← België

Arrest 246068 - Penitentiair recht - 13/11/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.068 Rolnummer: A. 223583/XIV-37546 Zaak: Arrest 246068 - Penitentiair recht - 13/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-18 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-24 00:33 Fiche Arrest nr 246.068 van 13 november 2019 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 246.068 van 13 november 2019 in de zaak A. 223.583/XIV-37.546 In zake: Kristof DAMS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Giovanni Havet kantoor houdend te 3202 Rillaar Langestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 20 oktober 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de tuchtbeslissing van de gevangenisdirecteur [D.C.] van de gevangenis van Merksplas, zoals genomen en ter kennis gegeven aan verzoekende partij op 23 augustus 2017, houdende ontzegging van het bezit van een printer voor 30 dagen vanaf 24 augustus 2017.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 6 augustus
  3. XIV-37.546-1/3 Op 25 september 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XIV-37.546-2/3 BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver- klaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien november tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, waarnemend voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Kaat Leus XIV-37.546-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.068 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.