id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.884 Rolnummer: A. 228398/VII-40576 Zaak: Arrest 245884 - Dierenwelzijn - 24/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-07 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-21 21:27 Fiche Arrest nr 245.884 van 24 oktober 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 245.884 van 24 oktober 2019 in de zaak A. 228.398/VII-40.
- In zake : Mohammad ALSHAER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Liselotte Rector kantoor houdend te 3000 Leuven J.P. Minckelersstraat 164 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 juni 2019, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing tot bestemming van de Vlaamse overheid - departement Omgeving, afdeling Strategie, Internationaal beleid en Dierenwelzijn van 8 mei 2019 waarbij zijn hond in toepassing artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren definitief in volle eigendom wordt gegeven aan het erkend dierenasiel, dat daarmee instemt”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 244.936 van 24 juni 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit verworpen. VII-40.576-1/3 Het genoemde arrest is op 28 juni 2019 aan verzoeker ter kennis gebracht. Op 9 september 2019 heeft de hoofdgriffier aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij arrest nr. 244.936 van 24 juni 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De hoofdgriffier heeft verzoeker medegedeeld, met toepassing van artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. VII-40.576-2/3 Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding uit te spreken. Gelet op het bepaalde van artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, is er aanleiding om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het minimumbedrag van 140 euro. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro verschuldigd aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.576-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.884 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.936 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.