id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.947 Rolnummer: A. 229282/VII-40658 Zaak: Arrest 245947 - Varia (vreemdelingen) - 28/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-28 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-21 21:25 Fiche Arrest nr 245.947 van 28 oktober 2019 Vreemdelingen - Varia (vreemdelingen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 245.947 van 28 oktober 2019 in de zaak A. 229.282/VII-40.
- In zake :
- Katrien SCHOLS
- Alain WAMBEKE
- Dave TWEEPENNINCKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Deceuninck kantoor houdend te 9120 Beveren-Waas Kloosterstraat 87 bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE OPVANG VAN ASIELZOEKERS (FEDASIL) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alain Detheux kantoor houdend te 1060 Brussel Amazonestraat 37 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 4 oktober 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing “gepubliceerd op 28 augustus 2019 op de webstek van FEDASIL […] waarbij wordt bepaald dat er tegen eind oktober 2019 een nieuw open opvangcentrum voor 130 verzoekers om internationale bescherming zal worden ingericht te Zoutleeuw, deelgemeente Dormaal, in het voormalig woonzorgcentrum Huize-Philemon & Baucis, gelegen aan de Zoutleeuwse Steenweg 11, 3440 Zoutleeuw.” VII-40.658-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 oktober
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luc Deceuninck, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Shaheda Ishaque, die loco advocaat Alain Detheux verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 28 augustus 2018 wordt via de website van het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (FEDASIL) het volgende bericht verspreid: “Tijdelijk opvangcentrum in Zoutleeuw Fedasil opent ten vroegste eind oktober een nieuw opvangcentrum voor verzoekers om internationale bescherming in Zoutleeuw. Doordat er meer personen in de opvang verblijven, dient Fedasil snel zijn opvangcapaciteit te verhogen. Fedasil opent daarom in de komende weken een tijdelijk opvangcentrum voor verzoekers om internationale bescherming in Zoutleeuw in het voormalig rusthuis Philemon en Baucis. De opening van dit centrum zal in overleg gebeuren met de betrokken stadsdiensten. Eerder heeft Fedasil al tijdelijke opvangcentra geopend in Lommel (28/12), VII-40.658-2/7 Zaventem (30/1), Moeskroen (22/2), Deurne (20/6) en Couvin (11/7). 130 plaatsen, 28 werknemers De opening van het centrum wordt toevertrouwd aan een ervaren team van Fedasil-medewerkers uit Sint-Truiden en er worden ook 28 nieuwe werknemers aangeworven. De vacatures vindt u binnenkort hier terug en op de site van de VDAB. Het opvangcentrum kan plaats bieden aan maximum 130 personen. De opening is voorzien voor ten vroegste eind oktober, na enkele werken aan het centrum. Open opvangcentrum Het tijdelijke opvangcentrum in Zoutleeuw zal, zoals alle centra van Fedasil, een open opvangcentrum zijn waar verzoekers om internationale bescherming onderdak, voeding, medische en sociale begeleiding krijgen tijdens de behandeling van hun verzoek om internationale bescherming.” De beslissing van FEDASIL om in Zoutleeuw een tijdelijk opvangcentrum voor asielzoekers te openen wordt door de verzoekende partijen bestreden. IV. Rechtsmacht van de Raad van State
- De verwerende partij heeft twijfels bij het “werkelijke voorwerp” van de vordering. Als de verzoekende partijen zich wensen te verzetten tegen “de eventuele negatieve ‘uitwassen’ tengevolge van een onaangepast en overvol opvangcentrum”, zouden zij zich niet tot de Raad van State moeten wenden maar tot “de politionele en stedelijke autoriteiten alsook de rechterlijke instanties zoals o.m. in casu reeds gebeurde bij de Vrederechter”.
- De vordering is gericht tegen de in randnummer 3 vermelde beslissing. De Raad van State is op het eerste gezicht niet zonder rechtsmacht. V. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij betwist het belang van de verzoekende partijen.
- Er bestaat geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie VII-40.658-3/7 uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over de exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn. Hierna zal blijken dat dit niet het geval is. VI. Grondvoorwaarden voor een schorsing
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van de verzoekende partijen
- De verzoekende partijen stellen in hun verzoekschrift dat een “gewone schorsingsprocedure […] ontoereikend [zou] zijn om te verhinderen dat de asielzoekers vanaf het einde van deze maand hun intrek zouden nemen in het WZC, en dat daarvoor voorheen ook nog eens werken zouden uitgevoerd worden, zoals gepland door FEDASIL, rekening houdende met de termijnen die normaliter noodzakelijk zijn om een arrest van schorsing via de gewone procedure te bekomen.” Beoordeling
- De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van VII-40.658-4/7 verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook de uitzondering vormen en beperkt blijven tot die gevallen waarbij het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, ofwel door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit impliceert dat de verzoekende partij in het inleidend verzoekschrift aan de hand van precieze en concrete feitelijke gegevens onder meer aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure onherroepelijk te laat zal komen om het nadeel op te vangen of de belangen van de verzoekende partij veilig te stellen. Niet minder dan het geval is in de gewone schorsingsprocedure, is vereist dat de verzoekende partij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om haar beslissing te verkrijgen, “op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (Parl. St. Senaat, 2012-2013, nr. 5-2277/1, 13).
- In hun uiteenzetting verwijzen de verzoekende partijen enkel naar de nakende opening van het opvangcentrum. In dit verband geldt dat de spoedeisendheid niet kan voortkomen uit de enkele omstandigheid dat de doorlooptijd van een gewone schorsingsprocedure niet toelaat een arrest te verkrijgen voor die verwachte datum. Op zich zegt die datum immers niets over de “onherroepelijke schadelijke gevolgen” of nadelen die de verzoekende partijen zouden kunnen ondergaan bij een voorlopige tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing in afwachting van een uitspraak over een vordering tot schorsing volgens de gewone procedure. De verzoekende partijen tonen bijgevolg niet aan VII-40.658-5/7 dat een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen volgens de gewone schorsingsprocedure, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel dat door die beslissing wordt teweeggebracht op te vangen of hun belangen veilig te stellen.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 600 euro en een bijdrage van 60 euro, elk voor een derde, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. VII-40.658-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.658-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.947 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.151 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.185 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.