id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.179 Rolnummer: A. 227820/VII-40525 Zaak: Arrest 246179 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-24 12:28 Fiche Arrest nr 246.179 van 26 november 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 246.179 van 26 november 2019 in de zaak A. 227.820/VII-40.525 In zake: de NV GROUND INVEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- Leen DE CLERCQ
- Frank PRIMS die woonplaats kiezen te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 432D, bus D.04.1 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 5 april 2019, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-1819-0686 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 5 maart 2019 in de zaak 1718-RvVb-0193-A. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 9 mei 2019 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. VII-40.525-1/3 Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 4 oktober 2019, samen met de mededeling bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.
- Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. VII-40.525-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig november tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-40.525-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.179 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div