← België

Arrest 246133 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 21/11/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.133 Rolnummer: A. 220320/XIV-37202 Zaak: Arrest 246133 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 21/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-24 12:16 Fiche Arrest nr 246.133 van 21 november 2019 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 246.133 van 21 november 2019 in de zaak A. 220.320/XIV-37.202 In zake : Diane VERTONGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145 A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 september 2016, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van HCP [D.A.] waarbij [verzoekster] is herplaatst naar de functie van adviseur lid preventieadviseur psychosociale aspecten - CGWB/psychosociale preventie”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. XIV-37.202-1/7 Verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 september
  3. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Flore Aerens, die loco advocaat Peter Crispyn verschijnt voor verzoekster en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoekster was tot 31 augustus 2011 aangesteld als adviseur diensthoofd psycholoog preventieadviseur op de dienst Psychosociale preventie van de directie van de interne dienst voor Preventie en Bescherming op het werk. 3.
  6. Op 1 september 2011 wordt verzoekster door de commissaris-generaal van de federale politie aangesteld in het hoger ambt van directeur van de interne dienst voor Preventie en Bescherming op het werk. Adviseur V.L. wordt aangesteld om de functie van verzoekster als diensthoofd verder uit te oefenen. XIV-37.202-2/7 3.
  7. In het kader van de optimalisatie van de federale politie wordt de directie van de interne dienst voor Preventie en Bescherming op het werk die deel uitmaakte van de algemene directie van de Ondersteuning en het Beheer, voortaan ondergebracht op het niveau van het commissariaat-generaal (cfr. de artikelen 1, a), 2 en 3 van het koninklijk besluit van 18 juli 2013 ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2006 ‘betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie’, en artikel 3 van het koninklijk besluit van 27 oktober 2015 ‘tot vaststelling van de personeelsformatie van de federale politie’, waarbij het koninklijk besluit van 14 november 2006 ‘betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie’ wordt gewijzigd). 3.
  8. Verzoekster ontvangt op 8 oktober 2015, in het kader van de optimalisatie/reorganisatie van de federale politie, een “wensfiche CGWB” waarbij haar wordt voorgesteld om de functie van adviseur lid Preventieadviseur Psychosociale aspecten - CGWB/Psychosociale Preventie” te bekleden. Verzoekster verklaart zich hiermee niet akkoord. 3.
  9. Op 23 oktober 2015 wordt door hoofdcommissaris van politie (hierna: HCP) D.A. aan verzoekster het herplaatsingsvoorstel in de betrekking van adviseur lid Preventieadviseur Psychosociale aspecten - CGWB/Psychosociale Preventie gedaan. 3.
  10. Verzoekster dient op 9 november 2015 tegen dit voorstel tot herplaatsing een verweerschrift in bij het begeleidingscomité. 3.
  11. Het begeleidingscomité verklaart op 21 maart 2016 het verzoekschrift ontvankelijk maar niet gegrond. Op 23 maart 2016 bezorgt HCP D.A. verzoekster per e-mail de beslissing van het begeleidingscomité van 21 maart
  12. Dit is de bestreden beslissing. XIV-37.202-3/7 3.
  13. Met een schrijven van 23 februari 2017 bezorgt de verwerende partij aan de Raad van State een “erratum personeelsbulletin” van 4 januari 2017 “waarin de definitieve herplaatsingsbeslissing van [verzoekster] werd bekend gemaakt.” Het bij dat schrijven gevoegde Bulletin van het personeel (Nr. RP 03 - Erratum) van 4 januari 2017 dat is ondertekend door de Commissaris Generaal, vermeldt, wat de herplaatsing van verzoekster en adviseur V.L. betreft, wat volgt: “Vertongen Diane Lezen CGWB - dienst Psychosociale preventie - conseiller membre in plaats van CGWB - dienst Psychosociale preventie - conseiller chef de service” en “[V.L.] Lire CGWB - service Prevention psychosociale - conseiller chef de service au lieu de CGWB - service Prevention psychosociale - conseiller membre.” Verzoekster heeft ook tegen deze beslissing een beroep tot nietigverklaring ingediend dat bij de Raad van State bekend is onder het nummer A. 225.736/XIV-37.
  14. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie Standpunt van de partijen
  15. De verwerende partij laat in haar verzoekschrift gelden dat verzoekster een beroep tot nietigverklaring heeft ingediend tegen de kennisgeving door de HCP [D.A.] van de beslissing van het begeleidingscomité zodat het beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk is. Het beroep is niet gericht tegen een uitvoerbare beslissing, die beoogt rechtsgevolgen in het leven te roepen of te beletten dat zij tot stand komen. Evenmin zijn aanvechtbaar de maatregelen die aan beslissingen voorafgaan en deze voorbereiden. De kennisgeving van de beslissing van het begeleidingscomité is vanzelfsprekend geen beslissing tot herplaatsing. Nergens uit de e-mail van HCP [D.A.] kan worden afgeleid dat er reeds sprake is XIV-37.202-4/7 van een definitieve beslissing tot herplaatsing. De e-mail vermeldt concreet als onderwerp: “Inplaatsstelling OT3 - Begeleidingscomité - Dossier Vertongen - Beslissing” en hieruit blijkt duidelijk dat het gaat over een beslissing van het begeleidingscomité en niet over de beslissing tot herplaatsing. De definitieve beslissing tot herplaatsing van onder andere verzoekster is gepland in januari
  16. Gelet op het grote aantal betrokken personeelsleden en de diverse verzoekschriften die bij het begeleidingscomité werden ingediend, hebben de definitieve herplaatsingsbeslissingen enige vertraging opgelopen. De beslissing van het begeleidingscomité kan niet beschouwd worden als zijnde een definitieve eindbeslissing. Na een klacht van een personeelslid, verstrekt het begeleidingscomité een advies aan de bevoegde overheid met het oog op het nemen van een beslissing door die overheid. De beslissende overheid is niet gebonden door dit advies en kan beslissen ervan af te wijken. In haar laatste memorie handhaaft de verwerende partij haar exceptie en voegt eraan toe dat verzoekster maar al te goed op de hoogte was van de verschillende concrete procedures in het raam van de optimalisatie aangezien zij op dat ogenblik de functie van directeur CGWB waarnam en dus belast was met de coördinatie en het beheer van de optimalisatie binnen CGWB. Ze was betrokken bij de voorbereiding, werd volledig geïnformeerd over de verschillende fasen, de uitvoering ervan en hun gevolgen zodat ze volledig op de hoogte was van hoe de herplaatsingsprocedures zouden verlopen.
  17. Verzoekster repliceert in haar memorie van wederantwoord met de vraag hoe, indien verzoekster nog niet zou zijn verplaatst, de verwerende partij dan het functioneren van verzoekster verklaart binnen de functie waarin ze volgens haar wel is verplaatst, binnen een personeelsformatie OT
  18. Feit is dat verzoekster actueel niet meer de functie van diensthoofd uitoefent maar wel deze van gewoon lid preventieadviseur. Verzoekster laat bovendien gelden dat het elektronisch bericht dat haar op 23 maart 2016 werd bezorgd was getiteld “Inplaatsstelling OT3 - Begeleidingscomité - Dossier Vertongen - Beslissing”. Gelet op de hoofding van dit bericht als zijnde “beslissing” dat uitgaat van HCP [D.A.], kabinetschef van de XIV-37.202-5/7 commissaris-generaal, “kan dit niet anders dan bedoeld zijn als een formeel besluit tot herplaatsing dat is samengesteld uit eerstens het voorstel tot herplaatsing en tweedens het finaal “besluit” […] nadat de begeleidingscommissie de bezwaren van verzoeker had verworpen”. Verzoekster stelt dat haar op dat openblik, februari 2017, nog steeds geen besluit van de commissaris-generaal bekend is. In haar laatste memorie herneemt verzoekster wat zij reeds in haar memorie van wederantwoord heeft gesteld. Wat de “definitieve herplaatsing” betreft, die is genomen op 4 januari 2017, wat voortvloeit “uit een zending van de verwerende partij zijnde een erratum aan het personeelsbulletin waarbij een lijst is gevoegd met inderdaad de naam van verzoeker aan toegevoegd”, benadrukt ze dat aan verzoekster hieromtrent geen enkele kennisgeving is gedaan. Beoordeling
  19. Verzoekster duidt als bestreden beslissing, bijlage 1 van haar verzoekschrift, de tijdelijke nota van HCP D.A. van 23 oktober 2015 aan met als onderwerp “Inplaatsstelling OT3 - Fase 3 - Herplaatsingsvoorstel”. De voorzijde van deze tijdelijke nota betreft een begeleidend schrijven omtrent de gevolgde procedure en op de achterzijde wordt het “herplaatsingsvoorstel van de overheid (Fase 3)” gedaan. Daarbij wordt door HCP D.A. vermeld “ik [stel] de commissaris-generaal voor u te herplaatsen in de betrekking van Adviseur lid Preventieadviseur Psychosociale aspecten - CGWB/Psychosociale Preventie, waarvan de gewone plaats van het werk [XXXX] is”. Zoals verzoekster in het auditoraatsverslag heeft kunnen lezen blijkt uit deze bewoordingen duidelijk dat het gaat over een voorstel tot herplaatsing, dat op zich geen rechtsgevolgen heeft. Het voorstel is geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling. Dat verzoekster zoals zij in haar laatste memorie aangeeft, van de eindbeslissing van 4 januari 2017 nog geen kennis kreeg, doet hieraan niet af. XIV-37.202-6/7 Op het ogenblik van de zitting blijkt hieraan overigens te zijn verholpen. De verwerende partij voegt immers bij haar in de voorliggende procedure ingediende laatste memorie de in punt 3.8 genoemde beslissing van 4 januari 2017 die verzoekster op 24 augustus 2018 voor kennisneming heeft ondertekend met het oog op de klassering ervan in haar persoonlijk dossier.
  20. De exceptie is gegrond. BESLISSING
  21. De Raad van State verwerpt het beroep.
  22. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig november tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.202-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.133 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.