← België

Arrest 245692 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 08/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.692 Rolnummer: A. 228233/X-17515 Zaak: Arrest 245692 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 08/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-08 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-24 00:50 Fiche Arrest nr 245.692 van 8 oktober 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : heropening debatten Inwilliging tussenkomst Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 245.692 van 8 oktober 2019 in de zaak A. 228.é/X-17.515 VERKIEZING BIJZONDER COMITÉ SOCIALE DIENST VAN 21 MAART 2019 TE LENNIK In zake: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN LENNIK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steven Van Garsse en Simon Verhoeven kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: KristienVAN VAERENBERGH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Frankard kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Met een op 27 mei 2019 ingediend verzoekschrift stelt het OCMW van Lennik beroep in tegen het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 17 mei 2019 waarbij de beslissingen van de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW (de OCMW-raad) van Lennik van 21 maart 2019 om Karen De Waele en Jo Massaer verkozen te verklaren als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vernietigd worden. X-17.515-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen heeft het dossier van de zaak ingediend. Kristien Van Vaerenbergh heeft een verzoek tot tussenkomst ingediend. De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 oktober
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Yannick Smeets, die loco advocaat Steven Van Garsse verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jonas De Wit, die loco advocaat Sven Frankard verschijnt voor Kristien Van Vaerenbergh, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 7 januari 2019 verkiest de OCMW-raad van Lennik de zes leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD). X-17.515-2/9 Bij arrest van 15 februari 2018 vernietigt de Raad voor Verkiezingsbetwistingen op bezwaar van Kristien Van Vaerenbergh het besluit van 7 januari 2019 in zoverre het twee leden verkozen verklaart. Op 21 maart 2019 gaat de OCMW-raad over tot de invulling van de twee betrokken mandaten. Bij afzonderlijke besluiten worden, respectievelijk, Karen De Waele en Jo Massaer verkozen. Weer op beroep van Kristien Van Vaerenbergh vernietigt de Raad voor Verkiezingsbetwistingen de twee besluiten omdat niet in één stemronde over beide mandaten samen is beslist. IV. Tussenkomst
  6. Kristien Van Vaerenbergh vraagt terecht in het debat te mogen tussenkomen. Het beroepen arrest is op haar verzoek uitgesproken. IV. Eerste middel Standpunt van de verzoekende partij
  7. De verzoekende partij leidt een eerste middel af uit de schending van de artikelen 22 en 31 van het decreet van 4 april 2014 „betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges‟ (hierna het DBRC-decreet) – “de onontvankelijkheid van het initiële bezwaar wegens het gebrek aan hoedanigheid van mevrouw Van Vaerenbergh”. De verzoekende partij licht toe dat zij voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen deed gelden dat de tussenkomende partij geen hoedanigheid bezit om een bezwaar in te dienen; artikel 22 van het DBRC- decreet bepaalt immers dat enkel kandidaten gerechtigd zijn om een bezwaar in te dienen tegen een verkiezing. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen verwierp de X-17.515-3/9 exceptie, oordelend dat niet artikel 22, maar de artikelen 30-31 van het DBRC- decreet van toepassing waren. De verzoekende partij meent evenwel: “Bij gebreke aan een specifieke bepaling inzake de verkiezing van de le- den voor het BCSD en de vaststelling dat de artikelen 30-31 DBRC- decreet klaarblijkelijk in casu niet relevant en toepasselijk zijn, is het OCMW dan ook van oordeel dat de hoedanigheidsvereiste van artikel 22 van toepassing is, met name dat enkel de kandidaten van een bepaalde verkiezing gerechtigd zijn om tegen diezelfde verkiezing bezwaar in te dienen bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen.” Als de artikelen 30 en 31 toch van toepassing zouden zijn, dan is, aldus de verzoekende partij, het bezwaar van de tussenkomende partij “manifest laattijdig cfr. artikel 31 DBRC-decreet”.
  8. In de memorie van wederantwoord merkt de verzoekende partij nog op dat indien – zoals de tussenkomende partij meent – noch artikel 22 van het DBRC-decreet van toepassing is, noch artikel 31, § 1, eerste lid, van het DBRC-decreet, zij dan “op geen enkele basis een ontvankelijk bezwaar [kon] indienen bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen”, bij gebrek aan een geldige rechtsbasis in het DBRC-decreet om bezwaar in te dienen tegen de verkiezing van de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Beoordeling
  9. Hoofdstuk 3 „Rechtspleging‟, afdeling 4, van het DBRC- decreet bevat “Bepalingen die van toepassing zijn op de Raad voor Verkiezingsbetwistingen” en behelst twee onderafdelingen. Onderafdeling 1 „Rechtspleging in de procedures voor bezwaren tegen de verkiezing en bezwaren op grond van de schending van de regelgeving inzake de verkiezingsuitgaven door kandidaten en lijsttrekkers, alsmede de procedures voor de verkiezing en benoeming van de schepenen en de verkiezing van de opvolgers‟ (artikelen 22 – 29) schrijft in artikel 22 voor: X-17.515-4/9 “Alleen de kandidaten zijn gerechtigd bij de Raad voor Verkiezingsbe- twistingen bezwaar in te dienen tegen de verkiezing en tegen de verkie- zingsuitgaven die werden gedaan door de lijsttrekkers en de kandidaten. Het bezwaar wordt ingediend bij wijze van verzoekschrift.” Onderafdeling 2 „Rechtspleging voor overige betwistingen‟ telt twee artikelen, die luiden: “Art.
  10. Voor de geschillen, vermeld in artikel 13, 44, § 6, 60, 218bis en 273, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, doet de Raad voor Ver- kiezingsbetwistingen uitspraak binnen veertig dagen na de indiening van het bezwaar, behalve in de geschillen over het verval van het mandaat, vermeld in artikel 10 en 13 van het voormelde decreet. Voor de geschillen, vermeld in artikel 13, 44, § 4, en artikel 211bis van het Provinciedecreet van 9 december 2005, doet de Raad voor Verkie- zingsbetwistingen uitspraak binnen veertig dagen na de indiening van het bezwaar, behalve in de geschillen over het verval van het mandaat, ver- meld in artikel 10 en 13 van het voormelde decreet. Voor de geschillen, vermeld in artikel 22 en 57 van het decreet van 19 de- cember 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, doet de Raad voor Verkiezingsbetwistingen uit- spraak binnen veertig dagen na de indiening van het bezwaar, behalve in de geschillen over het verval van het mandaat, vermeld in artikel 19 en 22 van het voormelde decreet. Art.
  11. § 1 In de gevallen, vermeld in artikel 15 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, zijn alleen de gemeenteraadsleden en de perso- nen die voorkomen op de voordrachtsakte, vermeld in artikel 10, § 1, en in artikel 14 van het voormelde decreet, gerechtigd om bezwaar in te die- nen. Het bezwaarschrift wordt op straffe van onontvankelijkheid uiterlijk ingediend op de vijfde dag die volgt op de afkondiging van de verkie- zingsuitslag. Het is verboden, op straffe van een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar, het bewijs van ontvangst van het bezwaarschrift te antidateren. § 2 Iedereen die een bezwaar heeft ingediend dat ongegrond blijkt en waarvan vaststaat dat het is ingediend met het oogmerk om te schaden, wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 500 euro. De opbrengst van de geldboete wordt gestort op de rekening van het fonds voor de dienst van de Bestuursrechtscolleges. § 3 De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak, als er bezwaar wordt ingediend binnen veertig dagen na de ontvangst van het dossier, over de geldigheid van de verkiezingen. Hij herstelt, in voorkomend ge- val, de vergissingen die begaan zijn bij het vaststellen van de verkiezings- uitslag. Als binnen die termijn geen uitspraak is gedaan, wordt de verkie- zing als regelmatig beschouwd. § 4 De beslissing van het rechtscollege heeft op zijn vroegst uitwerking na het verstrijken van de termijnen, vermeld in paragraaf 5, om beroep in te stellen bij de Raad van State. X-17.515-5/9 § 5 De gemeente, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, de verkozen leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, de opvolgers van wie de verkiezing is vernietigd en de opvolgers van wie de verkie- zingsrang is gewijzigd, alsook de personen die bezwaren hebben inge- diend, kunnen bij de Raad van State beroep instellen binnen acht dagen na de kennisgeving van de beslissing van de Raad voor Verkiezingsbetwis- tingen of de mededeling van het feit dat de termijn van veertig dagen is verstreken. Het beroep schorst de beslissing van de Raad voor Verkie- zingsbetwistingen tot vernietiging of tot wijziging van de verkiezingsuit- slag of van de zetelverdeling. De hoofdgriffier van de Raad van State deelt het beroep binnen acht da- gen na de ontvangst ervan mee aan de provinciegouverneur, aan het be- trokken Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, aan de ge- meente, aan de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen en aan de verkozenen van wie de verkiezing of verkiezingsrang wordt be- twist. De Raad van State doet uitspraak binnen een termijn van zestig da- gen. Het arrest van de Raad van State wordt door de zorg van de hoofd- griffier onmiddellijk ter kennis gebracht van de verzoeker, de provincie- gouverneur, het betrokken Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Wel- zijn, de gemeente en de verkozenen van wie de verkiezing wordt vernie- tigd of van wie de verkiezingsrang wordt gewijzigd. Als een vernietiging definitief geworden is, wordt binnen twintig dagen, vanaf de dag na de kennisgeving van de vernietiging aan de betrokken gemeente, tot een nieuwe verkiezing overgegaan op basis van de ontvan- kelijke voordrachtsakte voor de vernietigde verkiezing, ingediend con- form artikel 10, § 1, en 14, van het decreet van 19 december 2008 betref- fende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Ingeval van onvoldoende voordrachten is artikel 14, tweede lid, van het voormelde decreet, met behoud van artikel 13 van het voormelde decreet, van toepassing, met dien verstande dat de termijn van twintig dagen geldt. Tot de installatie van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn kunnen al- leen dringende zaken worden behandeld. Een vernietiging of een herstel van de verkiezingsuitslag tast de geldig- heid niet aan van de beslissingen van de Raad voor Maatschappelijk Wel- zijn die genomen zijn voor de kennisgeving van de definitieve uitspraak.”
  12. Het voorliggende geschil is geen geschil als bedoeld in artikel 22 van het DBRC-decreet, noch een geschil als bedoeld in artikel 31 ervan. Artikel 22 herneemt artikel 207 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli
  13. Het betreft de bevoegdheid tot uitspraak met betrekking tot de betwistingen inzake gemeenteraadsverkiezingen waarvan sprake in artikel 203 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli
  14. Artikel 31 beoogt de gevallen “vermeld in artikel 15 van het decreet van X-17.515-6/9 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn [hierna: OCMW-decreet]” en namelijk de verkiezing van de leden van de raden voor maatschappelijk welzijn en hun opvolgers. Het voorliggende geschil is er evenwel één over de verkiezing van een lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De bevoegdheid om er kennis van te nemen is de Raad voor Verkiezingsbetwistingen toevertrouwd door – voorheen artikel 22 van het OCMW-decreet, thans – artikel 147 van het decreet van 22 december 2017 „over het lokaal bestuur‟.
  15. Het blijkt niet dat de decreetgever in een specifieke regeling heeft voorzien inzake de vereiste hoedanigheid en belang om die betwisting ontvankelijk bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen te kunnen aanbrengen. Dit sluit niet uit dat wie de betwisting aanvoert hoe dan ook over een toereikend belang dient te beschikken.
  16. Te dezen heeft de tussenkomende partij zich als “gemeente- en OCMW-raadslid N-VA-Lennik Kwadraat” tot de Raad voor Verkiezings- betwistingen gericht teneinde de vernietiging te verkrijgen van twee OCMW- raadsbeslissingen van 21 maart 2019 om reden van wat, toen, door het OCMW van Lennik zelf in zijn “nota voor een betrokken partij” werd samengevat als: hun onwettigheid doordat “niet de hiertoe geijkte procedure zou zijn gevolgd”. Meer bepaald werden de beslissingen genomen bij afzonder- lijke stemmingen, en niet in één enkele stemronde. In het laatste geval zou de tussenkomende partij, als oppositieraadslid, zwaarder op de uitkomst hebben kunnen wegen. Als OCMW-raadslid opkomend tegen de wijze waarop de OCMW-raad de beslissingen van 21 maart 2019 nam, mag de tussenkomende partij geacht worden – minstens mede – ter bescherming van haar prerogatieven te zijn opgetreden. X-17.515-7/9 Terecht dan ook was de Raad voor Verkiezingsbetwistingen in zijn bestreden arrest van oordeel dat de tussenkomende partij, toentertijd verzoekende partij, in haar hoedanigheid van verkozen lid van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn, een functioneel belang heeft bij haar bezwaar.
  17. Terecht ook besluit de Raad voor Verkiezingsbetwistingen tot de tijdigheid van het bezwaar omdat het werd ingediend binnen de door artikel 27 van het decreet van 4 april 2014 gestelde termijn van dertig dagen. Artikel 27, § 1, luidt: “Behalve in de gevallen, vermeld in dit decreet, bedraagt de termijn voor het instellen van een bezwaar bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen dertig dagen.” De verzoekende partij doet niet aannemen dat te dezen een andere termijn van toepassing is. Als reeds sub randnummer 8 gezien, betreft artikel 31, § 1, waarin sprake is van een termijn van slechts vijf dagen voor het indienen van een bezwaarschrift, een ander geval dan te dezen aan de orde is.
  18. De conclusie is dat het bezwaar van de tussenkomende partij bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen terecht niet als onontvankelijk is verworpen. Het eerste middel is ongegrond.
  19. Aangezien het onderzoek in het auditoraatsverslag tot dit middel beperkt bleef, is er reden tot het opstellen van een aanvullend verslag. BESLISSING
  20. De Raad van State laat Kristien Van Vaerenbergh toe in het debat tussen te komen.
  21. De Raad van State heropent het debat. X-17.515-8/9
  22. Het bevoegd lid van het auditoraat wordt belast met het opstellen van een aanvullend verslag. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.515-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.692 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.192 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.