← België

Arrest 246287 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/12/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.287 Rolnummer: A. 227417/VII-40490 Zaak: Arrest 246287 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/12/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-12 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-24 13:04 Fiche Arrest nr 246.287 van 5 december 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 246.287 van 5 december 2019 in de zaak A. 227.417/VII-40.490 In zake : de NV ORANGE BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Mallien kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 24 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Werner Vandenbruwaene kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 149 tegen :

  1. Celesta PEETERS
  2. Martina BUYSSE
  3. Tim VAN DYCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Deweirdt kantoor houdend te 8500 Kortrijk Doorniksewijk 66 bij wie woonplaats wordt gekozen
  4. de GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE AMBTENAAR
  5. de STAD MORTSEL
  6. het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE STAD MORTSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advcoaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen
  7. de NV BASE COMPANY
  8. de NV INFRABEL -------------------------------------------------------------------------------------------------- VII-40.490-1/7 I. Voorwerp van het beroep
  9. Het cassatieberoep, ingesteld op 13 februari 2019, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1819/0524 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna : RvVb) van 29 januari 2019 in de zaak RvVb/1415/0662/A/
  10. II. Verloop van de rechtspleging
  11. Een beschikking van 14 maart 2019 verklaart het cassatieberoep toelaatbaar. De eerste, tweede en derde verwerende partij enerzijds, en de vijfde en zesde verwerende partij anderzijds, hebben een memorie van antwoord ingediend. De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State (hierna : cassatieprocedurebesluit). De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend teneinde te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november
  12. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Werner Vandenbruwaene, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor de eerste, tweede en derde verwerende partij, en advocaat Sebastiaan De Meue, die loco VII-40.490-2/7 advocaat Thomas Eyskens verschijnt voor de vijfde en de zesde verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  13. III. Feiten
  14. Arrest nr. A/2015/0083 van 24 februari 2015 van de RvVb : - verklaart het verzoek tot tussenkomst van stad Mortsel, de nv Base Company en de nv Infrabel ontvankelijk; - verklaart het beroep van Celesta Peeters, Martina Buysse en Tim Van Dyck (hierna : Peeters e.a.) ontvankelijk en gegrond; - vernietigt de beslissing van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar van 31 juli 2013, waarbij aan de nv Base Company een stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een zendstation voor mobiele communicatie inclusief het vervangen van een pyloon van 12meter hoogte door een monopool met een hoogte van 36meter; - beveelt de GSA een nieuwe beslissing te nemen over de aanvraag van de nv Base Company binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de betekening van dit arrest.
  15. Het bestreden arrest verwerpt het derdenverzet van 12 mei 2015 van de nv Mobistar (thans nv Orange Belgium) tegen het voormelde arrrest van 24 februari 2015 van de RvVb door het “beroep […] klaarblijkelijk onontvankelijk” te verklaren na ambtshalve onderzoek dat werd gedaan na de beschikking van de voorzitter van de RvVb van 6 september 2018 waarbij werd “vastgesteld dat er bij de [RvVb] geen procedure van derdenverzet voorzien wordt, VII-40.490-3/7 noch in of krachtens het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (DBRC-decreet), noch in of krachtens de VCRO en dat het verzoek tot derdenverzet op het eerste gezicht klaarblijkelijk onontvankelijk is”. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  16. De nv Orange Belgium heeft een verzoek tot voortzetting ingediend waarin een repliek wordt gegeven op het auditoraatsverslag. Het cassatieprocedurebesluit voorziet na de kennisgeving van het auditoraatsverslag niet in de mogelijkheid om een laatste memorie neer te leggen. Wanneer de auditeur concludeert tot de verwerping van het cassatieberoep moet de verzoeker luidens artikel 18, § 1, van het cassatieprocedurebesluit, op straffe van de toewijzing van de afstand van geding, “vragen dat de procedure wordt voortgezet teneinde te worden gehoord”. Het auditoraatsverslag concludeert tot de verwerping van het beroep van de nv Orange Belgium. Het voormelde procedurestuk wordt alleen als zodanig in aanmerking genomen in zoverre wordt gevraagd de procedure voort te zetten en te worden gehoord. Voor zover het daarnaast de neerslag vormt van de uiteenzetting van de nv Orange Belgium ter terechtzitting, wordt het niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. V. Onderzoek van de ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
  17. Peeters e.a. betwisten het belang van de nv Orange Belgium bij het cassatieberoep omdat zij haar belang niet motiveert in het verzoekschrift, de stedenbouwkundige vergunning van 31 juli 2013 vernietigd “en minstens vervallen is”, geen cassatieberoep werd ingesteld tegen het voormelde arrest van 24 februari 2015 van de RvVb, intussen ook de tweede stedenbouwkundige vergunning werd vernietigd en een derde stedenbouwkundige vergunning het VII-40.490-4/7 voorwerp is van een beroep tot vernietiging bij de RvVb. De nv Orange Belgium kan geen voordeel halen “uit haar cassatieberoep en derdenverzet”.
  18. De nv Orange Belgium repliceert dat “door de procedure op derdenverzet uit te sluiten”, het bestreden arrest haar “de kans [ontneemt] op een gunstige wending […]. Het bestreden arrest had immers het derdenverzet moeten toelaten, en zodoende dienden de debatten te worden heropend in verband met de tweede vergunningsbeslissing”. Beoordeling
  19. In een eerste middel voert de nv Orange Belgium de schending aan van artikel 14, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State omdat het bestreden arrest aanneemt dat zij cassatieberoep had kunnen instellen tegen het voormelde arrest van 24 februari 2015 van de RvVb “waarbij zij geen partij was”. Zij voert in een tweede middel de schending aan van artikel 26, § 2, tweede lid van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof omdat de RvVb een prejudiciële vraag had moeten stellen aan het Grondwettelijk Hof “of betreffend gebrek aan derdenverzet […] geen schending uitmaakt van het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel, vervat in art. 10 en 11 Gw, laat staan art. 6 EVRM”. Tenslotte voert zij in een derde middel de schending aan van artikel 6 EVRM omdat het bestreden arrest niet heeft erkend “dat er een algemeen rechtsbeginsel is om derdenverzet aan te tekenen in de geschetste omstandigheden”.
  20. De nv Orange Belgium bekritiseert niet de overwegingen in het bestreden arrest dat : - “een betrokken partij de regelmatigheid van de procedure […] steeds kan betwisten binnen de perken van het buitengewoon beroepsmiddel van cassatie”, VII-40.490-5/7 - “[w]anneer [zij] oordeelt dat zij onterecht niet is aangeschreven als belanghebbende in de zaak, aangezien zij er belang bij zou hebben om de bestreden beslissing bevestigd te zien, en zij aldus niet in de gelegenheid zou zijn gesteld om kennis te nemen van het verzoekschrift, […] zij dergelijk cassatieberoep [kan] instellen bij de Raad van State”.
  21. Uit de gegevens van het dossier waarop de Raad van State acht mag slaan, blijkt dat de nv Orange Belgium geen cassatieberoep heeft ingesteld tegen het voormelde arrest van 24 februari 2015 van de RvVb.
  22. De middelen van de nv Orange Belgium kunnen niet tot cassatie leiden van het bestreden arrest.
  23. Het cassatieberoep is onontvankelijk. BESLISSING
  24. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  25. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro aan de eerste, tweede en derde verwerende partij en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro aan de vijfde verwerende partij. VII-40.490-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf december tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.490-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.287 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.