id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.764 Rolnummer: A. 221744/IX-9034 Zaak: Arrest 245764 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 15/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-24 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-21 21:34 Fiche Arrest nr 245.764 van 15 oktober 2019 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 245.764 van 15 oktober 2019 in de zaak A. 221.744/IX-9034 In zake: Sigrid VAN DAELE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: I. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door:
- het Selectiebureau van de Federale Overheid
- de minister van Begroting en van Ambtenarenzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de minister van Digitale Agenda II. het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR BEROEPSRISICO‟S -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 20 maart 2017, strekt tot de nietigver- klaring van: “- de beslissing van Selor en Fedris, waarvan het bestaan blijkt uit de brief dd. 17 januari 2017 van Fedris, waarbij mevrouw Sigrid Van Daele: ° weliswaar geslaagd wordt verklaard voor de bijkomende proef met be- trekking tot de bevordering naar niveau B van een administratief deskun- dige (niveau B1) „Directiesecretaris P&O – HR‟ voor het Fonds voor de Beroepsziekten‟, en haar een eindresultaat van 77,14/100 wordt toege- kend, ° maar slechts als tweede wordt gerangschikt in de vergelijkende se- lectieprocedure BNG16073 en dus wordt uitgesloten voor de eigenlijke bevordering, IX-9034-1/4 - de impliciete beslissingen waarbij de eerst gerangschikte persoon, waar- van de identiteit onbekend is, in diezelfde bevorderingsprocedure wordt bevorderd tot administratief deskundige (niveau B1) „Directiesecretaris P&O – HR‟ voor het Fonds voor de Beroepsziekten, thans Fedris, waarbij de bevordering van [Sigrid Van Daele] bijgevolg wordt geweigerd, min- stens waarbij [zij] wordt uitgesloten voor de eigenlijke bevordering.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord inge- diend. Auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de eerste verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Sebastiaan De Meue, die verschijnt voor de verzoe- kende partij en advocaat Anthony Poppe, die tevens loco advocaat Emmanuel Jacubowitz verschijnt voor de eerste verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. IX-9034-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Afstand
- In haar laatste memorie verklaart verzoekster dat zij “de vernie- tigingsprocedure niet verder [wenst] te zetten”. Dit kan niet anders dan als een afstand van het geding worden begrepen. IV. Kosten
- Met betrekking tot de rechtsplegingsvergoeding betoogt ver- zoekster in haar laatste memorie als volgt: “
- Verzoekster vraagt wel dat zij, in de mate dat wordt besloten tot de opheffing van de vertrouwelijkheid van het stuk 22 van het administratief dossier, in de huidige stand van de procedure als in het gelijk gestelde par- tij kan worden beschouwd in de zin van art. 30/1 van de RvS-Wet. Met de Auditeur moet immers worden vastgesteld dat verwerende partijen er zelfs niet in slaagden om de vertrouwelijkheid van het stuk 22 te ver- antwoorden. De rechtsplegingsvergoeding dient bijgevolg ten laste van verwerende partijen gelegd te worden.
- In ondergeschikte orde vraagt verzoekster dat de rechtsplegingsvergoe- ding, gelet op het kennelijk onredelijke karakter […] van de situatie, wordt herleid tot het minimum. Het geschil vindt immers geen einde door de beoordeling van de ge- grondheid van het beroep van verzoekster, maar doordat de proceshou- ding van verwerende partijen – die erin bestaat om essentiële stukken van het administratief dossier achter te houden–, de tijd, energie en middelen van verzoekster heeft uitgeput.”
- Verzoekster doet, om haar moverende redenen die met de grond van de zaak geen verband houden, afstand van het geding en kan bijgevolg niet worden beschouwd als de in het gelijk gestelde partij. IX-9034-3/4 Ingevolge die afstand, zal de Raad ook niet meer komen tot een onderzoek naar de eventuele opheffing van de vertrouwelijkheid van stuk
- Zo een eventuele opheffing zou, overigens, geenszins vooruitlopen op de beoorde- ling ten gronde.
- Verzoekster geeft geen nadere toelichting over haar financiële draagkracht. De reden waarom verzoekster een herleiding vraagt van de rechts- plegingsvergoeding valt voor het overige niet onder de criteria die limitatief zijn opgesomd in artikel 30/1, § 2, eerste lid, RvSt-Wet. Met de gevraagde tempering kan niet worden ingestemd. BESLISSING
- De Raad van State verleent akte van de afstand.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechts- plegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de eerste verwe- rende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 15 oktober 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9034-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.764 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div