← België

Arrest 245879 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.879 Rolnummer: A. 227071/VII-40462 Zaak: Arrest 245879 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-07 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-21 06:50 Fiche Arrest nr 245.879 van 24 oktober 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 245.879 van 24 oktober 2019 in de zaak A. 227.071/VII-40.462 In zake :

  1. de CVBA TOP FOOD GROUP
  2. de BVBA HORECA TOTAAL BRUGGE
  3. de NV VANDAEL HORECA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2600 Berchem Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Tussenkomende partijen :
  4. de NV SLIGRO-ISPC BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Empereur kantoor houdend te 2018 Antwerpen Generaal Lemanstraat 67 bij wie woonplaats wordt gekozen
  5. de NV STRAATSBURGDOK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Loix en Nele Ansoms kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  6. Het cassatieberoep, ingesteld op 21 december 2018, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-1819-0265 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 6 november 2018 in de zaken 1617-RvVb-0540-SA, 1617-RvVb-0547-SA, 1617-RvVb-0553-SA en 1617-RvVb-0560-SA. VII-40.462-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  7. Een beschikking van 6 februari 2019 verklaart het cassatieberoep toelaatbaar. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partijen hebben verzoekschriften tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikkingen van 2 april
  8. De tussenkomende partijen hebben memories ingediend. Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend teneinde te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 oktober
  9. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bert Van Weerdt, die loco advocaat Gregory Verhelst verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Olivier Drooghmans, die loco advocaat Els Empereur verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat Nele Ansoms, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Wouter De Cock heeft advies gegeven. VII-40.462-2/6 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. III. Feiten 3.
  11. Met een besluit van 19 januari 2017 verleent de deputatie van de provincieraad van Antwerpen (hierna: deputatie) een stedenbouwkundige vergunning aan de nv Straatsburg Dok voor het verbouwen van bestaande magazijnen naar distributiecentrum. 3.
  12. Het bestreden arrest verwerpt enerzijds de vordering van de verzoekende partijen tot vernietiging van de vergunningsbeslissing van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar (hierna: GSA) en vernietigt anderzijds op vordering van een andere partij de vergunningsbeslissing van de GSA. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  13. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting ingediend waarin een repliek wordt gegeven op het auditoraatsverslag. Het cassatieprocedurebesluit voorziet na de kennisgeving van het auditoraatsverslag niet in de mogelijkheid om een laatste memorie neer te leggen. Wanneer de auditeur concludeert tot de verwerping van het cassatieberoep moet de verzoeker luidens artikel 18, § 1, van het cassatieprocedurebesluit, op straffe van de toewijzing van de afstand van geding, “vragen dat de procedure wordt voortgezet teneinde te worden gehoord”. Het auditoraatsverslag concludeert tot de verwerping van het beroep van de verzoekende partijen. Het voormelde procedurestuk wordt alleen als zodanig in aanmerking genomen in zoverre wordt gevraagd de procedure voort te zetten en te worden gehoord. VII-40.462-3/6 V. Onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep Exceptie van onontvankelijkheid Standpunt van de partijen
  14. De verzoekende partijen voeren aan dat zij als betrokken partijen een vanzelfsprekend belang hebben om cassatieberoep in te stellen. Het bestreden arrest heeft hun vordering ontvankelijk verklaard waardoor hun middelen tegen de bestreden vergunningsbeslissing niet werden onderzocht. Het bestreden arrest heeft definitief over de ontvankelijkheid van hun annulatieberoep geoordeeld. Het feit dat het bestreden arrest de bestreden vergunningsbeslissing heeft vernietigd, ontneemt niet hun belang bij het cassatieberoep. Dit kan er hoogstens toe leiden dat zij enkel belang zouden hebben bij de onontvankelijkverklaring van hun beroep en de uitspraak over de kosten die hen ten laste werden gelegd. Daarbij komt dat het bestreden arrest de deputatie beveelt een nieuwe beslissing te nemen over het administratief beroep van de bvba Drankenhandel Gagelmans, dat door het onontvankelijk verklaren van hun beroep “zij mogelijk niet meer betrokken zullen worden in de herneming van de administratieve beroepsprocedure” en dat zij belang hebben bij de vernietiging van het bestreden arrest “zodat zij tegen de beslissing die genomen wordt in het kader van de heroverweging die bevolen wordt met het bestreden vernietigingsarrest, een ontvankelijk beroep tot nietigverklaring bij de [RvVb] zullen kunnen instellen”.
  15. De verwerende partij betwist het actueel belang van de verzoekende partijen. Het bestreden arrest heeft de bestreden vergunningsbeslissing vernietigd en zij diende een nieuwe beslissing te nemen “wat finaal ook de doelstelling was van het beroep bij de [RvVb] van verzoekende partijen”. De bewering van de verzoekende partijen dat “ingevolge de onontvankelijkheidsverklaring zij mogelijk niet meer betrokken zullen worden in de herneming van het administratief dossier […] is achterhaald door de feiten”. VII-40.462-4/6
  16. De nv Sligro-ISPC Belgium vraagt de afwijzing van het cassatieberoep wegens gebrek aan belang van de verzoekende partijen. Zij stelt dat hoewel het bestreden arrest het annulatieberoep van de verzoekende partijen terecht heeft “afgewezen wegens onontvankelijk, werd het doel van dat de verzoekende partijen […] nastreefde, met name de vernietiging van het deputatiebesluit […] ingewilligd door de RvVb” zodat zij “alleszins niet beschikken over een actueel belang bij hun vordering tot cassatie”. De verzoekende partijen vechten niet de vernietigingsmotieven van het bestreden arrest aan zodat hun cassatieberoep niet kan leiden tot de verbreking van het bestreden arrest. Zij beogen enkel een “declaratieve uitspraak” van de Raad van State “over het vermeende belang van verzoekende partijen bij het aanvechten van de bestreden vergunningsbeslissing”. Beoordeling
  17. Het bestreden arrest overweegt dat de “discussie over de ontvankelijkheid van het annulatieberoep […] in dit geval samen[valt] met het onderzoek van het eerste middel ten gronde”. Het bestreden arrest verwerpt de vordering van de verzoekende partijen tot vernietiging van de bestreden vergunningsbeslissing van de deputatie na voormeld onderzoek.
  18. Het bestreden arrest vernietigt op vordering van een andere partij, “eerste verzoekende partij” voormelde vergunningsbeslissing en beveelt de deputatie “een nieuwe beslissing te nemen over het administratief beroep van de eerste verzoekende partij”.
  19. Wanneer de deputatie na de betekening van het bestreden arrest in uitvoering van het voormelde bevel een vergunningsbeslissing neemt, behouden de verzoekende partijen hun belang bij het ingestelde cassatieberoep omdat de VII-40.462-5/6 vernietiging van het bestreden arrest de vernietiging van de verwerping van de vordering van de verzoekende partijen impliceert.
  20. Het cassatieberoep is ontvankelijk. VI. Heropening van het debat
  21. Het auditoraatsverslag is beperkt tot het onderzoek van de ontvankelijkheid. Er is bijgevolg grond om een aanvullend onderzoek te bevelen. BESLISSING
  22. De Raad van State heropent het debat.
  23. De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat met een aanvullend onderzoek van zaak. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.462-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.879 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.194 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.564 ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.137 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.