id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.778 Rolnummer: A. 221850/X-16894 Zaak: Arrest 245778 - Onteigeningen - 15/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-22 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-21 21:40 Fiche Arrest nr 245.778 van 15 oktober 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 245.778 van 15 oktober 2019 in de zaak A. 221.850/X-16.
- In zake :
- John-Henri von MERVELDT
- Tassilo von MERVELDT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marie-Josée Deuss kantoor houdend te 3740 Bilzen Rode Kruislaan 142/A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 april 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 25 augustus 2016 van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Voeren van openbaar nut wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-16.894-1/9 Verzoekers en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 september
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Philippe Ghesquiere, die loco advocaat Marie-Josée Deuss verschijnt voor verzoekers, en advocaat Tanju Turkeli, die loco advocaat Stijn Butenaerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 22 februari 2011 stelt de gemeenteraad van de gemeente Voeren het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: RUP) “Moster & Graef” voorlopig vast, dat onder meer betrekking heeft op een in de zuidoostelijke hoek gelegen gedeelte van het perceel “Langveld” te Remersdaal, kadastraal gekend als Voeren, Sectie B, nr. 36G (hierna: het perceel Langveld). Dit perceelsgedeelte was krachtens het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgestelde gewestplan Sint-Truiden – Tongeren gelegen in landelijk woongebied. Rose de Furstenberg, grootmoeder van verzoekers, en Catherine de Pitteurs de Budingen, de moeder van verzoekers, zijn respectievelijk vruchtgebruikster en naakte eigenares van het perceel Langveld. Tijdens het over het ontwerpplan gehouden openbaar onderzoek dienen zij gezamenlijk een bezwaarschrift in. X-16.894-2/9
- Op 22 november 2011 stelt de gemeenteraad van Voeren het gemeentelijk RUP “Moster & Graef” definitief vast. In de zuidoostelijke hoek van het perceel Langveld wordt een strook van landelijk woongebied herbestemd tot zone voor openbaar nut, die krachtens artikel 3.1.1 van de stedenbouwkundige voorschriften “is bestemd voor infrastructuur van openbaar nut voor waterzuivering”. Het gemeentelijk RUP “Moster & Graef” wordt door de deputatie van de provincieraad van de provincie Limburg goedgekeurd bij besluit van 29 maart
- Met een notariële akte van 24 december 2015 schenkt Catherine de Pitteurs de Budingen aan verzoekers de naakte eigendom van het perceel Langveld.
- Op 11 februari 2016 dient de nv Aquafin een aanvraag in om een verklaring van openbaar nut te verkrijgen voor de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur op het perceel Langveld.
- Tijdens het over de openbaarnutsverklaring van 3 maart tot 1 april 2016 gehouden openbaar onderzoek dienen de gebruiker van het perceel Langveld, evenals Rose de Furstenberg en Catherine de Pitteurs de Budingen een bezwaarschrift in.
- Met een besluit van 25 augustus 2016 van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw wordt de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Voeren van openbaar nut verklaard. Dit is het bestreden besluit, waarin wordt overwogen “dat de keuze voor de inplantingsplaats [van de waterzuiveringsinstallatie] reeds gemaakt werd in het RUP Moster & Graef”.
- Op 4 april 2017 stellen verzoekers bij de Raad van State annulatieberoep in tegen het gemeentelijk RUP “Moster & Graef” (zaak X-16.894-3/9 A.221.852/X-16.896). Nadat in het auditoraatsverslag de laattijdigheid van dit beroep is vastgesteld wordt het verworpen bij ’s Raads arrest nr. 245.498 van 20 september
- IV. Het tweede en het derde middel Uiteenzetting van de middelen 10.
- Het tweede middel is afgeleid uit de schending van de motiveringsplicht. Het derde middel is afgeleid uit de schending van het zorgvuldigheids- en het vertrouwensbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 10.
- Verzoekers stellen in hun derde middel dat zij, noch hun rechtsvoorgangers ooit in kennis werden gesteld van het gemeentelijk RUP “Moster & Graef”. Door het gebrek aan individuele kennisgeving hebben de eigenaars niet de mogelijkheid gehad hun bezwaren en opmerkingen te doen gelden. 10.
- Verzoekers wijzen er in hun tweede middel op dat in het bestreden besluit vermeld wordt dat de exacte inplanting van de waterzuiveringsinstallatie bepaald werd in het gemeentelijk RUP “Moster & Graef”, terwijl verzoekers slechts naar aanleiding van onderhavig beroep kennis hebben gekregen van dit RUP. Bovendien is dit RUP niet terug te vinden op de website geopunt.be. Minstens dient besloten te worden dat er onduidelijkheid bestaat over de bestemming van het perceel Langveld. Verzoekers zijn van oordeel dat hierdoor de formelemotiveringsplicht geschonden is.
- In hun memorie van wederantwoord wijzen verzoekers op het annulatieberoep dat zij tegen het gemeentelijk RUP “Moster & Graef” hebben ingesteld (zaak A.221.852/X-16.896). Verder zijn verzoekers van oordeel dat de X-16.894-4/9 verwerende partij “het nodige had moeten ondernemen om het RUP Moster & Graef op te nemen in Geopunt”. Beoordeling
- Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het gemeentelijk RUP “Moster & Graef” in de zuidoostelijke hoek van het perceel Langveld een strook herbestemt om er de inplanting van waterzuiveringsinfrastructuur mogelijk te maken, zodat het terecht is dat in het bestreden besluit wordt overwogen “dat de keuze voor de inplantingsplaats [van de waterzuiveringsinstallatie] reeds gemaakt werd in het RUP Moster & Graef”. Zoals vermeld (randnr. 9) is het annulatieberoep van verzoekers tegen dit RUP verworpen bij ’s Raads arrest nr. 245.498 van 20 september
- Uit de gegevens van de zaak (randnr. 3) blijkt dat de rechtsvoorgangers van verzoekers – zijnde de toenmalige zakelijke rechthouders – tijdens het openbaar onderzoek over het gemeentelijk RUP “Moster & Graef” een bezwaarschrift hebben ingediend, zodat zij wel degelijk de mogelijkheid hebben gehad hun bezwaren en opmerkingen te doen gelden. Het bekendmakingsbericht van het definitief vastgestelde en door de deputatie van de provincieraad van de provincie Limburg goedgekeurde gemeentelijk RUP “Moster & Graef” is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 mei
- Verzoekers ontkrachten niet dat voor het gemeentelijk RUP “Moster & Graef” – dat een reglementaire aard heeft – reeds in 2012 voldaan is aan de wettelijke bekendmakingsvereisten. De argumentatie van verzoekers mist overtuigingskracht omdat deze vereisten niet de opname van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan op de gewestelijke website geopunt.be omvatten. X-16.894-5/9 Uit het voorgaande volgt dat verzoekers reeds op het ogenblik dat zij de naakte eigendom van het perceel Langveld verwierven – en dus vóór het bestreden besluit werd genomen – geacht moeten worden kennis te hebben gehad van het gemeentelijk RUP “Moster & Graef”, dat de inplanting van waterzuiveringsinfrastructuur in de zuidoostelijke hoek van het voornoemde perceel voorziet. In dat licht is het ten onrechte dat verzoekers beweren dat er onduidelijkheid zou bestaan over de bestemming van het perceel Langveld.
- Het tweede en het derde middel worden verworpen. VI. Het eerste middel Uiteenzetting van het middel 15.
- Het eerste middel is genomen uit de schending van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 15.
- Verzoekers stellen dat de nv Aquafin onzorgvuldig is geweest door enkel het bestreden besluit mee te delen en niet het grondinnemingsplan, terwijl uit het bestreden besluit blijkt dat haar een afschrift ervan samen met het goedgekeurde bijbehorende grondinnemingsplan werd opgestuurd en dat zij de taak kreeg om de belanghebbende eigenaars en huurders op de hoogte te brengen. Hierdoor is ook de formelemotiveringsplicht geschonden.
- In hun memorie van wederantwoord merken verzoekers op dat zich geen probleem voordoet in de betekening, maar wel in het niet toevoegen van het grondinnemingsplan, dat er een integrerend deel van uitmaakt en dat nodig is om te weten waar de rioolzuiveringsinfrastructuur wordt ingeplant. Door op deze wijze te handelen, kan niet ontkend worden dat de overheid onzorgvuldig, minstens onredelijk is geweest. X-16.894-6/9 Beoordeling
- Anders dan verzoekers blijkbaar menen, toont een gebeurlijke onregelmatigheid bij de betekening van de bestreden beslissing de onwettigheid van de bestreden beslissing nog niet aan. Hiervoor is reeds gebleken dat verzoekers reeds vóór het bestreden besluit werd genomen geacht moeten worden er van op de hoogte geweest te zijn dat het gemeentelijk RUP “Moster & Graef” de inplanting van waterzuiveringsinfrastructuur in de zuidoostelijke hoek van het perceel Langveld voorziet. Uit geen van de aangevoerde rechtsregels volgt dat de kennisgeving van de verklaring van openbaar nut ook de overmaking van de goedgekeurde plannen diende te omvatten.
- Het eerste middel wordt verworpen. VI. Het vierde middel Uiteenzetting van het middel
- In hun laatste memorie voeren verzoekers een “bijkomend” vierde middel aan, dat is afgeleid uit “de schending van het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, m.n. de draagwijdte van de normale formelemotiveringsplicht en overtreding artikel 4.3.
- §2 VCRO”. Verzoekers wijzen er op dat in de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP “Moster & Graef” bepaald is dat het zal gaan om natuurlijke waterzuivering die maximaal ondergronds gebouwd zal worden en landschappelijk moet worden geïntegreerd. Uit mailverkeer met de nv Aquafin en een vergelijking met een gelijkaardig concept te Maarkedal maken verzoekers op dat deze elementen niet gerespecteerd zullen worden. De waterzuiveringsinstallatie wordt ook niet ingeplant in bouwvrij gebied, want aan de overzijde van de straat zijn verschillende huizen gebouwd. X-16.894-7/9 Beoordeling
- Vooreerst moet worden herhaald dat in het bestreden besluit terecht wordt overwogen “dat de keuze voor de inplantingsplaats [van de waterzuiveringsinstallatie] reeds gemaakt werd in het RUP Moster & Graef”. Daargelaten de tijdigheid van het “bijkomend” middel, moet – zoals de verwerende partij in haar laatste memorie opmerkt – worden vastgesteld dat het niet tot de nietigverklaring kan leiden daar de uit de – niet verordenende – toelichtingsnota aangehaalde elementen betrekking hebben op de bouw van de installatie en de daarvoor af te geven stedenbouwkundige vergunning en niet op de bestreden openbaarnutsverklaring.
- Het vierde middel wordt verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro. X-16.894-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust. X-16.894-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.778 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.