id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.252 Rolnummer: A. 219404/X-16643 Zaak: Arrest 246252 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 03/12/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-10 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-24 12:51 Fiche Arrest nr 246.252 van 3 december 2019 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 246.252 van 3 december 2019 in de zaak A. 219.404/X-16.643 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te 2018 Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD BREE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 juli 2016, strekt tot de nietigverklaring van de weigering van de stad Bree, zoals die blijkt uit brieven van 19 mei 2016, 31 mei 2016 en 1 juni 2016, om XXXX niet toe te laten na een loopbaanonderbreking van twee jaar opnieuw het ambt van financieel beheerder uit te oefenen. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 235.089 van 14 juni 2016 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd, wordt bij wege van voorlopige maatregel het bevel gegeven om XXXX binnen een week na de betekening van het arrest in de gelegenheid te stellen weer het ambt van financieel beheerder uit te oefenen en X-16.643- 1/4 hem de daartoe vereiste middelen ter beschikking te stellen, en wordt het verzoek tot het opleggen van een dwangsom verworpen. De verwerende partij heeft een administratief dossier neergelegd. Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 8 juli
- Op 13 september 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure X-16.643- 2/4 indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
- In het auditoraatsverslag wordt voorgesteld het eerste middel gegrond te verklaren in de mate waarin het in het tussenarrest nr. 235.089 van 14 juni 2016 is besproken en ernstig bevonden.
- De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Kennelijk kan zij zich vinden in de beoordeling in het auditoraatsverslag.
- Ook de Raad van State ziet geen reden om deze beoordeling niet bij te vallen. Het eerste middel is in de hiervoor aangegeven mate gegrond. IV. Kosten
- De aan verzoeker toekomende rechtsplegingsvergoeding wordt bepaald op het basisbedrag, verhoogd met twintig procent omdat het beroep gepaard ging met een vordering tot schorsing. V. Anonimisering
- Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt verzoeker dat bij de publicatie van het arrest zijn identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de weigering van de stad Bree, zoals die onder meer blijkt uit de brief van 19 mei 2016 van de burgemeester, de voorzitter van de gemeenteraad en de voorzitter van de OCMW-raad, om XXXX niet X-16.643- 3/4 toe te laten na een loopbaanonderbreking van twee jaar opnieuw het ambt van financieel beheerder uit te oefenen.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro die verschuldigd is aan verzoeker.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie december tweeduizend negentien, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-16.643- 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.252 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.089 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.