id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.332 Rolnummer: A. 225268/XIV-37722 Zaak: Arrest 246332 - Niet begeleide minderjarigen - 06/12/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-12 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-24 13:18 Fiche Arrest nr 246.332 van 6 december 2019 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 246.332 van 6 december 2019 in de zaak A. 225.268/XIV-37.722 In zake : Burhanullah MOMAND bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Telly Moskofidis kantoor houdend te 3600 Genk Rootenstraat 21 bus 20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 18 mei 2018, strekt tot de nietig- verklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 19 maart 2018 waarbij wordt vastgesteld dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’, van de programmawet van 24 december 2002”, waardoor de plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege vervalt op de datum van de kennisgeving van deze beslissing. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XIV-37.722-1/7 Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 juni
- Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Nicolas D’Haenens, die loco advocaat Telly Moskofidis verschijnt voor verzoeker, en attaché Anja Billooye, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker komt België binnen en dient een asielaanvraag in op 1 maart
- Hij verklaart alsdan van Afghaanse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 6 juni
- Verzoeker wordt onder de hoede geplaatst van de dienst Voogdij doch de dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene. In het Militair Hospitaal Koningin Astrid te Neder-Over-Heembeek ondergaat verzoeker op 13 maart 2018 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. XIV-37.722-2/7 Op 19 maart 2018 beslist de dienst Voogdij dat verzoeker “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december
- Bijgevolg vervalt de plaatsing onder de hoede van Jongeheer Burhanullah Momand door de dienst Voogdij van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de ontvankelijkheid Ambtshalve exceptie van het actueel belang bij het beroep
- In het auditoraatsverslag wordt een exceptie van niet-ontvanke- lijkheid opgeworpen omdat verzoeker overeenkomstig zijn eigen verklaring de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en derhalve niet meer over het vereiste belang zou beschikken. In de beschikking tot oproeping van de partijen voor de openbare terechtzitting van 5 juni 2019 werd het volgende gevraagd: “De Algemene Vergadering van de Raad van State heeft in twee recente arresten standpunten ingenomen inzake het behoud en het teloorgaan van het (actuele) belang. Verwezen wordt naar de arresten nr. 243.406 van 15 januari 2019, Van Doren en nr. 244.015 van 22 maart 2019, Moors. Deze arresten zijn vrij beschikbaar op de website van de Raad van State (www.raadvanstate.be). Het valt de kamer toe te onderzoeken of in casu, de leer van die arresten toepassing moet vinden om die, desgevallend ambtshalve, toe te passen op de voorliggende zaak. De partijen worden met het oog hierop in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze ter zake schriftelijk aan de kamer mee te delen voor maandag 27 mei
- Dit mag desgevallend gebeuren aan de hand van een pleitnota die voldoet aan de voorwaarden door de rechtspraak gesteld (zie bijvoorbeeld RvS 19 november 2014, nr. 229.211).”
- Op de terechtzitting verklaart verzoekers raadsman dat verzoeker geen belang meer heeft bij het beroep tot nietigverklaring vermits hij inmiddels ouder is dan 18 jaar en hij bovendien de subsidiaire beschermingsstatus heeft gekregen. XIV-37.722-3/7 Beoordeling
- Een nietigverklaring is een bijzondere vorm van rechtsherstel die erin bestaat de bestreden rechtshandeling retroactief uit het rechtsverkeer te doen verdwijnen, wat de overheid er in bepaalde gevallen toe moet, minstens kan, aanzetten om een nieuwe beslissing te nemen.
- Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Een verzoeker beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, Van Dooren). Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt 4.3; EHRM 17 juli 2018, Vermeulen t. België, punten 42 e.v.). XIV-37.722-4/7
- Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en verzoeker een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslis- sing te kunnen verkrijgen, is dan ook het belang van een verzoeker dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar nog uitsluitend een belang bij het onwettig horen verklaren van die beslissing om de toekenning van een schadevergoeding - door de rechtbanken van de rechterlijke orde, die daartoe zelf de eventuele fout van de overheid kunnen vaststellen - te vergemakkelijken. Dit kan van aard zijn bezwaren op te roepen in het geval waarin de omstandigheden waaruit het verlies van het belang van de verzoekende partij voortvloeit haar niet kunnen worden aangerekend, en verzoeker om die reden de gevorderde nietigverklaring afgewezen ziet worden én geen onderzoek geniet van de middelen die zij aanvoerde (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors).
- Uit de bestreden beslissing blijkt dat verzoeker bij het indienen van zijn asielaanvraag heeft verklaard dat hij op 6 juni 2000 is geboren. Verzoeker vermeldt deze geboortedatum ook in het verzoekschrift tot nietigverklaring. Volgens artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002, is de voogdijregeling over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen van toepassing op elke persoon “van minder dan achttien jaar oud”. Het niet bereikt hebben van de leeftijd van 18 jaar is bijgevolg beslissend om onder de toepassing van de wetgeving op de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen te vallen en om dus onder de hoede van de dienst Voogdij of van een voogd te worden geplaatst. Na een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing zal de dienst Voogdij enkel kunnen vaststellen dat verzoeker ook op basis van de door hemzelf verstrekte gegevens de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. XIV-37.722-5/7 De vernietiging van de bestreden rechtshandeling verschaft verzoeker te dezen geen bijkomend direct en persoonlijk voordeel, hoe miniem ook, hetgeen door verzoeker op de terechtzitting wordt bevestigd. Er blijkt ook niet dat verzoeker tot op het ogenblik van het sluiten van het debat een vordering tot schadevergoeding tot herstel heeft ingediend overeenkomstig artikel 11bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Aangezien verzoekers gebeurlijk belang bij het voortzetten van de procedure niet is te onderscheiden van het belang bij het onwettig horen verklaren van de bestreden beslissing om de toekenning van een schadevergoeding - door de rechtbanken van de rechterlijke orde, die daartoe zelf de eventuele fout van de overheid kunnen vaststellen - te vergemakkelijken, beschikt verzoeker niet langer over het vereiste belang om de voortzetting van de vernietigingsprocedure bij de Raad van State te benaarstigen.
- Het beroep tot nietigverklaring is niet-ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver- klaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-37.722-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes december tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.722-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.332 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div