← België

Arrest 245952 - Varia (onderwijs en cultuur) - 29/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.952 Rolnummer: A. 228179/IX-9550 Zaak: Arrest 245952 - Varia (onderwijs en cultuur) - 29/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-29 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 07:13 Fiche Arrest nr 245.952 van 29 oktober 2019 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Afstand Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 245.952 van 29 oktober 2019 in de zaak A. 228.179/IX-9550 In zake: de SCHOLENGEMEENSCHAP VOOR KATHOLIEK SECUNDAIR ONDERWIJS DE HEIDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp

  1. Het verzoekschrift, ingediend op 21 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Vlaamse Regering dd. 29.03.2019 waarbij deze de aanvraag tot het programmeren van de richting 2de graad Techniek-Wetenschappen TSO voor het schooljaar 2019-2020 niet toestaat”. De verzoekende partij vraagt in fine van haar verzoekschrift “als voorlopige maatregel […] dat in hoofdorde de school de toelating wordt verleend deze richting te organiseren, minstens dat verwerende partij binnen de twee weken na de tussengekomen schorsing een nieuwe beslissing dient te nemen”. IX-9550-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Ontvankelijkheid van het beroep - afstand
  5. In het auditoraatsverslag wordt met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep het volgende opgemerkt: “
  6. Het voorliggende beroep is, volgens de bewoordingen van het verzoekschrift, ingesteld door „Scholengemeenschap voor katholiek secundair onderwijs De Heide‟ „als schoolbestuur, inrichtende macht van de school met benaming: Inspirocollege‟. IX-9550-2/5
  7. Volgens de gegevens die www.onderwijs.vlaanderen.be ter beschikking stelt van het publiek, maakt het Inspirocollege te Houthalen-Helchteren weliswaar deel uit van de scholengemeenschap die thans als verzoekende partij optreedt. Volgens diezelfde informatie is zij evenwel niet het schoolbestuur van dat college; dat is namelijk de vzw Inspirocollege. Deze vaststelling is niet zonder belang.
  8. De geweigerde programmatieaanvraag waarop deze zaak betrekking heeft, betreft een nieuw in te richten studiegebied. Naar luid van artikel 179, derde lid, van de Codex Secundair Onderwijs, moest deze programmatieaanvraag door het schoolbestuur worden aangevraagd. Dat is te dezen ook gebeurd. Het aanvraagformulier werd uitdrukkelijk ook – naast de schooldirecteur – door de voorzitter van het schoolbestuur, de vzw Inspirocollege, ondertekend.
  9. Zoals reeds uiteengezet in – bijvoorbeeld – de arresten nr. 79.057 van 2 maart 1999 inzake nv Limburgse Reconversie Maatschappij, nr. 99.428 van 4 oktober 2001 […], nr. 182.755 van 8 mei 2008 […] en nr. 214.215 van 28 juni 2011 inzake nv Vivinvest, kan een rechtsvordering waarvan het specifieke opzet is een voordeel dat geweigerd is alsnog te verkrijgen, in beginsel alleen worden ingesteld door diegene die op dat voordeel aanspraak kan maken omdat immers alleen aan hem dat voordeel alsnog verleend kan worden. Het oogmerk van het beroep tot nietigverklaring is dat de programmatieaanvraag alsnog ingewilligd zou worden, zodat derhalve dat beroep in principe alleen door het schoolbestuur van het Inspirocollege ingesteld kan worden. Nog daargelaten of de scholengemeenschap die thans als verzoekende partij optreedt voor de Raad van State wel over de vereiste procesbekwaamheid beschikt – alvast volgens de verwerende partij is de verzoekende partij een feitelijke vereniging en kan zij dus in beginsel slechts onder strikte voorwaarden procesbekwaam worden geacht, voorwaarden die in dit geval niet zouden vervuld zijn – , moet, naar het oordeel van de auditeur-verslaggever, worden besloten dat de verzoekende partij alleszins zelf geen hoedanigheid heeft om in eigen naam een beroep in te stellen dat erop gericht is een aanspraak welke haar niet toebehoort alsnog gerealiseerd te zien worden. Er anders over oordelen zou betekenen dat belanghebbende derden kunnen bereiken dat een programmatieaanvraag moet worden verleend eventueel zelfs tegen de verondersteld gewijzigde wil in van de oorspronkelijke aanvrager die, doordat hij tegen de weigering ervan niet in rechte is opgekomen, geacht kan worden niet langer het voordeel van die aanvraag na te streven.
  10. Besloten dient derhalve te worden, naar het oordeel van de auditeur-verslaggever, dat de verzoekende partij niet over de vereiste hoedanigheid en het vereiste rechtstreeks persoonlijk belang beschikt, aangezien zij niet de indiener van de aanvraag is en zij ook niet de rechtstreeks geadresseerde is van de bestreden beslissing.”
  11. De verzoekende partij deelt op 19 juli 2019 aan de Raad van State mee dat zij niet verder aandringt “[g]elet op het verslag van de Heer IX-9550-3/5 Auditeur” en afstand doet van het geding, zowel wat de vordering tot schorsing betreft als het beroep tot nietigverklaring.
  12. Gelet op artikel 30, § 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State mag uitspraak worden gedaan in één arrest over de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring zonder dat de voortzetting van de procedure kan worden gevorderd en het daarmee verband houdende recht verschuldigd is. IV. Vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen
  13. De vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen volgt het lot van de hoofdvordering waaraan ze bijkomstig is. Ze moet worden verworpen, ook al is er formeel geen afstand van gedaan. V. Rechtsplegingsvergoeding
  14. Wat de begroting van de omvang van de rechtsplegingsvergoeding betreft, is er geen reden om de door de verwerende partij gevorderde – verhoogde – rechtsplegingsvergoeding van 980 euro toe te kennen. Dit verzoek wordt door haar immers op geen enkele wijze gemotiveerd. BESLISSING
  15. De Raad van State verleent akte van de afstand van het beroep tot nietigverklaring en van de vordering tot schorsing.
  16. De Raad van State verwerpt de vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen. IX-9550-4/5
  17. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9550-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.952 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.