id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.014 Rolnummer: A. 228323/VII-40564 Zaak: Arrest 246014 - Milieuvergunningen - 07/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-14 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 21:22 Fiche Arrest nr 246.014 van 7 november 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 246.014 van 7 november 2019 in de zaak A. 228.323/VII-40.564 In zake : Rita VERCAEMST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ali Heerman kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Einestraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN OOST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 7 juni 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 4 april 2019 houdende uitspraak over het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kluisbergen van 11 maart 2015, waarbij aan Bart Van Wambeke de milieuvergunning ter hernieuwing met verandering van de inrichting wordt verleend voor het uitbaten van een rundveebedrijf, gelegen aan de Meersestraat 13 te Kluisbergen. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot VII-40.564-1/6 regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 oktober
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Filip Redant, die loco advocaat Ali Heerman verschijnt voor verzoekster, en juriste Fabienne Vanderstraeten, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Bart Van Wambeke dient op 28 november 2014 een milieuvergunningsaanvraag in voor de hernieuwing van de bestaande milieuvergunning en het veranderen van de inrichting. Het gaat in hoofdzaak om het bouwen en exploiteren van een nieuwe rundveestal. Het betrokken perceel is volgens het gewestplan Oudenaarde, vastgesteld bij koninklijk besluit van 24 februari 1977, gelegen in een “agrarisch gebied met landschappelijke waarde”, tevens aangeduid als “vallei- of brongebied”. 3.
- Bij besluit van 11 maart 2015 verleent het college van VII-40.564-2/6 burgemeester en schepenen van de gemeente Kluisbergen de gevraagde vergunning. 3.
- Tegen die beslissing stelt verzoekster beroep in bij de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. 3.
- Met een besluit van 27 augustus 2015 verwerpt de deputatie het bestuurlijk beroep en bevestigt ze de in eerste aanleg verleende vergunning. 3.
- Bij arrest nr. 242.942 van 14 november 2018 vernietigt de Raad van State voormelde vergunningsbeslissing. 3.
- Als uitkomst van de herneming van de administratieve beroepsprocedure wordt het thans bestreden besluit genomen. Aan Bart Van Wambeke wordt de gevraagde milieuvergunning opnieuw verleend. IV. Onderzoek van het eerste middel Uiteenzetting van verzoekster
- In het eerste middel voert verzoekster onder meer de schending aan van het gezag van gewijsde van arrest nr. 242.942 van 14 november
- Zij betoogt: “In de bestreden beslissing wordt gesteld: ‘de bespreking van de onderdelen van een MER-screening zitten vervat in de bespreking van de milieuhygiënische aspecten, de natuurtoets en de watertoets.’ Dit terwijl Uw Raad reeds in het eerdere vernietigingsarrest had overwogen dat ‘de voorafgaande screening om te beoordelen of het project al dan niet aanzienlijke milieueffecten kan hebben, kadert binnen de Vlaamse MER-regelgeving die het gevolg is van de omzetting van MER-richtlijn 2011/92/EU, en gebiedt dienvolgens een eigen beoordeling en uitdrukkelijke motivering.’ Het geeft geen blijk van zorgvuldig en redelijk handelen van een vergunningverlenende overheid om in te gaan tegen het gezag van gewijsde van het arrest van Uw Raad in dit dossier waarin duidelijk wordt aangegeven dat een afzonderlijke beoordeling en motivering noodzakelijk is. VII-40.564-3/6 Artikel 1, 5° van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 definieert de project-m.e.r.-screeningsnota als ‘een document waarin van een voorgenomen project wordt aangegeven of er aanzienlijke effecten voor mens en milieu te verwachten zijn’. De project-mer-screeningsnota dient slechts aan één vormvereiste te voldoen: het moet gaan om een document, voor het overige ligt de keuze bij de initiatiefnemer of hij het modelformulier hanteert of een document opstelt in vrije stijl (Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, Algemene handleiding project-m.e.r.-screening, 11 maart 2013, […]). In voorliggend dossier ligt geen afzonderlijk document voor waarin wordt aangegeven of er aanzienlijke effecten voor mens en milieu te verwachten zijn. De vormvereiste voor de project-mer-screening is dan ook geschonden. A fortiori motiveert verwerende partij niet eens waarom zij meent dat de beoordeling die reeds werd opgenomen in de bespreking van de verschillende aspecten toch volstaat als screening”. Beoordeling
- Het gezag van gewijsde van een vernietigingsarrest van de Raad van State strekt zich uit tot de onverbrekelijk met het dictum verbonden motieven houdende uitspraak over de tijdens het rechtsgeding betwiste rechtspunten waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren. Het gezag van gewijsde steunt op de noodzakelijkheid te beletten dat eenzelfde betwisting altijd zou blijven duren. Dit gezag brengt onder meer met zich mee dat een door de rechter genomen bindende beslissing achteraf niet meer in vraag mag worden gesteld door de in het geding betrokken partijen.
- In arrest nr. 242.942 van 14 november 2018 werd onder meer het volgende overwogen: “[…] Voor zover de verwerende en tussenkomende partijen betogen dat de facto een screening is gebeurd van de mogelijke milieueffecten van de gevraagde exploitatie op haar omgeving door de evaluatie van de planologische en milieuhygiënische aspecten en de natuurtoets opgenomen in de bestreden beslissing, wordt vastgesteld dat deze evaluatie kadert binnen het onderzoek die de bevoegde overheid overeenkomstig de betreffende regelgeving, in het bijzonder het milieuvergunningsdecreet en haar uitvoeringsbesluiten, dient te voeren om na te gaan of de aan de vergunningsplicht onderworpen activiteiten, die in principe verboden zijn, kunnen plaatsvinden in omstandigheden die vanuit oogpunt van de bescherming van de mens en het leefmilieu aanvaardbaar of toelaatbaar zijn. VII-40.564-4/6 De voorafgaande screening om te beoordelen of het project al dan niet aanzienlijke milieueffecten kan hebben, kadert binnen de Vlaamse MER-regelgeving die het gevolg is van de omzetting van MER-richtlijn 2011/92/EU, en gebiedt dienvolgens een eigen beoordeling en uitdrukkelijke motivering”.
- Door te overwegen dat “[d]e bespreking van de onderdelen van een MER-screening […] vervat [zitten] in de bespreking van de milieuhygiënische aspecten, de natuurtoets en de watertoets” en te concluderen dat gelet op “hetgeen wordt besproken onder de milieuhygiënische en planologische aspecten […] geen MER moet worden opgemaakt”, schendt de bestreden beslissing het gezag van gewijsde van voormeld arrest.
- Het eerste middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 4 april 2019 houdende uitspraak over het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kluisbergen van 11 maart 2015, waarbij aan Bart Van Wambeke de milieuvergunning ter hernieuwing met verandering van de inrichting wordt verleend voor het uitbaten van een rundveebedrijf, gelegen aan de Meersestraat 13 te Kluisbergen.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van van 20 euro. VII-40.564-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven november tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-40.564-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.014 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div