← België

Arrest 246100 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 18/11/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.100 Rolnummer: A. 224459/IX-9238 Zaak: Arrest 246100 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 18/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-21 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-24 12:09 Fiche Arrest nr 246.100 van 18 november 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 246.100 van 18 november 2019 in de zaak A. 224.459/IX-9238 In zake: de NV TOPRADIO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan Lesaffer kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 22-24 bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 29 januari 2018, strekt tot de nietig- verklaring van de beslissing OVB/2017/259 van de beroepsinstantie inzake open- baarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie, afdeling openbaar- heid van bestuur, van 29 november
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. IX-9238-1/9 De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 oktober
  4. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Christiaan Lesaffer, die verschijnt voor de verzoe- kende partij en advocaat Patrick Devers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behalve wat de rechtsplegingsvergoeding be- treft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Op 16 mei 2017 verschijnt in het Belgisch Staatsblad een op- roep tot kandidaatstelling voor erkenning als netwerkradio-omroeporganisatie. Op 15 september 2017 beslist de Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel dat de nv C FM wordt erkend als netwerkradio- omroeporganisatie voor frequentiepakket netwerkradio-omroeporganisatie 3 – Ander profiel
  7. IX-9238-2/9 De nietigverklaring van dit erkenningsbesluit wordt gevorderd door de nv Topradio in de zaak, gekend onder rolnummer A. 223.737/IX-
  8. 3.
  9. Verzoekster nv Topradio richt op 20 september 2017 aan het departement CJM bij de Vlaamse overheid, afdeling Radio-erkenningen een ver- zoek om een afschrift te verlenen van, onder meer, het aanvraagdossier van de nv C FM. Het departement CJM willigt op 13 oktober 2017 het open- baarheidsverzoek gedeeltelijk in. Verzoekster dient op 20 oktober 2017 een beroepschrift in te- gen de voormelde gedeeltelijke weigeringsbeslissing van het departement CJM bij de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van over- heidsinformatie, afdeling openbaarheid van bestuur (hierna: de beroepsinstantie). Op 29 november 2017 verklaart de beroepsinstantie met de thans bestreden beslissing het beroep ontvankelijk en deels gegrond. 3.
  10. Op 9 maart 2018 beslist de Vlaamse minister van Cultuur, Me- dia, Jeugd en Brussel tot intrekking van het voormelde ministerieel erkennings- besluit van 15 september
  11. 3.
  12. Het ministerieel besluit van 9 maart 2018 wordt aangevochten door de nv C FM met een beroep, gekend onder rolnummer A. 225.174/IX-
  13. Bij arrest nr. 244.907 van 20 juni 2019 verwerpt de Raad van State dit beroep van de nv C FM, in zoverre het is gericht tegen de intrekking van de haar bij ministerieel besluit van 15 september 2017 verleende erkenning. 3.
  14. Bij arrest nr. 244.928 van 24 juni 2019 verwerpt de Raad van State het beroep van de nv Topradio in de zaak A. 223.737/IX-
  15. Vastgesteld IX-9238-3/9 wordt, dat het beroep tegen het ministerieel besluit van 15 september 2017 zonder voorwerp is: het erkenningsbesluit van 15 september 2017 is ingetrokken bij arti- kel 1 van het ministerieel besluit van 9 maart 2018 en ingevolge de verwerping van het tegen die intrekkingsbeslissing door de nv C FM ingestelde beroep, is die intrekking definitief geworden. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
  16. De verwerende partij werpt een exceptie op wegens gebrek aan belang. Zij wijst erop dat de erkenning van C FM is ingetrokken, wat volgens haar betekent dat het belang van verzoekster “is […] komen te vervallen.”
  17. In de memorie van wederantwoord repliceert verzoekster als volgt: “Dit beroep is […] nog steeds van belang voor Topradio omdat een brede- re inzage in het origineel aanvraagdossier van nv CFM haar zal toelaten in de zaak met rolnummer G/A.225.174/IX-9290 met mogelijk nog meer ar- gumenten i.v.m. onjuistheden in dat aanvraagdossier de onontvankelijk- heid, minstens de ongegrondheid van het beroep van nv CFM aan te to- nen. Ook in het beroep dat Topradio instelde tegen de initiële erkenning van nv C FM – zaak die actueel zal worden indien Uw Raad per impossibile de erkenning van Topradio schorst/vernietigt – geldt dezelfde redenering: een betere kennis van het aanvraagdossier van nv C FM zal Topradio in staat stellen nog meer onzorgvuldigheden aan de kaak te stellen.”
  18. In haar laatste memorie stelt verzoekster dat de rechtspraak van de Raad van State aanvaardt dat het belang waarvan een verzoekende partij doet blijken kan evolueren. Het belangvereiste mag voorts niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze worden toegepast. Van verzoekster kan niet worden verwacht om bij de omschrij- ving van haar belang in het inleidend verzoekschrift rekening te houden met toe- IX-9238-4/9 komstige en onzekere gebeurtenissen. Op datum van indiening van het verzoek- schrift was Topradio niet erkend en vocht zij de erkenning van C FM aan. Op datum van indiening van haar memorie van wederantwoord was zij intussen zelf erkend en diende zij zich te verweren tegen een beroep van C FM. Op datum van deze laatste memorie is dat nog steeds de situatie, maar dan ten aanzien van een nieuw ministerieel besluit. Het belang van verzoekster is dus nog steeds actueel, weze het dat het is geëvolueerd in functie van de juridische en feitelijke situatie zoals die zich ontvouwde sinds het instellen van het beroep.
  19. In haar laatste memorie wijst de verwerende partij erop dat ver- zoekster “in haar laatste memorie haar vermeende belang bij huidige vernieti- gingsprocedure opnieuw aanpast”. De nuance die verzoekster tracht aan te brengen, namelijk dat wel met een in de loop van het geding aangepast belang rekening gehouden kan worden indien dit belang evolueerde omdat ook het feitelijk en juridisch kader evolueerde, kan niet worden bijgevallen. Anders dan bij een nieuw middel, dat wel kan worden geïntroduceerd in een later procedurestuk indien het niet moge- lijk was het middel op het ogenblik van het indienen van het verzoekschrift te kennen, kan een aanpassing van het vereiste actuele belang in de loop van de pro- cedure niet. De procedure werd volgens de eigen toelichting van verzoekster geï- nitieerd met een zeker doel voor ogen, namelijk het succesvol aanvechten van de erkenning als netwerkradio-omroeporganisatie van de nv C FM bij besluit van 15 september
  20. Dit doel verdween. Bij een ontvankelijk nieuw middel be- houdt een verzoekende partij normaliter haar initieel belang. Er wordt louter een bijkomende grond tot onwettigheid van de bestreden beslissing opgeworpen. Het belang dat een verzoekende partij verdedigt kan echter niet op eenzelfde manier worden uitgebreid. Verzoekster is gebonden door de omschrijving van haar be- lang in het inleidende procedurestuk. Ook wanneer zij dit belang verliest door omstandigheden buiten haar wil – en buiten de wil van de verwerende partij – is zij zonder belang. IX-9238-5/9 Beoordeling
  21. Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste be- lang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook. Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar be- roep. De Raad van State dient er evenwel over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast. Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet ook voorhanden zijn tot aan de sluiting van het debat.
  22. Zoals de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrecht- spraak van de Raad van State nog recent heeft bevestigd in arrest nr. 243.406 van 15 januari 2019, is er voor een verzoekende partij géén stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten.
  23. Een verzoekende partij hoeft zich met andere woorden niet de moeite te getroosten om, bijvoorbeeld reeds in het inleidend verzoekschrift, haar belang uiteen te zetten. IX-9238-6/9 Van verzoekster wordt dus helemaal niet verwacht, in tegen- stelling tot wat zij schrijft in haar laatste memorie, om “in het inleidend verzoek- schrift rekening te houden met toekomstige en onzekere gebeurtenissen”.
  24. Heeft een verzoekende partij echter uitdrukkelijk standpunt ingenomen over haar belang, zoals óók wordt herinnerd in voormeld arrest, dan heeft zij daarmee ook de contouren geschetst waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden. Des te meer is dit het geval, wanneer een verzoekende partij uitdrukkelijk geconfronteerd wordt met een exceptie van gebrek aan belang. In dat geval, valt het haar toe om daartegenover klaar en duidelijk standpunt te kie- zen en om, indien zij de exceptie betwist, de precieze redenen daarvoor te doen kennen en, meer bepaald, het belang dat zij met haar vordering gediend wil zien zo nauwkeurig en volledig mogelijk te omschrijven. Een verzoekende partij die ter zake kleur bekent aan haar woord houden, is naar het oordeel van de Raad van State geen buitensporig re- strictieve of formalistische beperking van het recht op toegang tot de rechter. De Raad respecteert immers de keuze die verzoekster, zonder enige verplichting daartoe, eigener beweging heeft gemaakt bij het beantwoorden van de exceptie en hij neemt zo ook de rechten van verdediging van de verwerende partij in acht.
  25. In antwoord op de door de verwerende partij opgeworpen ex- ceptie, heeft verzoekster haar belang bij het voorliggende annulatieberoep uitslui- tend en alleen verbonden met de hangende beroepen tussen haarzelf en C FM. In die beide beroepen is ondertussen evenwel een eindarrest gewezen, zodat het doel dat verzoekster initieel voor ogen stond niet meer kan worden gerealiseerd. IX-9238-7/9 Overigens heeft verzoekster op een andere manier hetzelfde verkregen als wat zij met haar eigen beroep beoogde: de door haar aangevochten erkenning van de nv C FM is weliswaar niet vernietigd, maar ingetrokken en die intrekking is, zo blijkt uit het feitenrelaas, definitief. Een belang dat als het ware is “afgestorven”, kan niet meer “evolueren over de tijd” en kan verzoekster later niet meer op grond van andere argumenten doen herleven.
  26. Gelet op wat voorafgaat, mag met de nieuwe invulling die ver- zoekster geeft aan haar belang in de laatste memorie geen rekening worden ge- houden.
  27. De exceptie is gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  28. De Raad van State verwerpt het beroep.
  29. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsple- gingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-9238-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien november tweeduizend negentien, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9238-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.100 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.