id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.972 Rolnummer: A. 215566/IX-8621 Zaak: Arrest 245972 - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving - 04/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-07 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-21 07:13 Fiche Arrest nr 245.972 van 4 november 2019 Onderwijs en cultuur - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving Beslissing : Vernietiging Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 245.972 van 4 november 2019 in de zaak A. 215.566/IX-8621 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Theo Ickmans kantoor houdend te 3960 Bree Witte Torenwal 17 bus 1.1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe en Jole Carlé kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 april 2015, strekt tot de nietigver- klaring van “de beslissing d.d. 14 oktober 2014 van [de] vice-rector studentenbe- leid van de KULeuven in zijn hoedanigheid van intern beroepsorgaan”. In fine van haar verzoekschrift vraagt de verzoekende partij met toepassing van artikel 36 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dat de Raad van State de verwerende partij het bevel zou opleggen haar “een nomina- tim opgesteld aanvaardingsattest […] ten laatste op de eerste nuttige dag die valt na 15 mei na uitspraak maar evenwel niet-gedateerd zijnde na 20 mei” te verle- nen en haar toe te laten tot de manama specialistische geneeskunde, orthopedi- sche heelkunde. IX-8621-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 238.534 van 15 juni 2017 verwerpt de Raad van State het beroep, in de mate waarin het is gericht tegen de beslissing van de vice- rector studentenbeleid van de KULeuven van 14 oktober 2014 over de oplei- dingsonderdelen ‘verdieping in de heelkundige disciplines’ en ‘klinische stage in de heelkundige disciplines, deel 2’ en heropent hij het debat voor het overige. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 oktober
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat David D’Hooghe, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest anderslui- dend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De feiten van de zaak zijn weergegeven in tussenarrest nr. 238.534 van 15 juni 2017, waarnaar wordt verwezen. Voor de voorliggende zaak is voorts van belang dat de Raad van State bij arrest nr. 243.712 van 19 februari 2019 besluit nr. 2014/459- 2014/523 van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen IX-8621-2/8 van 9 februari 2015 heeft vernietigd, “voor zover erin uitspraak wordt gedaan over de beslissing van de vicerector van 14 oktober 2014 over de beoordeling van het interview en de wetenschappelijke opdracht, over het opstellen van de ranking als resultaat van de rekenkundige verwerking van de deelscores en over de daar- uit voortvloeiende niet-selectie ‘voor de ASO orthopedie’”. Aldus “herleeft” dit thans nog overblijvende onderdeel van de beslissing van de vicerector van 14 oktober
- IV. Ontvankelijkheid Exceptie
- De verwerende partij werpt op dat verzoekster, in haar brief van 4 oktober 2019 aan de Raad van State, verklaart nog enkel belang te hebben bij de gevorderde nietigverklaring met het oog op een latere schadevergoeding. Zij wijst erop dat dit oogmerk volgens de rechtspraak van de Raad van State geen actueel belang bij het beroep kan rechtvaardigen. Beoordeling
- De thans nog gedeeltelijk bestreden beslissing van de vicerector is een – weliswaar anders gemotiveerde – bevestiging van drie initiële beslissin- gen van de KULeuven, die de Raad van State heeft vernietigd bij arrest nr. 242.090 van 10 juli
- Met die beslissing van 14 oktober 2014 geeft de vicerector ge- volg aan een hem daartoe door de Raad voor betwistingen inzake studievoort- gangsbeslissingen gegeven bevel bij besluit nr. 2014/113 van 30 september 2014, dat naderhand evenwel op zijn beurt is vernietigd bij arrest nr. 232.534 van 13 oktober
- IX-8621-3/8
- In haar brief van 4 oktober 2019 deelt verzoekster met het oog op de terechtzitting mee dat zij “ondertussen haar opleiding toch (elders) heeft kunnen aanvatten” en dat zij “thans met een vertraging van 2½ jaar toch de door haar beoogde specialistenopleiding [heeft] kunnen opstarten”. Zelfs al zou haar thans alsnog een opleidingsplaats aan de KULeuven aangeboden worden, zo stelt verzoekster, “dan zou dit leiden naar een nog grotere vertraging alwaar er sinds medio 2014 ondertussen meer dan 5 jaren verlopen zijn”; de negatieve impact op de loopbaan zou dus des te groter worden. Die vaststelling leidt volgens verzoekster evenwel niet tot af- wezigheid van belang in de actuele procedure, zo schrijft zij, omdat er schade rest: “Met het oog op het bekomen van een financiële schadevergoeding – ho- pelijk op minnelijke wijze doch desgevallend langs rechterlijke weg – is het dus wel nog steeds van belang om te laten vastleggen via de procedure voor Uw Raad, dat de bestreden beslissingen vernietigd worden nu de KULeuven destijds deze genomen heeft zonder toen te beschikken over de nodige bevoegdheid noch rechtsgrond daartoe.”
- Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren. Het staat aan de Raad van State te oordelen of een verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er evenwel over te waken dat de belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast. IX-8621-4/8 Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat.
- Zoals de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State nog recent heeft bevestigd in arrest nr. 243.406 van 15 januari 2019, is er voor een verzoekende partij géén stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Doet een verzoekende partij dat wel, zoals óók wordt herinnerd in datzelfde arrest, dan heeft zij daarmee ook de contouren geschetst waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden.
- Uit de zo-even geciteerde brief van verzoekster blijkt dat zij haar belang bij het beroep zelf thans enkel nog ziet in de mogelijkheid om naderhand schadevergoeding te kunnen vorderen van de verwerende partij. Hierover heeft de Raad van State evenwel in zijn arrest nr. 132.915 van 23 juni 2004 in algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak geoordeeld dat “in zoverre een annulatiearrest een vordering tot schadevergoeding voor de justitiële rechter zou kunnen vergemakkelijken, zulks maar een afgeleide is van het belang dat in de eerste plaats gericht is op het doen verdwijnen van de bestreden akte uit de rechtsorde, wat de finaliteit is van het vernietigingsberoep bij de Raad van State; dat ook de justitiële rechter vermag na te gaan of de administratie haar macht niet heeft overschreden en aldus een fout heeft begaan”. De mogelijkheid die een nietigverklaring biedt aan de rechtzoekende om zich tot de burgerlijke rechter te wenden met het oog op een schadevergoeding, volstaat met andere woorden niet om het actueel belang van een verzoekende partij aan te tonen. Sinds dat arrest is het vaste rechtspraak dat het belang om bij een arrest van de Raad van State de bestreden beslissing onwettig te horen ver- IX-8621-5/8 klaren, om vervolgens op grond van deze met gezag van gewijsde beklede uitspraak een vordering tot schadevergoeding voor de gewone rechter kracht bij te zetten, een voordeel betreft dat niet verbonden is met het doen verdwijnen van de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer, maar uitsluitend met het gegrond horen verklaren van een middel en dat een dusdanig, alleen als onrechtstreeks te kwalificeren belang, niet volstaat voor de ontvankelijkheid van een annulatie- beroep.
- In arrest nr. 244.015 van 22 maart 2019 heeft de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak daar nog aan toegevoegd dat een verzoekende partij die niet meer van een belang bij de nietigverklaring doet blijken en geen vordering tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel heeft ingesteld in de loop van de annulatieprocedure, “van de Raad van State geen beoordeling van haar middelen [zal] mogen verwachten louter met het oog op het faciliteren van de eventuele toekenning van een schadevergoeding”.
- Verzoekster heeft geen toereikend actueel belang. De – desnoods ook ambtshalve op te werpen – exceptie is gegrond. V. Bevel
- In de voormelde brief van 4 oktober 2019 verklaart verzoekster “dat het destijds gesolliciteerde bevel door het tijdsverloop en de wettelijke wij- zigingen, niet langer zinvol kan ingepast worden in de context van deze zaak en de situatie van verzoekster en verzoekster dit onderdeel dus niet meer handhaaft”. Er hoeft aan dit verzoek hoe dan ook geen aandacht meer gege- ven te worden. IX-8621-6/8 VI. Rechtsplegingsvergoeding
- Gelet op hetgeen is overwogen sub 5, is de verwerende partij niet te beschouwen als een in het gelijk gestelde partij aan wie een rechtsple- gingsvergoeding verschuldigd is. VII. Anonimisering
- Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt verzoekster dat bij de publica- tie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-8621-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier november tweeduizend negentien, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-8621-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.972 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.238.534 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.