangevoerde spoedeisendheid
  13. Verzoeker betoogt in zijn verzoekschrift, wat de spoedeisendheid van zijn vordering betreft, dat het bestreden besluit getuigt van een niet te rechtvaardigen verschil in behandeling tussen de onderscheiden eigenaars. Anders dan andere percelen, zal de aan te leggen infrastructuur verzoekers braakliggend perceel – evenals het perceel van zijn buur – immers doormidden snijden. Voor verzoeker zal dat in concreto tot gevolg hebben dat zijn perceel “onrealiseerbaar en onbebouwbaar” wordt en dat “de waardevermindering door de afsplitsing van het achterste deel naderhand economisch niet meer kan hersteld worden”. Het “is immers geen evidentie om een aangelegd rioleringsstelsel zomaar te gaan herleggen”. Verzoeker voegt er aan toe dat de nv Aquafin te kennen heeft gegeven “dat zij de afhandeling van de procedure niet zal afwachten om de afwateringswerken uit te voeren”. Verzoeker heeft reeds in 2015 zijn bezwaren kenbaar gemaakt, maar nadat hij “jaren in het ongewisse” is gelaten wordt hij nu plots geconfronteerd met de huidige procedure. Verzoeker besluit dat het “wenselijk” is om de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te schorsen. Beoordeling
  14. Het komt er voor een verzoeker die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die hij in zijn verzoekschrift aanvoert. Dit houdt in dat het aan de verzoeker toekomt aan X-17.517-4/6 de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor hem persoonlijk veroorzaken. In beginsel kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken werd uiteengezet en gestaafd.
  15. De grondvoorwaarde van de spoedeisendheid is te onderscheiden van deze van het voorhanden zijn van een ernstig middel. Aan de eerstgenoemde grondvoorwaarde moet afzonderlijk zijn voldaan. Verzoekers kritiek aangaande de discriminatie van de eigenaars en zijn bewering dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn bezwaren, vermogen de spoedeisendheid van de vordering in beginsel dan ook niet te verantwoorden.
  16. Er dient een voldoende rechtstreeks verband te bestaan tussen de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit en de aangevoerde spoedeisendheid. De tussenkomende partij legt een stedenbouwkundige vergunning voor de aanleg van de gracht op verzoekers braakliggend perceel neer, die niet – ook niet door verzoeker – in rechte is bestreden. Verzoeker verschaft geen enkele uitleg over de reden waarom hij niet tegen deze vergunning is opgekomen.
  17. Anders dan verzoeker blijkbaar aanneemt, is het geen evidentie dat de openbaarnutverklaring van een – blijkbaar deels te overwelven – gracht op zijn perceel er toe zou leiden dat dit perceel “onrealiseerbaar en onbebouwbaar” wordt. Verzoeker laat na aan te geven welke concrete plannen hij voor zijn zeven jaar geleden verworven braakliggend perceel heeft. X-17.517-5/6 Verzoekers vrees dat de tussenkomende partij snel werken zou aanvatten die voor hem onherstelbare economische schade zouden veroorzaken is in het verzoekschrift onvoldoende gestaafd.
  18. Verzoeker toont de spoedeisendheid van zijn vordering niet aan. VII. Besluit
  19. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen. BESLISSING
  20. Het verzoek van de nv Aquafin tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  21. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, wnd. kamervoorzitter, staatsraad bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jan Clement X-17.517-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.640 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.840 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.