id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.176 Rolnummer: A. 228111/VII-40547 Zaak: Arrest 246176 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-21 06:48 Fiche Arrest nr 246.176 van 26 november 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 246.176 van 26 november 2019 in de zaak A. 228.111/VII-40.547 In zake:
- Filip DOBBELAERE
- Ludo MAGERMAN
- Mia VANMEIRHAEGHE
- Peter DE MANGELAERE
- Ann DE LOOF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Cnudde kantoor houdend te 1040 Brussel Galliërslaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN OOST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 14 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-1819-0806 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 2 april 2019 in de zaak 1718-RvVb-0706-SA. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 6 juni 2019 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De verwerende partij heeft verzuimd een memorie van antwoord in te dienen, hetgeen op 9 augustus 2019 aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht. VII- 40.547-1/3 Op 25 september 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van de auditeur, aan de partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State. De verzoekende partijen hebben gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 november
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Stefaan Cnudde, die verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partijen van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, VII- 40.547-2/3 van de wetten op de Raad van State en van artikel 15, § 1, van voormeld koninklijk besluit. De verzoekende partijen hebben geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van dertig dagen gesteld in artikel 14 van voormeld koninklijk besluit. De verzoekende partijen voeren in hun verzoek om gehoord te worden noch ter terechtzitting een reden van overmacht aan.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 1.000 euro en een bijdrage van 100 euro, elk voor een vijfde. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig november tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII- 40.547-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.176 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div