← België

Arrest 246132 - Verzekeringstussenpersonen - 21/11/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.132 Rolnummer: A. 227955/XIV-38032 Zaak: Arrest 246132 - Verzekeringstussenpersonen - 21/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-21 22:14 Fiche Arrest nr 246.132 van 21 november 2019 Beroepen - Verzekeringstussenpersonen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 246.132 van 21 november 2019 in de zaak A. 227.955/XIV-38.032 In zake : Wim PIETERS wonend te 8434 Middelkerke Irislaan 38 alwaar woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dennis Tavernier kantoor houdend te 8400 Oostende Nieuwpoortsesteenweg 94-96 tegen : de AUTORITEIT VOOR FINANCIËLE MARKTEN EN DIENSTEN (FSMA) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 23 april 2019, strekt tot de nietigverklaring van “de schrapping [van verzoeker] in het register van de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen [, genomen op 9 april 2019]”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. XIV-38.032-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 november
  3. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is ingeschreven in het register van de verzekeringstussenpersonen onder het ondernemingsnummer 0647.688.
  6. 3.
  7. Bij brief van 20 augustus 2018 vraagt de FSMA aan verzoeker om voor het boekjaar 2018 de bijdragen te betalen in de werkingskosten van de FSMA door de (her)verzekeringstussenpersonen, de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten en de gereglementeerde ondernemingen die aan rechtstreekse distributie van hun eigen producten met eigen personeel doen. Het totaalbedrag bedraagt 425,76 €. Op 19 november 2018 wordt een betalingsherinnering verstuurd. Deze herinnering vermeldt uitdrukkelijk dat het gebrek aan betaling binnen een termijn van zeven dagen “leidt” tot de schrapping van de inschrijving. XIV-38.032-2/7 Bij brief van 7 december 2018 stuurt de verwerende partij bij aangetekende post met ontvangstmelding een aanmaning tot betaling waarbij weerom duidelijk wordt gesteld dat wanbetaling kan leiden tot ambtshalve verval van het recht om verder te werken als verzekeringstussenpersoon en dat, om dit te voorkomen, binnen een maand moet worden overgegaan tot betaling van de voor het boekjaar 2018 verschuldigde bijdrage. Bij brief van 12 maart 2019 stuurt de verwerende partij bij aangetekende post met ontvangstmelding nog een tweede aanmaning. 3.
  8. Gelet op het gebrek aan betaling beslist de verwerende partij op 9 april 2019 overeenkomstig artikel 311, § 1, derde lid, van de wet van 4 april 2014 ‘betreffende de verzekeringen’ (hierna: de wet van 4 april 2014) om de inschrijving van verzoeker in het register van de (her)verzekeringstussenpersonen te schrappen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Afstand
  9. Met een faxbericht van 5 november 2019 bericht de raadsman van verzoeker de Raad van State dat verzoeker “niet langer aandringt in dit dossier” en dat hij “niet ter zitting [zal] verschijnen, noch vertegenwoordigd zijn”. Beoordeling
  10. De afstand van geding wordt niet vermoed doch moet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig zijn. Anders dan de verwerende partij het ziet, doet het ter kennis gebrachte “niet langer aandringen” van verzoeker de Raad van State er niet toe besluiten dat aldus een ondubbelzinnige afstand van geding voorligt. XIV-38.032-3/7 V. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
  11. In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij aan dat het ingediende beroep niet-ontvankelijk is. Het verzoekschrift bevat geen enkel middel, er wordt geen enkele rechtsgrond aangehaald die door de verwerende partij zou zijn geschonden en er wordt geen enkel juridisch bezwaar opgeworpen tegen de bestreden beslissing. Verzoeker beoogt niets anders te doen dan te vragen om een heroverweging van de bestreden beslissing. Daarnaast wijst de verwerende partij erop dat zij zich bij het opleggen van de bestreden schrapping heeft gehouden aan de toepasselijke bepalingen van de wet van 4 april 2014 ‘betreffende de verzekeringen’ en niet anders kon dan ambtshalve het verval van de inschrijving van verzoeker in het register van de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen te acteren. Beoordeling
  12. Het voorliggende beroep betreft een beroep zoals bedoeld in artikel 122, 19°, van de wet van 2 augustus 2002 ‘betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten’ (hierna: de wet van 2 augustus 2002) dat bepaalt dat bij de Raad van State, volgens een versnelde procedure zoals vastgesteld door de Koning, beroep kan worden ingesteld door de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersonen “tegen de beslissingen tot inschrijving of tot weigering van inschrijving in een categorie van het register van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen of van het register van de herverzekeringstussenpersonen, tot schrapping, tot verbod van activiteiten, tot schorsing, tot wijziging van de inschrijving en tot waarschuwing, alsook tegen de beslissingen tot gevolg hebbende het verlies van rechtswege van inschrijving, die de FSMA heeft genomen krachtens artikelen 259, 268 en 311 van voormelde wet van 4 april 2014”. XIV-38.032-4/7 Op een dergelijk beroep is het koninklijk besluit van 15 mei 2003 ‘tot regeling van de versnelde procedure in geval van beroep bij de raad van state tegen sommige beslissingen van de autoriteit voor financiële diensten en markten en de nationale bank van België’, van toepassing. Het in artikel 122, 19°, van de wet van 2 augustus 2002 ingediende beroep betreft, onverminderd de versnelde procedure die erop van toepassing is, een annulatieberoep in de zin van artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
  13. De uiteenzetting van de middelen is een essentieel onderdeel van het verzoekschrift niet alleen omdat het aan de verwerende partij toelaat zich te verdedigen tegen de geformuleerde grieven, maar evenzeer omdat het de Raad van State in staat stelt de gegrondheid van de aangevoerde grieven te onderzoeken. De Raad van State doet immers luidens artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State uitspraak over beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht. Het middel moet dan ook op zodanige wijze onder woorden worden gebracht dat de verwerende partij, het bevoegde lid van het auditoraat en de Raad van State aan de hand van wat dat verzoekschrift bevat, moet kunnen bepalen wat de grondslag is van het beroep, zonder dat de interpretatie van wat verzoeker wil, uitloopt op het maken van veronderstellingen.
  14. Te dezen bevat het verzoekschrift onder het kopje “[i]n rechte” de volgende uiteenzetting: “Verzoeker is niet akkoord met de beslissing van het directiecomité van de AUTORITEIT VOOR FINANCIËLE DIENSTEN EN MARKTEN (FSMA) tot schrapping in het register van de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen. Een schrapping betekent dat verzoeker niet meer is ingeschreven in het register en zijn werkzaamheid niet meer kan uitoefenen. Deze niet-betaling / niet-tijdige betaling van de werkingskosten is een éénmalige inbreuk waarvoor een te zware sanctie is genomen door de FSMA. Een waarschuwing van de FSMA was ook een mogelijkheid waartoe de FSMA kon beslissen. Feit dat de bijdrage in de werkingskosten voor het boekjaar 2018 nu betaald is, toont verzoekers zijn goede trouw. XIV-38.032-5/7 Dat de door verzoeker niet tijdig betaalde bijdrage in de werkingskosten de FSMA zou hinderen in haar werking, stelt verzoeker in twijfel. Teneinde opnieuw ingeschreven te zijn, is verzoeker zelfs bereid om de werkingskosten van de volgende boekjaren vooraf te betalen. Verzoeker is ongelukkig, maar ter goeder trouw. Verzoeker zal er in de toekomst op toezien dat dit nooit meer voorvalt en is bereid om in de toekomst zelfs een aantal jaar op voorhand te betalen. Verzoeker wil ten alle prijze de schrapping vermijden. Hij beseft dat zijn vergetelheid vreemd is overgekomen, maar verzoeker is ten zeerste solvabel en kent geen enkele financiële moeilijkheden. Verzoeker zal zich beter organiseren opdat dit in de toekomst nooit meer kan voorvallen.”
  15. Die uiteenzetting in het verzoekschrift is vaag en algemeen zonder aanduiding of omschrijving van de geschonden geachte rechtsregel of het geschonden geachte rechtsbeginsel, noch van de wijze waarop deze naar het oordeel van verzoeker werd geschonden bij het nemen van de bestreden beslissing.
  16. Uit de uiteenzetting van het verzoekschrift blijkt voorts dat verzoeker van de Raad van State een nieuwe beoordeling verwacht over de reden van de laattijdige betaling en over de gevolgen hiervan op de schrapping van de inschrijving in het register van de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen. Verzoeker verwacht met andere woorden dat de Raad van State de beoordeling door de toezichthouder overdoet. De Raad van State is ook in het in artikel 122, 19°, van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde geval enkel bevoegd om de nietigverklaring uit te spreken van onwettige bestuurshandelingen. De Raad van State kan zich bijgevolg niet in de plaats stellen van de overheid om de feitelijke gegevens van een dossier te beoordelen of te beslissen dat verzoekers inschrijving in het register van de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen vooralsnog niet kan worden geschrapt.
  17. Het beroep is niet-ontvankelijk bij gebrek aan enig middel. XIV-38.032-6/7 BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig november tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-38.032-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.132 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.