← België

Arrest 245926 - Onteigeningen - 25/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.926 Rolnummer: A. 228474/X-17537 Zaak: Arrest 245926 - Onteigeningen - 25/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-05 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 21:32 Fiche Arrest nr 245.926 van 25 oktober 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 245.926 van 25 oktober 2019 in de zaak A. 228.474/X-17.

  1. In zake :
  2. de NV R.D.B.
  3. Roger DE MAREZ
  4. Agnes BOSSUYT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Degroote kantoor houdend te 8720 Dentergem (Wakken) Markegemstraat 88 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV AQUAFIN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erika Rentmeesters kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  5. De vordering, ingesteld op 26 juni 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 5 april 2019 van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de stad Roeselare van openbaar nut wordt verklaard. X-17.537-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  6. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 oktober
  7. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Koenraad Degroote, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Samuel Mens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Erika Rentmeesters, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten 3.
  9. De verzoekende partijen stellen eigenaar te zijn van percelen grond, gelegen aan de Oude Zilverbergstraat te Roeselare. 3.
  10. De nv Aquafin is belast met de opdracht om te Roeselare het bestaande gemengde rioleringsstelsel in de Oude Zilverbergstraat en langs de gewestweg (tevens ringweg) N36 te ontlasten door op een viertal locaties hemelwaterinlaten af te koppelen, en dat water op te vangen en om te leiden in X-17.537-2/7 een nieuwe gracht en een nieuwe rioolleiding voor regenwaterafvoer. Het collectortraject heeft een totale lengte van ongeveer 1.760 meter. 3.
  11. De nv Aquafin dient bij de bevoegde Vlaamse minister een aanvraag in om een verklaring van openbaar nut voor de benodigde werkzaamheden voor het voormelde project te verkrijgen. Wat de percelen van de verzoekende partijen betreft, is de aanleg van een gracht voorzien en de inrichting van een tijdelijke werkzone om die werken te kunnen uitvoeren. 3.
  12. Tijdens het openbaar onderzoek over de aanvraag worden twee bezwaarschriften ingediend, die niet van de verzoekende partijen uitgaan. 3.
  13. Met een besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 5 april 2019 wordt de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de stad Roeselare van openbaar nut verklaard. Dit is de bestreden beslissing. IV. Tussenkomst
  14. De nv Aquafin blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Regelmatigheid van de rechtspleging – pleitnota
  15. De verzoekende partijen leggen ter terechtzitting een pleitnota neer. Het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟ voorziet niet in de mogelijkheid om een pleitnota als een processtuk neer te leggen. Het is de X-17.537-3/7 partijen echter wel toegestaan om nieuwe feiten die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid en/of de gegrondheid van de vordering, aan de Raad van State ter kennis te brengen. In zoverre de door verzoeker neergelegde pleitnota op dergelijke feiten betrekking heeft, kan ze dan ook bij de zaak worden betrokken. In zoverre de pleitnota geen betrekking heeft op dergelijke feiten, maar de neerslag vormt van de uiteenzetting ter terechtzitting, wordt ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. VI. Ontvankelijkheid van de vordering
  16. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de tussenkomende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden zich alleen opdringen indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld mochten zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VII. Schorsingsvoorwaarden
  17. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VIII. Spoedeisendheid De aangevoerde spoedeisendheid
  18. De verzoekende partijen stellen in hun verzoekschrift, wat de spoedeisendheid van hun vordering betreft, dat “voor heel wat projectonderdelen” geen bijkomende omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, dat de uitvoering van de bestreden beslissing “rechtstreeks [kan] leiden tot belangrijke X-17.537-4/7 werken [die] de eigendom van verzoeker in bijzondere mate aantasten”, en dat de werken “op korte termijn [kunnen] worden aangevat en gerealiseerd, waarbij de ingrepen in de groene en natuurlijke omgeving belangrijke schade zullen aanrichten welke niet hersteld kan worden door een nakomend annulatiearrest”. Beoordeling 9.
  19. Het komt er voor een verzoeker die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van concrete feiten. Dit houdt in dat het aan de verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor hem persoonlijk veroorzaken. Het volstaat niet te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. In beginsel kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken werd uiteengezet en gestaafd. 9.
  20. Daargelaten nog de vraag of er een voldoende rechtstreeks verband tussen de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit en de aangevoerde spoedeisendheid bestaat, moet alleszins worden vastgesteld dat de uiteenzetting van de verzoekende partijen te weinig concreet is. Zij maken niet duidelijk in welk opzicht de bestreden beslissing “voor heel wat projectonderdelen [...] rechtstreeks [kan] leiden tot belangrijke werken [die] de eigendom van verzoeker in bijzondere mate aantasten”. Zij verduidelijken niet in het minst welke “projectonderdelen” en welke “werken” zij precies bedoelen. Evenmin lichten de verzoekende partijen hun plannen met X-17.537-5/7 betrekking tot de aanwending van hun percelen toe, of verduidelijken zij wat concreet wordt bedoeld met hun standpunt dat “de ingrepen in de groene en natuurlijke omgeving belangrijke schade zullen aanrichten welke niet hersteld kan worden door een nakomend annulatiearrest”. 9.
  21. Zoals de tussenkomende partij terecht aanvoert, is een en ander al te vaag geformuleerd om tot het bestaan van de vereiste spoedeisendheid te kunnen doen besluiten. IX. Besluit
  22. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen. BESLISSING
  23. Het verzoek van de nv Aquafin tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  24. De Raad van State verwerpt de vordering. X-17.537-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Stephan De Taeye X-17.537-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.926 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.635 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.