← België

Arrest 246072 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/11/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.072 Rolnummer: A. 227031/VII-40456 Zaak: Arrest 246072 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-20 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 06:49 Fiche Arrest nr 246.072 van 14 november 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 246.072 van 14 november 2019 in de zaak A. 227.031/VII-40.456 In zake : de VZW VLAAMS ZWEEFVLIEGCENTRUM PHOENIX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart De Becker kantoor houdend te 8500 Kortrijk Loofstraat 39 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 21 december 2018, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-1819-0258 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 6 november 2018 in de zaak 1617-RvVb-0432-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Een beschikking van 7 februari 2019 verklaart het cassatieberoep toelaatbaar. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. VII-40.456-1/5 Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend teneinde te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 oktober
  3. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart De Becker, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Met een besluit van 16 januari 2017 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Geraardsbergen (hierna: college) “om de piste (start- en landingsbaan) en de bijhorende infrastructuur op de percelen gelegen te 9500 Overboelare (Geraardsbergen), Veldekensdreef […] op te nemen als „vergund geacht‟ in het vergunningenregister”.
  6. Het bestreden arrest vernietigt op vordering van de vzw Milieufront Omer Wattez de registratiebeslissing van het college. VII-40.456-2/5 IV. Onderzoek van het middel Standpunt van de vzw Vlaams Zweefvliegcentrum Phoenix (hierna: Vlaams Zweefvliegcentrum)
  7. Het Vlaams Zweefvliegcentrum voert de schending aan van artikel 4.2.14, § 4, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO). Het argumenteert dat een correcte lezing van artikel 4.2.14, § 4, VCRO ertoe leidt “dat de overheid die het vergund karakter van een constructie beoordeelt alleen moet nagaan of er geen in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen zijn die het vergund karakter van een constructie tegenspreken die dateren van voor de inwerkingtreding van artikel 4.2.14, § 4 VCRO (1 september 2019). Dit is de duidelijke wil van de decreetgever en wordt bevestigd door de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid”. Het bestreden arrest heeft geoordeeld dat artikel 4.2.14, § 4, VCRO handelt over “alle in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen die het vergund karakter van een constructie tegenspreken en die dateren van voor de opname van de betrokken constructie als vergund geacht in het vergunningenregister”. Het bestreden arrest schendt deze decretale bepaling door te oordelen dat het Vlaams Zweefvliegcentrum niet kan worden gevolgd dat deze bepaling enkel zou gelden ten aanzien van in kracht van gewijsde gegane arresten die dateren van voor de inwerkingtreding van deze bepaling, en dat het college bij het onderzoek niet enkel rekening moest houden met het arrest van de Raad van State nr. 193.593 van 28 mei 2009 maar ook met alle andere door de vzw Milieufront Omer Wattez aangehaalde arresten die dateren van voor de opname van de start- en landingsbaan als vergund geacht in het vergunningenregister op 16 januari
  8. Het bestreden arrest is niet naar recht verantwoord. VII-40.456-3/5 Beoordeling
  9. Artikel 4.2.14, § 4, VCRO bepaalt: “Dit artikel heeft nimmer voor gevolg dat teruggekomen wordt op in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen die het vergund karakter van een constructie tegenspreken”. De toelichting “dat de vermoedens van vergunning nooit kunnen inhouden dat teruggekomen wordt op vroeger uitgesproken (= voordat de vermoedens zijn ingesteld) en in kracht van gewijsde gegane vonnissen of arresten, waarin het vergund karakter van een constructie tegengesproken wordt” (Parl.St. Vl.Parl. 2008-09, nr. 2011/1, p. 111), doet geen afbreuk aan de niet voor interpretatie vatbare tekst van het decreet zelf.
  10. Het middel gaat terug op de beoordeling in randnummer 6.2 door de RvVb van het middel van de vzw Milieufront Omer Wattez. Het bestreden arrest overweegt: “Om te beginnen kan de tussenkomende partij niet worden gevolgd waar zij stelt dat de bepaling uit artikel 4.2.14, §4 VCRO enkel zou gelden ten aanzien van in kracht van gewijsde gegane arresten die dateren van voor de inwerkingtreding van artikel 4.2.14, §4 VCRO. In de parlementaire voorbereiding wordt de bepaling van artikel 4.2.14, §4 VCRO als volgt verduidelijkt (Parl.St. Vl.Parl 2008-2009, 2011/1, 111): „[…] Duidelijkheidshalve bepaalt het nieuwe artikel 106, §4 DRO dat de vermoedens van vergunning nooit kunnen inhouden dat teruggekomen wordt op vroeger uitgesproken (= voordat de vermoedens zijn ingesteld) en in kracht van gewijsde gegane vonnissen of arresten, waarin het vergund karakter van een constructie tegengesproken wordt. […]‟ Anders dan wat de tussenkomende partij aanvoert, wijst „vroeger‟ niet naar de periode voor de inwerkingtreding van de bepaling, maar wel naar de periode voor de opname van de betrokken constructie als vergund geacht in het vergunningenregister. Dat betekent dat de verwerende partij in haar onderzoek naar het vergund geacht karakter niet enkel rekening moest houden met het arrest nr. 193.593 van de Raad van State van 28 mei 2009 maar ook met alle andere door de VII-40.456-4/5 verzoekende partij aangehaalde arresten en op zorgvuldige wijze moest onderzoeken of die arresten het vergund geacht karakter van de start- en landingsbaan niet tegenspreken. De arresten dateren immers allen van voor de opname van de start- en landingsbaan als vergund geacht in het vergunningenregister op 16 januari 2017”.
  11. Door aldus te beslissen schendt het bestreden arrest artikel 4.2.14, § 4, VCRO niet.
  12. Het middel wordt verworpen. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  14. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien november tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.456-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.072 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.