← België

Arrest 245824 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 21/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.824 Rolnummer: A. 228661/XIV-38105 Zaak: Arrest 245824 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 21/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-25 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 07:13 Fiche Arrest nr 245.824 van 21 oktober 2019 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Schorsing als niet verricht beschouwd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 245.824 van 21 oktober 2019 in de zaak A. 228.661/XIV-38.105 In zake : Koen DE WITTE woonplaats kiezend te 3582 Beringen Hooistraat 22 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 15 juli 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 25 juni 2019 waarbij de deliberatiecommissie in het kader van de “selectieprocedure aspirant- hoofdinspecteur van politie met bijzondere specialisatie op basis van een diploma niveau B - 2019-GMK-ECOFIN” heeft vastgesteld dat verzoeker “op dit ogenblik niet de nodige basiscompetenties (bezit) om het beoogde politieambt uit te oefenen”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Op 12 september 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. XIV-38.105-1/3 De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 71, vierde lid, van voormeld besluit van de Regent zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvings- formulier, de vordering als niet verricht worden beschouwd. In het aangetekend schrijven waarbij aan de verzoekende partij de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meegedeeld, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid. De verzoekende partij heeft de betrokken rekening niet gecrediteerd binnen de voormelde termijn van dertig dagen. Om die reden dient de vordering als niet verricht te worden beschouwd. BESLISSING De vordering wordt als niet verricht beschouwd. XIV-38.105-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, waarnemend voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Kaat Leus XIV-38.105-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.824 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.035 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.