← België

Arrest 245842 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 22/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.842 Rolnummer: A. 218400/X-16523 Zaak: Arrest 245842 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 22/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-04 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-24 00:43 Fiche Arrest nr 245.842 van 22 oktober 2019 Fiscaliteit - Fiscale provinciale en lokale reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 245.842 van 22 oktober 2019 in de zaak A. 218.400/X-16.523 In zake : de NV MACHIELS BUILDING SOLUTIONS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Nick Parthoens kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD BERINGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nathalie Wouters en Steven Michiels kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 15 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemeenteraad van de stad Beringen van 14 december 2015 tot heffing, voor de aanslagjaren 2015-2019, van een belasting op de onderbenutte bedrijfskavels, gelegen in een gebied bestemd voor industriële of ambachtelijke bedrijvigheid volgens het gewestplan, een goedgekeurd of vastgesteld plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan of het plannenregister. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-16.523-1/6 Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 september
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jarien Bloemen, die loco advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Nick Parthoens verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Wouter Rubens, die loco advocaten Nathalie Wouters en Steven Michiels verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 14 december 2015 heft de gemeenteraad van de stad Beringen voor de aanslagjaren 2015-2019 een belasting op de onderbenutte bedrijfskavels. Volgens artikel 2 moet onder “bedrijfskavel” worden verstaan: “één of meerdere kadastrale percelen gelegen in een gebied bestemd voor industriële of ambachtelijke bedrijvigheid, conform gewestplan, goedgekeurd plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of plannenregister, en die desgevallend een ruimtelijk aaneengesloten geheel vormen en eigendom zijn van X-16.523-2/6 dezelfde natuurlijke of rechtspersoon of eigendom zijn van meerdere natuurlijke of rechtspersonen maar die behoren tot dezelfde familie of dezelfde groep van vennootschappen”. Een onderbenutte bedrijfskavel is “een bedrijfskavel waar op 1 januari van het aanslagjaar geen 50% van de totale grondoppervlakte van de bedrijfskavel wordt benut voor ambachtelijke, industriële of logistieke activiteiten”. Artikel 3, eerste en tweede lid, luiden: “De belastingplichtige is/zijn de natuurlijke- of rechtsperso(o)nen die op 1 januari van het aanslagjaar de eigenaar(s) is/zijn van de onderbenutte bedrijfskavel gelegen in een gebied bestemd voor industriële of ambachtelijke bedrijvigheid. Indien er een erfpacht of een opstalrecht bestaat is de belastingplichtige enkel de erfpachtnemer of de opstalhouder en niet de eigenaar, tenzij de erfpacht of opstal slechts betrekking heeft voor een gedeelte van de bedrijfskavel. In deze hypothese zijn de erfpachtnemer en de opstalhouder belastingplichtig in verhouding tot hun deel van de bedrijfskavel.”
  6. Verzoekster zet uiteen dat zij, binnen een bedrijfskavel van meer dan 29ha, eigendom van de nv Laura Coal Belgium, opstalhouder is van een niet onderbenut gedeelte ter grootte van 8ha 64a 48ca.
  7. Bij beslissing van 20 juni 2016 heft de gemeenteraad zijn besluit van 14 december 2015 op vanaf 1 januari
  8. IV. Belang Standpunt van de partijen
  9. Verzoekster argumenteert dat de toepassing van het belastingreglement ertoe zal leiden dat zij als belastingplichtige zal worden aangeduid en aldus met toepassing van het reglement een belastingaanslag zal ontvangen. X-16.523-3/6
  10. De verwerende partij werpt tegen dat verzoekster, die aantoont “dat er geen onderbenutting is op het gedeelte van de percelen die zij in opstal heeft”, “niet door het belastingreglement wordt geviseerd” en geen belastingaanslag zal ontvangen. Verzoekster mist bijgevolg het rechtens vereiste belang bij het beroep.
  11. In de memorie van wederantwoord reageert verzoekster onder meer: “
  12. Uit het […] artikel 2 van het belastingreglement volgt, samengevat, dat een „bedrijfskavel‟ in de zin van het belastingreglement kan bestaan uit verschillende percelen die samen één aaneengesloten geheel vormen en eigendom zijn van dezelfde of meerdere rechtspersonen die één vennootschapsfamilie vormen. Artikel 1 van het reglement bepaalt dat een belasting wordt geheven op onderbenutte bedrijfskavels. Artikel 2, derde lid, definieert dat een bedrijfskavel „onderbenut‟ is indien er op 1 januari van het aanslagjaar geen 50% van de totale grondoppervlakte wordt benut voor industriële, ambachtelijke of logistieke activiteiten. De onderbenuttingsgraad moet conform het belastingreglement dan ook worden beschouwd per bedrijfskavel en niet per perceel dat desgevallend binnen een bedrijfskavel gelegen is. Artikel 3 van het reglement voegt toe dat de belastingplichtige voor een onderbenutte bedrijfskavel de eigenaar van de bedrijfskavel is. In geval van erfpacht of opstal voorziet artikel 3 van het reglement dat de erfpachter of opstalhouder de belastingplichtige is voor de bedrijfskavel, tenzij het recht van erfpacht of opstal beperkt is tot een deel van de kavel. In dat geval is de erfpachter of opstalhouder belastingplichtig in verhouding tot zijn deel in de gehele kavel.
  13. Anders dan de verwerende partij lijkt te oordelen, kan hieruit niet zonder meer worden afgeleid dat een erfpachter of opstalhouder wiens recht zich uitstrekt tot een deel van de bedrijfskavel en op zijn eigen percelen een voldoende benuttig heeft voorzien, geen enkele belasting zou moeten betalen. Uit artikel 3 van het reglement volgt namelijk slechts dat de belastingplicht in een dergelijk geval wordt verdeeld en dus niet dat de belastingplicht van de erfpachter of opstalhouder zou vervallen.”
  14. In de laatste memorie benadrukt verzoekster dat het standpunt van de verwerende partij “niet zo eenduidig “ is als zij laat uitschijnen. X-16.523-4/6 Beoordeling
  15. Zoals verzoekster betoogt, wijst de bestreden beslissing “niet zo eenduidig” uit dat de erfpachtnemer en de opstalhouder van slechts een gedeelte van een bedrijfskavel, welk gedeelte niet onderbenut is, in geen geval belastingen verschuldigd zullen zijn – óók niet gedeeltelijk, naar verhouding van de omvang van hun gedeelte van de bedrijfskavel tot de totale oppervlakte ervan, wanneer de bedrijfskavel globaal beschouwd onderbenut zou blijken.
  16. Naar de verwerende partij evenwel uiteenzet, is het nochtans haar uitdrukkelijke bedoeling geen belasting te heffen ten laste van de erfpachtnemer en de opstalhouder van slechts een gedeelte van een bedrijfskavel, als hun gedeelte niet onderbenut is, en heeft zij zich daar ook consequent naar gedragen. In dat verband doet zij in de memorie van antwoord klaar en duidelijk gelden: “De erfpachtnemer en de opstalhouder is enkel gehouden voor de oppervlakte van de bedrijfspercelen waarvan hij erfpachtnemer of opstalhouder is en niet voor de oppervlakte van de bedrijfspercelen waarop hij geen zakelijke of persoonlijke rechten heeft. Indien de oppervlakte van de bedrijfspercelen waarover hij erfpachtnemer of opstalhouder niet onderbenut is, dan wordt hij niet belast.” Voorts betwist verzoekster niet dat zij, zoals de verwerende partij doet gelden, voor het aanslagjaar 2015, zijnde het enige waarvoor het bestreden reglement kon worden toegepast, “niet is aangeslagen in de [bestreden] belasting op de onderbenutte bedrijfskavels [en evenmin een aangifteformulier heeft moeten indienen]”. “Voor de goede orde” wijst de verwerende partij er bovendien op dat een aanslag voor dat jaar “evenmin nog zou kunnen”.
  17. Geïnterpreteerd zoals het bestreden belastingreglement volgens haar auteur bedoeld is en moet worden begrepen, en zoals het effectief is toegepast – niet op verzoekster – is verzoekster dan ook zonder het vereiste belang bij een beroep ertegen. X-16.523-5/6
  18. Gelet op de voormelde initiële onduidelijkheid is er reden de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  19. De Raad van State verwerpt het beroep.
  20. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-16.523-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.842 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.