← België

Arrest 245942 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 25/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.942 Rolnummer: A. 229388/X-17606 Zaak: Arrest 245942 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 25/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-28 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-21 21:49 Fiche Arrest nr 245.942 van 25 oktober 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 245.942 van 25 oktober 2019 in de zaak A. 229.388/X-17.

  1. In zake : de CVBA NEO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten France Vlassembrouck en Yassine Laghmiche kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST, VERTEGENWOORDIGD DOOR DE COMMISSIE VOOR TOEGANG TOT BESTUURSDOCUMENTEN VAN HET BRUSSELSE HOOFDSTELIJKE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tussenkomende partij : de NV GHELAMCO INVEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk van Gerven, Jens Mosselmans en Stef Feyen kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Benoît Allemeersch, Wim De Meester en Anne-Sophie Houtmeyers kantoor houdend te 1800 Vilvoorde Medialaan 28b -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-17.606-1/8 I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 22 oktober 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing nr. 351.19 van de Commissie voor Toegang tot Bestuursdocumenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (hierna: CTB) van 15 oktober 2019 inzake de vraag van de nv Ghelamco (hierna: Ghelamco) aan de cvba Neo (hierna: Neo) om een afschrift van bestuursdocumenten. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 25 oktober 2019 heeft de nv Ghelamco Invest gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2019, om 10.30 uur. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaten France Vlassembrouck en Yassine Laghmiche, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaat Emmanuel Jacubowitz, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaten Jens Mosselmans en Stef Feyen, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. X-17.606-2/8 III. Feiten
  5. Op 28 maart 2019 vraagt Ghelamco aan Neo afschrift van: - alle bestuursdocumenten die betrekking hebben op de mobiliteit rond het Neo- project, meer bepaald voor wat betreft de problematiek van de verbindingsweg die loopt over de parking C van de Heizel en - alle bestuursdocumenten die betrekking hebben op de relatie tussen de Neo en de vzw Brussels Expo.
  6. Op 8 mei 2019 antwoordt Neo aan Ghelamco dat haar vraag kennelijk vaag en kennelijk onredelijk is. 5.
  7. Met een brief van 9 juli 2019 verzoekt Ghelamco Neo om haar beslissing te heroverwegen. In die brief specificeert Ghelamco een afschrift te willen van: - de documenten die gebruikt zijn in het kader van elke vergunningsaanvraag ingediend door of namens Neo en die betrekking hebben op de mobiliteitsproblemen aangaande Neo, meer bepaald de problematiek van de verbindingsweg die loopt over parking C van de Heizel en - de documenten die uiting geven aan “de (contractuele) verhoudingen” tussen Neo en de vzw Brussels Expo. 5.
  8. Laatstgenoemde brief wordt ook gericht aan de CTB en door deze commissie aanzien als een bij haar ingesteld beroep in de zin van artikel 25, § 1, eerste lid, van het gezamenlijk decreet en ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie van 16 mei 2019 „betreffende de openbaarheid van bestuur bij de Brusselse instellingen‟ (hierna: de openbaarheidsordonnantie) .
  9. Op 15 juli 2019 vraagt de CTB bij Neo de betrokken documenten op. De CTB verduidelijkt dat de documenten binnen zeven werkdagen moeten worden bezorgd. X-17.606-3/8
  10. Op 31 juli 2019 laat Neo aan de CTB weten dat zij de vraag om informatie van Ghelamco nog steeds kennelijk vaag en kennelijk onredelijk acht. Daarnaast wijst ze er op dat de opgevraagde documenten samenhangen met een gerechtelijke procedure waarin Ghelamco Neo in gedwongen tussenkomst heeft gedagvaard.
  11. Op 12 september 2019 vraagt de CTB aan Neo om haar de op 15 juli 2019 opgevraagde documenten alsnog te bezorgen.
  12. Met een zending van 20 september 2019 bezorgt Neo aan de CTB de overeenkomst tussen Neo, de vzw Brussels Expo en de stad Brussel. In een begeleidend schrijven voert Neo redenen aan waarom niet mag worden ingegaan op de vraag van Ghelamco.
  13. Op 15 oktober 2019 neemt de CTB de bestreden beslissing, waarin onder meer het volgende wordt overwogen: “TEN GRONDE […] Neo stelt dat de overeenkomst tussen […] Neo, de vzw Brussels Expo en de stad Brussel niet zou mogen worden meegedeeld omdat deze aanleiding zou kunnen geven tot verwarring. De [CTB] kan deze stelling evenwel niet bijtreden omdat de uitzonderingsgrond vervat in artikel 19, § 1, 1° van [de openbaarheidsordonnantie] slechts van toepassing is op documenten die niet af zijn of die niet volledig zijn terwijl deze overeenkomst duidelijk afgerond en volledig is. Ze werd immers reeds ondertekend en de mogelijke onuitvoerbaarheid doet niet ter zake. Van deze overeenkomst moet bijgevolg een afschrift worden overgemaakt. De [CTB] is van oordeel dat de vergunning voor de aanleg van de verbindingsweg over Parking C die werd aangevraagd door de vzw Brussels Expo ook geviseerd werd door de vraag om informatie zoals deze werd geformuleerd door de raadslieden van […] Ghelamco. Deze vraag om informatie is dus niet zonder voorwerp. Bijgevolg, dient de commissie te beschikken over de gevraagde documenten alvorens zij kan beslissen over dit aspect van het beroep ingesteld door […] Ghelamco. BESLISSING Overeenkomstig artikel 28, §1 van [de openbaarheidsordonnantie] verplicht de [CTB] Neo om de door […] Ghelamco gevraagde documenten met betrekking tot de bovenvermelde vergunning ten laatste op 25 oktober 2019 te bezorgen aan de [CTB]”. X-17.606-4/8 IV. Tussenkomst
  14. Terecht vraagt Ghelamco in het debat te mogen tussenkomen. Zij is het immers die Neo om een afschrift van bestuursdocumenten heeft gevraagd. V. Schorsingsvoorwaarden
  15. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van verzoeker
  16. Neo wijst er op dat artikel 25, § 1, tweede en derde lid, van de openbaarheidsordonnantie de CTB toelaat om, nadat ze de bestuurlijke overheid daarvan vijftien dagen op voorhand van op de hoogte heeft gebracht, zelf een afschrift van het betrokken document aan de aanvrager te bezorgen. Dat voldaan is aan de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid blijkt volgens Neo uit het feit dat tijdens de parlementaire voorbereiding van het laatstgenoemde artikel in het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement het volgende is gesteld: “In dat laatste geval verwittigt de CTB de bestuurlijke overheid daarvan 15 werkdagen op voorhand, zodat de overheid in kwestie die termijn eventueel kan benutten om de zaak bij hoogdringendheid aanhangig te maken bij de Raad van State”. X-17.606-5/8 In haar verzoekschrift schrijft Neo dat de CTB reeds over de overeenkomst tussen Neo, vzw Brussels Expo en de stad Brussel beschikt, zodat ze op grond van de bevoegdheid die haar door artikel 25, § 1, tweede en derde lid, van de openbaarheidsordonnantie is verleend, deze overeenkomst aan Ghelamco zou kunnen meedelen “des te meer dat zij geen termijn oplegt aan [Neo] om dit zelf te doen”. Beoordeling
  17. De openbaarheidsordonnantie luidt: “Art.
  18. §
  19. De [CTB] behandelt beroepen die ingesteld worden tegen : 1° de niet-naleving van de verplichtingen met betrekking tot actieve openbaarmaking waarin voorzien is door hoofdstuk II […]; 2° de afwijzingen van opvragingen bedoeld in hoofdstuk III ; 3° de weigeringen tot verbeteren bedoeld in hoofdstuk IV. Krachtens haar herzieningsbevoegdheid kan de Commissie zelf toegang verlenen tot de betwiste bestuursdocumenten […] In dat geval : 1° geeft de Commissie de bestuurlijke overheid opdracht om zich binnen de door haar gestelde termijn, die niet meer mag bedragen dan dertig dagen, te schikken naar haar beslissing; 2° indien de bestuurlijke overheid na het verstrijken van die termijn de onder het 1° bedoelde beslissing niet heeft nageleefd, bezorgt de Commissie zelf aan de aanvrager een afschrift van het bestuursdocument […]. In dat geval brengt ze de bestuurlijke overheid daar vijftien werkdagen op voorhand van op de hoogte. […] Art.
  20. §
  21. De [CTB] beschikt over onderzoeks- en dwangbevoegdheden. De bestuurlijke overheid is verplicht om haar, binnen de zeven werkdagen […], het document dat […] opgevraagd is […] te bezorgen.”
  22. Het blijkt niet dat de bestreden beslissing genomen zou zijn met toepassing van artikel 25, § 1, tweede en derde lid, van de openbaarheidsordonnantie. Het bevel om ten laatste op 25 oktober 2019 documenten te bezorgen aan de CTB is – zoals het uitdrukkelijk in het beschikkend gedeelte van de bestreden beslissing wordt vermeld – genomen met toepassing van artikel 28, X-17.606-6/8 § 1, van de openbaarheidsordonnantie. Zoals de verwerende partij terecht opmerkt moet de bezorging van de met toepassing van het laatstgenoemde artikel opgevraagde documenten de CTB toelaten de merites van het bij haar ingestelde beroep te beoordelen. In dat verband kan in herinnering worden gebracht dat de Raad van State, naar aanleiding van een met het laatstgenoemde artikel vergelijkbare verordenende bepaling, in het arrest Charles, nr. 242.593 van 10 oktober 2018, geoordeeld heeft dat de weigering van een bestuursoverheid om samen te werken met een commissie van toegang tot administratieve documenten het door de grondwetgever en de wetgever gewilde regime van openbaarheid van bestuur zo niet teniet zou doen, dan toch ernstig zou inperken.
  23. De loutere mogelijkheid dat de CTB in de toekomst een nieuwe beslissing zou nemen die wél op artikel 25, § 1, tweede en derde lid, van de openbaarheidsordonnantie steunt is al te hypothetisch om de uiterst dringende noodzakelijkheid van de huidige vordering te ondersteunen.
  24. De conclusie is dat de vordering ten minste moet worden verworpen om reden dat het bijgebrachte argument ter staving van het voorhanden zijn van een uiterst dringende noodzakelijkheid, zijnde één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing, niet overtuigt. Dit volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
  25. Het verzoek van de nv Ghelamco Invest tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  26. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. X-17.606-7/8
  27. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, staatsraad, wnd. voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jan Clement X-17.606-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.942 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.