← België

Arrest 246181 - Overheidsopdrachten - 26/11/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.181 Rolnummer: A. 228115/XII-8738 Zaak: Arrest 246181 - Overheidsopdrachten - 26/11/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-21 21:12 Fiche Arrest nr 246.181 van 26 november 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 246.181 van 26 november 2019 in de zaak A. 228.115/XII-8738 In zake: de BV SPRANKLE woonplaats kiezend te 3630 Maasmechelen Steenakkerstraat 31 tegen: de WATERGROEP, CVBA VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR WATERVOORZIENING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Ian Arnouts en Marie Van Den Langenbergh kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BVBA AQUALEX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9052 Gent Dorpsstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Met een op 2 mei 2019 ter post aangetekend verzoekschrift vordert de bv Sprankle de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 29 maart 2019 van de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening/De Watergroep waarbij perceel XII-8738- 1/8 3 – tafelmodel van de raamovereenkomst voor het leveren, plaatsen en onderhouden van drinkwatertappunten wordt gegund aan de bvba Aqualex. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ en over de vordering tot schorsing. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 oktober
  3. Staatsraad Johan Bovin heeft de stand van de zaak uiteengezet. Advocaat Marie Van Den Langenbergh, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Vicky Vanhoutte, die loco advocaat Rika Heijse verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. XII-8738- 2/8 III. Feiten 3.
  5. De verwerende partij schrijft een opdracht uit voor een raam- overeenkomst inzake het leveren, plaatsen en onderhouden van drinkwater- tappunten. De opdracht wordt opgedeeld in 3 percelen (3 types drink- watertappunten). Het perceel 3 – tafelmodel is het voorwerp van het beroep. 3.
  6. De opdracht wordt op 21 oktober 2018 bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie. 3.
  7. De opdracht wordt geplaatst door middel van een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging. Er worden drie kandidaten geselecteerd, namelijk de bvba Aque Service Systems, de bvba Aqualex en de verzoekende partij. De drie geselecteerde kandidaten dienen elk een offerte in voor de drie percelen. 3.
  8. Het bestek nr. 20180052 “Raamovereenkomst voor het leveren, plaatsen en onderhouden van drinkwatertappunten” is op de opdracht van toepassing. Punt 2.
  9. “Gunningscriteria” van het bestek bepaalt de gunningscriteria en de bijbehorende wegingscoëfficiënten: - prijs (50 punten) - kwaliteit, gebruiksgemak en vormgeving (40 punten) - duurzaamheid (10 punten). XII-8738- 3/8 3.
  10. De opening van de offertes vindt plaats op 25 januari
  11. Aangepaste offertes na onderhandelingen moeten worden ingediend uiterlijk 4 maart
  12. 3.
  13. Het gunningverslag van 8 maart 2019 stelt voor om perceel 3 te gunnen aan de cvba Aqualex. 3.
  14. Op 29 maart 2019 beslist de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening/De Watergroep het perceel 3 te gunnen aan de bvba Aqualex. Dit is de bestreden beslissing. Met een ter post aangetekend schrijven en een e-mailbericht van 29 maart 2019 stelt de verwerende partij de verzoekende partij in kennis van de bestreden beslissing. Het gunningsverslag is gevoegd als bijlage. IV. Tussenkomst De bvba Aqualex blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat het beroep wordt verworpen. Dienvolgens moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Ontvankelijkheid 5.
  15. In beginsel beschikken enkel zij die zelf een offerte hebben ingediend in de betrokken plaatsingsprocedure over het rechtens vereiste belang om de nietigverklaring te vorderen van een beslissing die een overheidsopdracht gunt aan een andere inschrijver. XII-8738- 4/8 5.
  16. Uit de stukken van het dossier blijkt dat Gregor Spronken voor de betrokken opdracht een offerte heeft ingediend in de hoedanigheid van zaakvoerder/algemeen directeur van de bv Sprankle. Anders dan de verwerende en tussenkomende partij dat zien, is ook het verzoekschrift, blijkens het begeleidend schrijven, ingediend door Gregor Spronken in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de bv Sprankle en niet ten persoonlijke titel. 5.
  17. De bv Sprankle wordt derhalve geïdentificeerd als de verzoekende partij. VI. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting 6.
  18. Onder de hoofding “Uiteenzetting van de „middelen‟, uitleg over de geschonden rechtsregels en de wijze hiervan”, beperkt de verzoekende partij zich tot de loutere bewering: “Gebrek aan feitelijke en concrete gegevens waarop de beslissing steunt.” Voorts stelt de verzoekende partij nog: “Sprankle bv heeft het gevoel [dat] de punten zijn toegekend in het voordeel van Aqualex bvba, omdat er al een eerdere samenwerking is geweest tussen de twee partijen”. Onder de voorafgaande hoofding “Uiteenzetting van de feite- lijke omstandigheden van de zaak” zet de verzoekende partij uiteen dat de 3 percelen zijn gegund aan de bvba Aqualex, maar dat “na een correcte verdeling van de punten […] perceel 3 (Tafelmodel) [dient] toegewezen te worden aan Sprakle BV”. Voor perceel 3 heeft zij op “kwaliteit, gebruiksgemak en vormgeving” en op “duurzaamheid” te weinig punten gekregen, omdat er niet voldoende rekening is gehouden met een aantal door haar opgesomde “feiten”, XII-8738- 5/8 waardoor zij volgens haar op “kwaliteit, gebruiksgemak en vormgeving” 36/40 en op “duurzaamheid” 10/10 zou hebben moeten scoren, en de opdracht voor dit perceel aan haar had moeten worden gegund. Beoordeling 6.
  19. Krachtens artikel 2, § 1, 3° van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: algemeen procedurereglement) dient het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten en de middelen te bevatten. Bij gebreke hieraan is het beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk. Onder „middel‟ in de zin van de voormelde bepaling dient te worden verstaan: de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden. Er dient te worden vastgesteld dat het verzoekschrift geen „middel‟ bevat in de zin van de voormelde bepaling van het algemeen procedurereglement. Loutere feitelijke beweringen volstaan daartoe niet. Het beroep tot nietigverklaring is niet ontvankelijk. VII. Wat de vordering tot schorsing betreft
  20. Krachtens artikel 17, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad bij arrest de schorsing bevelen van de tenuitvoerlegging van een akte of reglement, vatbaar voor nietigverklaring krachtens artikel 14, §§ 1 en
  21. Hiervoor is geoordeeld dat het beroep tot nietigverklaring moet worden verworpen. De vordering tot schorsing moet bijgevolg eveneens worden verworpen. XII-8738- 6/8 VIII. Rechtsplegingsvergoeding
  22. In zoverre de tussenkomende partij vraagt dat de verzoekende partij zou worden veroordeeld tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding, moet erop worden gewezen dat artikel 30/1, laatste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, uitdrukkelijk bepaalt dat tussenkomende partijen niet kunnen worden gehouden tot de betaling van de rechtsplegingsvergoeding of deze kunnen genieten. Er is aldus geen grond om de door de tussenkomende partij gevorderde rechtsplegingsvergoeding toe te kennen. BESLISSING
  23. Het verzoek van de bvba Aqualex tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  24. De Raad van State verwerpt het beroep.
  25. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  26. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-8738- 7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig november 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Johan Bovin XII-8738- 8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.181 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.