← België

Arrest 246180 - Natuurbehoud - Vergunningen - 26/11/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.180 Rolnummer: A. 221124/VII-39878 Zaak: Arrest 246180 - Natuurbehoud - Vergunningen - 26/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-11-26 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-24 12:28 Fiche Arrest nr 246.180 van 26 november 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 246.180 van 26 november 2019 in de zaak A. 221.124/VII-39.

  1. In zake : de NV FRAMARI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thierry Bielen kantoor houdend te 3500 Hasselt Kempische Steenweg 311, bus 2.10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Yannick Peeters kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 3 januari 2017, strekt tot de nietigverklaring van het “ministerieel besluit [van] 26 oktober 2016 houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen het besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) van 26 november 2014 waarbij de OVAM beslist dat de nv Framari niet aantoont dat zij conform de bepalingen van het toenmalige artikel 23, §2 Bodemdecreet van 27 oktober 2006 niet verplicht is om tot bodemsanering over te gaan voor de historische bodemverontreiniging met minerale olie in het vaste deel van de aarde die tot stand kwam op de grond”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-39.878-1/3 Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 27 augustus
  4. Op 18 oktober 2019 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen VII-39.878-2/3 een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om de afstand van geding uit te spreken. BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig november tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-39.878-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.180 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.