id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.980 Rolnummer: A. 229419/XIV-39088 Zaak: Arrest 245980 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 05/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-07 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-21 21:31 Fiche Arrest nr 245.980 van 5 november 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 245.980 van 5 november 2019 in de zaak A. 229.419/VII-40.672 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marika Van Gysegem kantoor houdend te 8400 Oostende Elisabethlaan 171 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 28 oktober 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de administrateur-generaal van het agentschap Zorg en Gezondheid van 26 augustus 2019 waarbij aan verzoekster de erkenning als arts-specialist in de inwendige geneeskunde wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 november
- VII-40.672-1/5 Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marika Van Gysegem, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Veerle Huysman, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De bestreden beslissing luidt als volgt: “Geachte dr. XXXX. Uw erkenning als arts-specialist in de inwendige geneeskunde wordt geweigerd. Ik volg hiermee het advies en de motivering van de ‘Kamer voor artsenspecialisten en huisartsen’ van de ‘Adviescommissie voor voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (kandidaat-) pleegzorgers’, uitgebracht op 30 juli
- U vindt het advies als bijlage bij deze beslissing. U kan tegen deze beslissing in beroep gaan bij de Raad van State. Om ontvankelijk te zijn, stuurt u uw aanvraag binnen de 60 dagen naar de afdeling Administratie van de Raad van State, Wetenschapstraat 33, 1040 Brussel, en volgt u daarbij de procedure vastgelegd in bet besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Administratie van de Raad van State”. Het bijgevoegde advies luidt: “De adviescommissie is van mening dat van een arts, die reeds 17 jaar klinische ervaring heeft in hetzelfde domein van de geneeskunde en een opleiding heeft afgewerkt in Suriname en in Nederland, kan verwacht worden dat zij op een redelijk zelfstandige manier kan werken en er slechts moet geobserveerd worden of zij naar behoren functioneert. Dr. XXXX heeft VII-40.672-2/5 in Suriname een opleiding gehad overeenkomstig de daar geldende regelgeving. Daarna heeft ze in Rotterdam een bijkomende opleiding genoten die gunstig werd beoordeeld. Vervolgens heeft ze in België gepostuleerd voor een opleiding zodat ze een erkenning kon bekomen als internist volgens de Belgische regelgeving. Deze Belgische erkenning zou haar in Suriname in staat stellen nationale en internationale projecten met meer kracht te lanceren en middelen en fondsen te werven. De Belgische Nederlandstalige erkenningscommissie heeft haar stageplan goedgekeurd waarin een bijkomende opleiding van 15 maanden werd voorzien. Tijdens de opleiding werd echter vastgesteld door verschillende opleiders dat dr. XXXX noch de vereiste attitudes, noch de vereiste vaardigheden bezit om autonoom te functioneren op een voor de patiënten veilige wijze. De vaststellingen, door de opleiders naar voor gebracht in de eindevaluatie, zijn van dien aard dat ze geen garantie bieden op een kwaliteitsvolle en betrouwbare zorg, uitgaande van dr. XXXX. Het feit dat iemand met een zeventienjarige ervaring opmerkingen krijgt toegewezen zoals naar voor gebracht in de evaluatie, beschouwt de adviescommissie als een voldoende reden om het standpunt van de erkenningscommissie bij te treden en is een voldoende argument om geen bijkomende stage te voorzien aangezien er weinig kans is tot verbetering”. Deze beslissing werd, volgens hetgeen in het verzoekschrift wordt vermeld, per aangetekend schrijven van 29 augustus 2019 verzonden aan verzoekster en aangeboden op 30 augustus
- IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VII-40.672-3/5 Beoordeling
- De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt een ernstige verstoring teweeg in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende partij(en) aanzienlijk in het gedrang. Daarom moet de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, ofwel door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid tot schorsing wordt mede afgemeten naar de haast die een verzoekende partij zelf betoont bij het instellen van haar vordering. De noodzaak om na de kennisname van de griefhoudende beslissing met passende voortvarendheid de vordering bij de Raad van State in te leiden is immers inherent aan het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de uiterst dringende procedure. Diligent optreden is vervat in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Van een verzoekende partij – die haar belangen door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing immers dermate nadelig aangetast weet dat zij de afwikkeling van de procedure ten gronde en zelfs de gewone schorsing niet kan afwachten – wordt gevergd dat zij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State. In het inleidend verzoekschrift wordt geen verantwoording gegeven voor de lange tijd die verstreken is tussen de kennisneming van de bestreden beslissing en het instellen van de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid. Het feit dat verzoekster een nieuwe raadsman zou hebben moeten kiezen heeft geen invloed op de beoordeling van de termijn. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. VII-40.672-4/5 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf november tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.672-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.980 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.146 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div