← België

Arrest 245673 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.673 Rolnummer: A. 227858/IX-9527 Zaak: Arrest 245673 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-15 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 22:42 Fiche Arrest nr 245.673 van 7 oktober 2019 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 245.673 van 7 oktober 2019 in de zaak A. 227.858/IX-9527 In zake: Patrick CARLIER woonplaats kiezend te 8470 Gistel Alfons Vanheestraat 7 tegen: HR RAIL, nv van publiek recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Van Olmen en Vincent Vuylsteke kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het verzoekschrift 1.

  1. Het verzoekschrift, ingediend op 10 april 2019, vermeldt als voorwerp: “A. Verzoek tot vernietiging beslissing NMBS tegen de opstarting procedu- re van reglement bundel 575 45 HR-H 2018 (+90% wedde) als aanvulling op het personeelsstatuut statutairen NMBS alsook onregelmatigheden en onzorg- vuldigheid in de toepassing ervan (bijlage A12, A19) B. Klacht tegen de Spoorwegen als werkgever wegens discriminatie, peste- rijen, laster en eerroof, valsheid in geschriften t.o.v. de onmiddellijke chef (OC) en de productiemanager (PM, 2e in de hiërarchische rang), en overtre- ding van de ontvangsttheorie (Lokaal management en HR-Rail).” 1.
  2. Voorts worden, met verwijzing onder meer naar artikel 11bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een morele schadevergoe- ding van 10.000 euro en “financiële rechtzettingen en tijdcompensaties” gevor- derd. IX-9527-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  3. Op 7 juni 2019 heeft de hoofdgriffier van de Raad van State, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 september
  4. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en advocaat Isabelle Berben, die loco advocaten Chris Van Olmen en Vincent Vuylsteke verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Met twee afzonderlijke brieven van 10 april 2019, waarvan verzoeker op 12 april 2019 heeft kennisgenomen, heeft de griffie van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeker verzocht om overeenkom- stig de artikelen 66, 6°, en 70 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 IX-9527-2/6 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: het algemeen procedurereglement) een recht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand over te schrijven op het vermelde rekeningnummer. In de ene brief had dat verzoek betrekking op het “verzoekschrift [...] op de rol ingeschre- ven onder het nummer G/A 227.858/IX-9527”, in de andere brief op het “verzoek tot schadevergoeding tot herstel [...] op de rol ingeschreven onder het nummer G/A 227.858/IX-9527”. In die respectieve brieven is melding gemaakt van het over te schrijven bedrag, het rekeningnummer waarop die overschrijving diende te ge- beuren en de specifieke gestructureerde mededeling die bij de overschrijving diende te worden vermeld. In beide brieven is melding gemaakt van artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement luidens hetwelk de hoofdgriffier, indien de vermelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat aan de betrokken partij meedeelt dat de kamer naargelang van het geval de ingestelde vordering of het ingestelde beroep als niet verricht zal beschouwen of van de rol zal schrappen, tenzij de betrokken partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord.
  7. Verzoeker heeft het recht en de bijdrage tijdig op de vermelde rekening overgeschreven voor de vordering tot schadevergoeding tot herstel, maar niet voor het beroep tot nietigverklaring.
  8. Met een brief van 5 juni 2019, waarvan verzoeker op 7 juni 2019 heeft kennisgenomen, heeft de hoofdgriffier verzoeker ervan in ken- nis gesteld dat de aangewezen kamer naargelang van het geval de ingestelde vor- dering of het ingestelde beroep als niet verricht zou beschouwen of van de rol zou IX-9527-3/6 schrappen, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te wor- den gehoord.
  9. Verzoeker heeft daarop gereageerd met een brief van 7 juni 2019 aan de griffie van de afdeling Bestuursrechtspraak waarin hij erop wijst dat hij “de enigste verzoeker in [zijn] dossier” is en hij “dus [veronderstel- de] slechts éénmaal 220 euro [te moeten] betalen”. Op 10 juni 2019 werd vanwege verzoeker alsnog een betaling van het recht en de bijdrage voor het beroep tot nietigverklaring op de vermelde rekening ontvangen, wat evenwel buiten de termijn is die voorgeschreven is bij artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement en die in dit geval verstreken was op 13 mei
  10. Op de terechtzitting tijdens dewelke hij werd gehoord, heeft verzoeker dan weer gesteld dat hij verward was doordat zijn beide vorderingen onder hetzelfde dossier met hetzelfde rolnummer vielen.
  11. In acht genomen dat de griffie van de afdeling Bestuursrecht- spraak van de Raad van State met twee verschillende brieven met vermelding van het over te schrijven bedrag, het rekeningnummer waarop die overschrijving diende te gebeuren en de te vermelden specifieke gestructureerde mededeling, hem heeft verzocht om het verschuldigde recht en de verschuldigde bijdrage voor respectievelijk het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schadevergoe- ding tot herstel te betalen, voert verzoeker evenwel geen redenen van overmacht of onoverwinnelijke dwaling aan die hem hebben verhinderd om die betaling van het recht en de bijdrage voor het beroep tot nietigverklaring binnen de voorge- schreven termijn te verrichten. Dat beroep moet dan ook overeenkomstig artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement als niet verricht worden beschouwd. De zaak moet dienvolgens – met inbegrip van de vordering tot schadevergoeding tot IX-9527-4/6 herstel, gelet op artikel 25/3, § 3, van het algemeen procedurereglement – van de rol worden afgevoerd.
  12. Het te laat betaalde recht en de bijdrage voor het beroep tot nietigverklaring dienen aan verzoeker te worden terugbetaald. Met toepassing van artikel 70, § 1, vijfde lid, van het algemeen procedureglement zijn het recht en de bijdrage voor de vordering tot schadever- goeding tot herstel in de gegeven omstandigheden niet verschuldigd en dienen ze eveneens aan verzoeker te worden terugbetaald. BESLISSING
  13. De zaak wordt van de rol afgevoerd.
  14. Het te laat betaalde recht van 200 euro voor het beroep tot nietigverkla- ring en de bijdrage van 20 euro dienen aan verzoeker te worden terugbe- taald. Het recht van 200 euro voor de vordering tot schadevergoeding tot herstel en de bijdrage van 20 euro dienen aan verzoeker te worden terugbetaald. IX-9527-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 oktober 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-9527-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.673 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.