← België

Arrest 246160 - Natuurbehoud - Vergunningen - 22/11/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.160 Rolnummer: A. 229542/VII-40683 Zaak: Arrest 246160 - Natuurbehoud - Vergunningen - 22/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-25 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-24 12:22 Fiche Arrest nr 246.160 van 22 november 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Bevolen bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 246.160 van 22 november 2019 in de zaak A. 229.542/VII-40.683 In zake : de VZW BESCHERM BOMEN EN NATUUR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelsesteenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 14 november 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de adjunct-directeur adviezen & vergunningen van het Agentschap voor Natuur & Bos in Oost- & West-Vlaanderen van 17 oktober 2019 houdende een kapmachtiging in openbaar bos. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 november 2019. VII-40.683-1/14 Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Bart Bronders, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 17 oktober 2019 dienen drie regiobeheerders een gegroepeerde aanvraag in die betrekking heeft op “een verzameling […] van te vellen bomen die aangeboden worden op de openbare houtverkoop georganiseerd door ANB op 22/11/2019”. 4. Naar aanleiding van deze aanvraag neemt de adjunct-directeur adviezen & vergunningen van het Agentschap voor Natuur en Bos (hierna: ANB) in Oost- & West-Vlaanderen op 17 oktober 2019 de beslissing om “[a]an de betreffende eigenaar die nog niet over een goedgekeurd beheerplan bezit, […] machtiging [te verlenen] om kappingen uit te voeren als voorzien in de houtcatalogus in bijlage”. 5. De houtcatalogus (stuk nr. 3 administratief dossier) heeft betrekking op de “Openbare Houtverkoop 22-11-2019”. Het betreft het hout afkomstig van de domeinen “Merelbos, Groenenburg domeinbos, Palingbeek, Brandhoek, Calmeynbos, Houtsaegerduinen, Huwynsbossen, Koekelarebos, VII-40.683-2/14 Kraaiveldbos, Wijnendale, Militair domein Ursel, De Cellen, Vloethemveld, Drongengoed, Kampveld” in de regio Kust-Polders, Zandig Vlaanderen en Zuid-Vlaamse heuvels. De kapmachtiging waarvan de schorsing wordt gevorderd heeft betrekking op de volgende loten, domeinen, liggingen en “te vellen bomen”: - Loten 3-2019/Kam-300 en 3-2019/Kam-301, domein Kampveld, ligging 420c (115 berken, 7 wilgen) en ligging 570d (108 Amerikaanse eiken, 9 esdoorns, 5 haagbeuken, 3 tamme kastanjes); - Lot 3-2019/Cel-302, domein De Cellen, ligging 64a (40 zomereiken, 1 haagbeuk, 26 wilgen, 15 zwarte elzen, 2 essen, 1 Amerikaanse eik); - Lot 3-2019/Kra-303, domein Kraaiveldbos, ligging 2c1 (31 essen, 10 esdoorns, 5 abelen, 4 haagbeuken); - Lot 3-2019/Koe-310, domein Koekelarebos, ligging 22a (5 beuken, 25 moeraseiken, 18 Amerikaanse eiken, 4 robinias, 1 abeel, 3 tamme kastanjes, 74 esdoorns, 3 essen, 5 lijsterbessen, 2 zwarte elzen, 1 hazelaar, 1 zomereik); - Lot 3-2019/Huw-311, domein Huwynsbossen, ligging De Tir: 18a (7 essen, 50 zomereiken, 8 tamme kastanjes, 36 wilgen, 30 esdoorns, 120 zwarte elzen, 21 linden, 27 boskersen, 26 berken, 3 meidoorns, 2 hazelaars, 3 lijsterbessen); - Loten 3-2019/Vlo-313, 3-2019/Vlo-314 en 3-2019/Vlo-315, domein Vloethemveld, ligging 2a (218 moeraseiken, 21 berken, 25 Amerikaanse eiken, 1 zomereik), en ligging 15b (4 beuken, 75 berken, 3 tamme kastanjes, 45 Amerikaanse eiken, 4 grove dennen, 1 boskers, 1 wilg, 2 douglassparren, 91 Amerikaanse eiken, 80 berken, 1 beuk, 1 ratelpopulier); - Loten 3-2019/Wij-325, 3-2019/Wij-326 en 3-2019/Wij-327, domein Wijnendale, ligging 56a (119 berken, 95 zwarte elzen, 63 esdoorns, 17 hazelaars, 2 tamme kastanjes, 4 abelen, 2 zomereiken, 18 lijsterbessen, 16 witte elzen, 2 olmen, 1 populier, 8 zwarte elzen, 56 berken, 22 esdoorns, 22 hazelaars, 1 olm, 3 abelen, 3 lijsterbessen, 1 zomereik), en ligging 56b VII-40.683-3/14 (51 zomereiken, 7 zwarte elzen, 7 tamme kastanjes, 15 hazelaars, 3 esdoorns, 16 berken, 7 essen, 2 lijsterbessen, 1 Amerikaanse vogelkers, 2 vogelkersen, 3 meidoorns, 3 abelen, 1 populier, 11 witte elzen); - Lot 1-2019/Hou-200, domein Houtsaegerduinen, ligging KE1a (160 esdoorns); - Loten 1-2019/Cal-201 en 1-2019/Cal-202, domein Calmeynbos, ligging 22a (44 esdoorns, 17 abelen, 2 populieren, 2 essen, 1 zwarte els), en ligging 31b (3 zwarte elzen, 21 esdoorns, 4 essen, 1 populier); - Loten 5-2019/Mer-501, 5-2019/Mer-502 en 5-2019/Mer-503, domein Merelbos, ligging 1a (42 berken, 10 essen, 5 boskersen, 4 wilgen), ligging 3a (89 wintereiken, 26 wilgen, 5 boskersen, 3 berken), en ligging 6a (131 zomereiken, 7 wilgen, 1 berk, 12 essen, 1 boskers); - Lot 5-2019/Gro-509, domein Groenenburg, ligging 3a (8 essen, 35 haagbeuken, 12 boskersen, 22 linden, 236 zomereiken); - Lot 5-2019/Bra-510, domein Brandhoek, ligging 1a (26 essen, 3 zwarte elzen, 6 wilgen, 6 berken, 1 esdoorn, 2 haagbeuken, 7 zomereiken, 1 tamme kastanje). 6. In zoverre de kapmachtiging betrekking heeft op de loten 3-2019/Dro-304, 3-2019/Dro-305, 3-2019/Dro-306, 3-2019/Dro-307, 3-2019/Dro-308, 3-2019/Dro-309, 3-2019/Huw-312, 3-2019/Wij-316, 3-2019/Wij-317, 3-2019/Wij-318, 3-2019/Wij-319, 3-2019/Wij-320, 3-2019/Wij-321, 3-2019/Wij-322, 3-2019/Wij-323, 3-2019/Wij-324, 3-2019/Mil-328, 5-2019/Pal-504, 5-2019/Pal-505, 5-2019/Pal-506, 5-2019/Pal-507 en 5-2019/Pal-508, betreft het geveld hout en/of wordt de schorsing ervan niet gevorderd. VII-40.683-4/14 IV. Ontvankelijkheid van de vordering Exceptie 7. De verwerende partij betwist het belang van de verzoekende partij. Zij betoogt dat de verzoekende partij “op geen enkele wijze voldoende precies aan[toont] waar het door haar nagestreefd collectief (en zeer ruim) belang rechtstreeks door het bestreden besluit wordt geraakt. Van enige band van evenredigheid tussen het materieel en territoriaal actieterrein van de verzoekende partij enerzijds en de draagwijdte van de bestreden beslissing anderzijds kan er bezwaarlijk sprake zijn”. Verder meent zij dat het maatschappelijk doel van de verzoekende partij “niet specifiek [is] en niet te onderscheiden [is] van het belang die eenieder heeft bij een milieubeleid” waardoor “haar vordering als een „actio popularis‟ dient te worden omschreven”. Zij argumenteert nog dat de verzoekende partij recent werd opgericht wat niet toelaat “vast te stellen dat zij werkelijk haar doelstelling nastreeft”. De verzoekende partij stelde enkel een vordering voor de kortgedingrechter en voor de Raad van State in, “het ene ter ondersteuning van het andere om enige „duurzaamheid‟ aan te tonen” wat niet kan aantonen “dat zij op enige andere wijze haar doelstellingen nastreeft”. Beoordeling 8. De verenigingen zonder winstoogmerk kunnen krachtens de vzw-wet in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor ze zijn opgericht. Wanneer een vzw, die niet haar persoonlijk belang aanvoert, voor de Raad van State optreedt, is vereist dat haar maatschappelijk doel van bijzondere aard is en derhalve onderscheiden van het algemeen belang, dat zij optreedt ter verdediging van een collectief belang, dat haar maatschappelijk doel door de bestreden handeling kan worden geraakt, en dat niet blijkt dat dit maatschappelijk doel niet of niet meer werkelijk wordt nagestreefd. VII-40.683-5/14 Anders dan de verwerende partij aanneemt, is het niet vereist dat er daarenboven ook een band van evenredigheid zou bestaan tussen het actieterrein van de verzoekende partij en de ruimtelijke draagwijdte van de aan de kapmachtiging verbonden milieu- en natuureffecten. Artikel 3 van de statuten omschrijft het doel als volgt: “§ 1. De vereniging heeft tot doel het behoud, de bescherming en verbetering van het menselijk en natuurlijk leefmilieu kaderend in een duurzame ontwikkeling van de samenleving, waarbij voldaan wordt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat daarbij de behoeften van de volgende generaties in het gedrang komen. Daarbij wordt gestreefd naar een menswaardiger en leefbare samenleving op alle vlakken van de maatschappij”. Het doel, de middelen en het werkingsgebied (“Gewest Vlaanderen”) worden verder uitgewerkt in deze statutaire bepaling. De verzoekende partij streeft onder meer naar “het behoud, het herstel, de ontwikkeling en het beheer van de biodiversiteit, natuur en natuurwaarden”. Deze statutaire doelstellingen zijn voldoende duidelijk, van bijzondere aard en derhalve onderscheiden van het algemeen belang. Ze verlenen de verzoekende partij het vereiste specifieke belang om op te komen tegen een kapmachtiging die indruist tegen het leefmilieu in het werkingsgebied van de verzoekende partij en/of er de natuurwaarden negatief kan beïnvloeden. Het blijkt ten slotte niet dat de verzoekende partij die recent werd opgericht, haar statutaire doelstellingen niet werkelijk zou nastreven. 9. De exceptie wordt verworpen. VII-40.683-6/14 V. Grondvoorwaarden voor een schorsing

  1. a)Algemeen 10. Volgens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
  2. b)Uiterst dringende noodzakelijkheid in hoofde van de verzoekende partij Standpunt van de partijen 11. De verzoekende partij zet uiteen dat de openbare houtverkoop is bepaald op 22 november 2019 en dat zij daarvan eerst kennis heeft genomen op 7 november 2019. Zij betoogt dat na “het verstrijken van de schoontijd/broedseizoen, waarbij […] geen kap van bomen kan gebeuren, en tot 30 juni 2019 loopt, […] het meer dan aannemelijk [is] dat de kap van de vele bomen zal worden voorzien, nog voor het einde van het jaar 2019. Volgens de verkoopsvoorwaarden, is de normale uitvoeringstermijn voor het kappen, voorzien op einde 2020, doch voor bepaalde percelen, is er een exploitatietermijn voorzien voor 24.12.2019”. Zij vraagt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid “aangezien anders op 22.11.2019 de verkoop van het hout doorgaat en een derde dan te allen tijde buiten de schoontijd tot kap kan overgaan. Derden zijn niet gehouden aan de uiterste exploitatietermijn en kunnen uiteraard vroeger kappen”. 12. De verwerende partij betwist de uiterst dringende noodzakelijkheid. Zij stelt “dat de exploitatietermijn beperkt is tot 24 december 2019 of tot 31 december 2019 in de gevallen waar het om liggend en/of reeds VII-40.683-7/14 gedroogd hout gaat (waar geen kaping nodig is). In de andere gevallen betreft de eind exploitatiedatum 31 december 2020”. Beoordeling 13. Uit de houtcatalogus van de in randnummer 5 vermelde loten blijkt dat: - de schoontijd loopt van 1 april tot 30 juni of tot 31 augustus en de exploitatietermijn afloopt op 31 juli 2020 of op 31 december 2020; - “de exploitant de aangestelde [moet] verwittigen 2 werkdagen voor de aanvang […] van de velling […]. Dit kan telefonisch aan de boswachter of via een e-mail tegelijk aan de boswachter én de regiobeheerder gericht”. De exploitatietermijn vangt aan na de verkoop van de in randnummer 5 vermelde loten. 14. In deze omstandigheden overtuigt de verzoekende partij ervan dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien ze pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen of de belangen van de verzoekende partij veilig te stellen én dat zij als eisende partij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State.
  3. c)Ernstig middel Eerste middel Standpunt van de partijen 15. De verzoekende partij voert de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de VII-40.683-8/14 bestuurshandelingen, het zorgvuldigheidsbeginsel, de artikelen 26bis en 36ter, § 3, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (natuurbehouddecreet), het onpartijdigheidsbeginsel, de artikelen 10, 11 en 14 van het besluit van 15 mei 2009 van de Vlaamse regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer, en de artikelen 6.5.2 en 6.5.3 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed. Zij betoogt dat de bestreden kapmachtiging “een algemene formulering voor de kap van alle bomen, die niet onder de beheersplannen vallen” bevat, het “niet duidelijk [is] of de te kappen bomen gelegen zijn in of in de nabijheid van een VEN gebied, een Habitatgebied of andere natuurgebied dan ook”, “zelfs niet gesteld [wordt] dat de „aangevraagde werken geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur zullen veroorzaken‟”, de kapmachtiging “geen enkele motivatie” bevat, het “ook niet duidelijk [is] of de kapmachtiging de machtiging vervangt voor de percelen, die in het bosbeheersplan […] zijn opgenomen”, in de kapmachtiging “op geen enkele manier [wordt] gemotiveerd inzake de habitattoets” en dat “[h]etzelfde dient te worden opgemerkt mbt de VEN toets”, “zelfs niet duidelijk [is] of de Habitattoets, dan wel de VEN toets effectief werden uitgevoerd”, “het Vloethemveld is gelegen in een SBZ”, “zelfs niet duidelijk [is] of er sowieso een onderzoek, dan wel natuurtoets […] is gebeurd”, “de impact […] van de kappingen op de fauna en flora van de bossen en domeinen” niet werd onderzocht, “geen onderscheid [wordt] gemaakt naar plaats en perceel in het bos, ook niet naar de aldaar aanwezige fauna en flora die een bijzonder aangepast beheer vergen, zodat er geen enkele zekerheid is dat de beschermde soorten, zowel op het vlak van fauna en flora in stand zullen kunnen gehouden worden”. Zij wijst erop dat de loten in het domein Vloethemveld gelegen zijn “in een beschermd erfgoedlandschap” en in “habitatgebied en Natura 2000 gebieden”. 16. De verwerende partij repliceert dat artikel 1 van het bestreden besluit duidelijk en niet voor interpretatie vatbaar is. De machtiging geldt enkel voor percelen waarop bomen worden gerooid waarvan de eigenaar nog geen VII-40.683-9/14 goedgekeurd beheerplan bezit. Er valt niet in te zien “waarom een gebrek aan motivering hieromtrent de wettigheid van de bestreden beslissing zou kunnen aantasten”. De verzoekende partij beweert niet “dat percelen waarop de bestreden beslissing betrekking heeft, (die dus geen deel uitmaken van een goedgekeurd bosbeheerplan) gelegen zijn in een VEN gebied of een SBZ uitmaken noch wordt op enige wijze aannemelijk gemaakt dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing op deze bijzondere gebieden een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken kan teweegbrengen”. Het voorbeeld dat de verzoekende partij aanhaalt “betreft een perceel gelegen in het Vloethemveld dat deel uitmaakt van een goedgekeurd bosbeheerplan, waarbij ontheffingen zijn inbegrepen in het goedkeuringsbesluit”. Zij stelt dat de motiveringsplicht “niet zodanig uitgebreid [is] en verplicht niet - dat wanneer er geen passende beoordeling noch natuurtoets, noch erfgoedtoets dient te worden uitgevoerd - er ook zou moeten worden verduidelijkt waarom dit niet het geval is”. Beoordeling 17. De bestreden beslissing moet, teneinde te voldoen aan de formelemotiveringsplicht de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. De motivering moet afdoende zijn teneinde de belanghebbende in staat te stellen terdege te oordelen of het zin heeft zich tegen de beslissing te verweren met de middelen die het recht hem ter beschikking stelt. 18. De steller van de bestreden akte heeft verzuimd aan deze verplichting te voldoen. Het enige motief dat in de bestreden beslissing kan worden teruggevonden is dat de beslissing werd genomen omdat er een gegroepeerde aanvraag tot kapmachtiging werd ingediend voor de betreffende “verzameling […] van te vellen bomen die aangeboden worden op de openbare houtverkoop georganiseerd door ANB op 22/11/2019”. VII-40.683-10/14 19. De verwerende partij betwist niet de stelling van de verzoekende partij dat het domein Vloethemveld gelegen is in een habitatrichtlijngebied. Zij beperkt zich tot een verweer dat moet doen aannemen dat de kapmachtiging niet geldt voor de loten die in de bijlage bij de bestreden beslissing zijn vermeld en die deel uitmaken van het goedgekeurd bosbeheerplan dat zij niet voorlegt. Zij laat in dat verweer zelfs na om die loten zelf precies aan te duiden. Deze lezing van artikel 1 van de bestreden beslissing kan op het eerste gezicht niet aangenomen worden omwille van de bewoordingen ervan en het feit dat de bestreden beslissing samen met deze bijlage moet gelezen worden. Dat verweer legt ook in strijd met de formelemotiveringsplicht aan de verzoekende partij op om zelf na te gaan of en welke loten die in de kapmachtiging begrepen zijn, al of niet “deel uitmaken van een goedgekeurd bosbeheerplan”. De verwerende partij komt niet verder in haar verweer dan tegen het voorbeeld dat de verzoekende partij aanhaalt van het domein Vloethemveld met drie loten die het voorwerp zijn van de kapmachtiging, enkel in te brengen dat het om “een perceel” gaat “dat deel uitmaakt van een goedgekeurd bosbeheerplan” zonder dat laatste plan bij te brengen en daarop het “perceel”, of de drie loten, aan te duiden. De verwerende partij kan evenmin volstaan met het verweer dat de andere voorbeelden die de verzoekende partij aanhaalt “bossen [betreffen] die begrepen zijn in goedgekeurde bosbeheerplannen, waarop het bestreden besluit geen betrekking heeft” zonder dat concreet aan te tonen. 20. In de huidige stand van de procedure moet worden aangenomen dat de bestreden beslissing de formelemotiveringsplicht schendt. 21. Het middel is ernstig. VII-40.683-11/14 BESLISSING 1. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de adjunct-directeur adviezen & vergunningen van het Agentschap voor Natuur & Bos in Oost- & West-Vlaanderen van 17 oktober 2019 houdende een kapmachtiging in openbaar bos in zoverre deze betrekking heeft op de volgende loten, domeinen, liggingen en “te vellen bomen”: - Loten 3-2019/Kam-300 en 3-2019/Kam-301, domein Kampveld, ligging 420c (115 berken, 7 wilgen) en ligging 570d (108 Amerikaanse eiken, 9 esdoorns, 5 haagbeuken, 3 tamme kastanjes); - Lot 3-2019/Cel-302, domein De Cellen, ligging 64a (40 zomereiken, 1 haagbeuk, 26 wilgen, 15 zwarte elzen, 2 essen, 1 Amerikaanse eik); - Lot 3-2019/Kra-303, domein Kraaiveldbos, ligging 2c1 (31 essen, 10 esdoorns, 5 abelen, 4 haagbeuken); - Lot 3-2019/Koe-310, domein Koekelarebos, ligging 22a (5 beuken, 25 moeraseiken, 18 Amerikaanse eiken, 4 robinias, 1 abeel, 3 tamme kastanjes, 74 esdoorns, 3 essen, 5 lijsterbessen, 2 zwarte elzen, 1 hazelaar, 1 zomereik); - Lot 3-2019/Huw-311, domein Huwynsbossen, ligging De Tir: 18a (7 essen, 50 zomereiken, 8 tamme kastanjes, 36 wilgen, 30 esdoorns, 120 zwarte elzen, 21 linden, 27 boskersen, 26 berken, 3 meidoorns, 2 hazelaars, 3 lijsterbessen); - Loten 3-2019/Vlo-313, 3-2019/Vlo-314 en 3-2019/Vlo-315, domein Vloethemveld, ligging 2a (218 moeraseiken, 21 berken, 25 Amerikaanse eiken, 1 zomereik), en ligging 15b (4 beuken, 75 berken, 3 tamme kastanjes, 45 Amerikaanse eiken, 4 grove dennen, 1 boskers, 1 wilg, 2 douglassparren, 91 Amerikaanse eiken, 80 berken, 1 beuk, 1 ratelpopulier); - Loten 3-2019/Wij-325, 3-2019/Wij-326 en 3-2019/Wij-327, domein Wijnendale, ligging 56a (119 berken, 95 zwarte elzen, 63 esdoorns, 17 hazelaars, 2 tamme kastanjes, 4 abelen, 2 zomereiken, VII-40.683-12/14 18 lijsterbessen, 16 witte elzen, 2 olmen, 1 populier, 8 zwarte elzen, 56 berken, 22 esdoorns, 22 hazelaars, 1 olm, 3 abelen, 3 lijsterbessen, 1 zomereik), en ligging 56b (51 zomereiken, 7 zwarte elzen, 7 tamme kastanjes, 15 hazelaars, 3 esdoorns, 16 berken, 7 essen, 2 lijsterbessen, 1 Amerikaanse vogelkers, 2 vogelkersen, 3 meidoorns, 3 abelen, 1 populier, 11 witte elzen); - Lot 1-2019/Hou-200, domein Houtsaegerduinen, ligging KE1a (160 esdoorns); - Loten 1-2019/Cal-201 en 1-2019/Cal-202, domein Calmeynbos, ligging 22a (44 esdoorns, 17 abelen, 2 populieren, 2 essen, 1 zwarte els), en ligging 31b (3 zwarte elzen, 21 esdoorns, 4 essen, 1 populier); - Loten 5-2019/Mer-501, 5-2019/Mer-502 en 5-2019/Mer-503, domein Merelbos, ligging 1a (42 berken, 10 essen, 5 boskersen, 4 wilgen), ligging 3a (89 wintereiken, 26 wilgen, 5 boskersen, 3 berken), en ligging 6a (131 zomereiken, 7 wilgen, 1 berk, 12 essen, 1 boskers); - Lot 5-2019/Gro-509, domein Groenenburg, ligging 3a (8 essen, 35 haagbeuken, 12 boskersen, 22 linden, 236 zomereiken); - Lot 5-2019/Bra-510, domein Brandhoek, ligging 1a (26 essen, 3 zwarte elzen, 6 wilgen, 6 berken, 1 esdoorn, 2 haagbeuken, 7 zomereiken, 1 tamme kastanje). 2. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bij uiterst dringende noodzakelijkheid geschorste besluit. VII-40.683-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig november tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-40.683-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.160 Gerelateerde publicatie(
  4. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.148 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.