← België

Arrest 246006 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 06/11/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.006 Rolnummer: A. 225455/XIV-37747 Zaak: Arrest 246006 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 06/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-12 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-24 00:36 Fiche Arrest nr 246.006 van 6 november 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VERENIGDE KAMERS nr. 246.006 van 6 november 2019 in de zaak A. 225.455/XIV-37.747 In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Asiel en Migratie, bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61A alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tristan Wibault kantoor houdend te 1000 Brussel Congressstraat 49 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 13 juni 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 203.684 van 8 mei 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.911 van 12 juli
  3. Verweerder heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. XIV - 37.747 - 1/4 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. Met een beschikking van 26 september 2019 van de eerste voorzitter van de Raad van State wordt de zaak verwezen naar de verenigde kamers van de afdeling Bestuursrechtspraak. Met een beschikking van 26 september 2019 wordt de zaak vastgesteld op de terechtzitting van 6 november
  4. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laurent Bracke, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Tristan Wibault, die verschijnt voor verweerder, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Verweerder komt België binnen en hij dient op 8 december 2016 een asielaanvraag in. Het blijkt dat de Italiaanse overheden verzoeker reeds een Schengen-visum type C hebben gegeven, geldig van 12 november 2016 tot 3 december
  7. Op 16 januari 2017 wordt een terugnameverzoek gericht aan de bevoegde Italiaanse instanties, die dit verzoek niet beantwoorden binnen de voorziene termijn. De staatssecretaris voor Asiel en Migratie neemt op 9 mei 2017 een beslissing tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten met als motief dat de Italiaanse autoriteiten bevoegd zijn voor de behandeling van de asielaanvraag zodat verzoeker zal worden teruggeleid naar de bevoegde Italiaanse autoriteiten. XIV - 37.747 - 2/4 3.
  8. Op 25 juli 2017 stelt de verzoekende partij de Italiaanse autoriteiten ervan in kennis dat verweerder is ondergedoken, zodat de overdrachtstermijn voor verweerder met toepassing van artikel 9.2 van verordening nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 ‘tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend’ (hierna: de Dublin III-verordening) wordt verlengd tot 18 maanden om te verstrijken op 16 september
  9. Verweerder stelt op 14 november 2017 tegen deze laatste beslissing een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 8 mei 2018 vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de voornoemde beslissing van 25 juli
  10. Dit is het bestreden arrest. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep – belang
  11. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State dient niet enkel te bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Met een brief van haar raadsman van 11 juli 2019 deelt de verzoekende partij aan de Raad van State mee dat verweerder met een beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 12 april 2019 is erkend als vluchteling. De verzoekende partij verklaart “dat zij niet langer beschikt over een belang bij het ingestelde cassatieberoep, gezien verwerende partij thans over een verblijfsrecht beschikt” en voegt stukken bij deze brief. Nu verweerder blijkt te zijn erkend als vluchteling, valt niet in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest tot vernietiging van een eerdere mededeling van een verlenging van de overdrachtstermijn in toepassing van artikel 29.2 van de Dublin III-verordening. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting en toont dan ook geenszins het behoud van het vereiste belang aan. Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk. XIV - 37.747 - 3/4 BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  13. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 november tweeduizend negentien, door de verenigde kamers van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, samengesteld uit: Geert DEBERSAQUES, kamervoorzitter, Yves HOUYET, kamervoorzitter, Carlo ADAMS, staatsraad, Luc CAMBIER, staatsraad, Kaat LEUS, staatsraad, Marc JOASSART, staatsraad, bijgestaan door Gregory DELANNAY, hoofdgriffier. De hoofdgriffier, De voorzitter, Gregory DELANNAY Geert DEBERSAQUES XIV - 37.747 - 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.006 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.