← België

Arrest 246364 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/12/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.364 Rolnummer: A. 225653/XIV-37776 Zaak: Arrest 246364 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/12/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-16 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-24 13:30 Fiche Arrest nr 246.364 van 11 december 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 246.364 van 11 december 2019 in de zaak A. 225.653/XIV-37.776 In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander Loobuyck kantoor houdend te 8000 Brugge Langestraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 9 juli 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 204.821 van 1 juni 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.967 van 17 augustus
  3. Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. XIV-37.776-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 september
  4. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Martine Kiwakana, die loco advocaat Alexander Loobuyck verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Verzoeker dient op 18 november 2015 een asielaanvraag in. De commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen neemt op 31 januari 2018 een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus en tot weigering van de subsidiaire beschermingsstatus. Op 6 maart 2018 tekent verzoeker tegen de voornoemde weigeringsbeslissing beroep aan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 1 juni 2018 verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep met toepassing van artikel 39/59, § 2, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) omdat verzoeker niet ter terechtzitting was verschenen en evenmin vertegenwoordigd was. Dit is het bestreden arrest. XIV-37.776-2/5 IV. Onderzoek van de middelen Enig middel Uiteenzetting van het middel
  7. Verzoeker werpt in een eerste middel, dat hij in de toelichtende memorie herhaalt, de schending op van artikel 39/59, § 2, van de vreemdelingenwet en van artikel 149 van de Grondwet. Verzoeker voert aan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ten onrechte toepassing heeft gemaakt van artikel 39/59, § 2, van de vreemdelingenwet omdat verzoekers afwezigheid ter terechtzitting was te wijten aan overmacht. Verzoeker licht toe dat Bpost in gebreke is gebleven hem de brief van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 23 april 2018 te bezorgen zodat hij niet op de hoogte was van de terechtzitting van 28 mei
  8. Doordat ten onrechte toepassing werd gemaakt van artikel 39/59, § 2, van de vreemdelingenwet, werd verzoeker ten onrechte de vluchtelingenstatus ontzegd. Verzoeker acht ook artikel 149 van de Grondwet geschonden doordat het bestreden arrest geen enkele motivering bevat met betrekking tot het al dan niet toekennen van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus. Beoordeling
  9. Naar luid van artikel 39/59, § 2, van de vreemdelingenwet wordt het bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ingestelde beroep verworpen “wanneer de verzoekende partij noch verschijnt noch vertegenwoordigd is”. De verzending van de oproeping voor de terechtzitting met een ter post aangetekende brief naar de gekozen woonplaats van de betrokkene volstaat echter niet, het is ook vereist dat de betrokkene in de mogelijkheid verkeert er kennis van te nemen. XIV-37.776-3/5
  10. Uit het rechtsplegingsdossier blijkt dat de ter post aangetekende brief van 23 april 2018 met de oproeping voor de terechtzitting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 28 mei 2018 op 23 april 2018 naar verzoekers gekozen woonplaats werd gestuurd. Uit een brief van Bpost, die verzoeker bij het verzoekschrift tot cassatie heeft gevoegd, blijkt echter dat de voornoemde op 23 april 2018 verstuurde brief slechts op 6 juni 2018 bij de bestemmeling werd aangeboden. Vermits verzoeker door een vergissing van Bpost niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van de oproeping voor de terechtzitting van 28 mei 2018, kon hij niet aanwezig zijn op die terechtzitting, terwijl het bestreden arrest met toepassing van artikel 39/59, § 2, tweede lid, van de vreemdelingenwet uitsluitend op verzoekers afwezigheid ter terechtzitting is gesteund. De verwerende partij voert geen enkel verweer en ontkracht de voornoemde vaststellingen dus niet. Het bestreden arrest is derhalve genomen met schending van artikel 39/59, § 2, tweede lid, van de vreemdelingenwet.
  11. Het enige middel is in die mate gegrond en deze vaststelling volstaat voor de cassatie van het bestreden arrest. BESLISSING
  12. De Raad van State vernietigt het arrest nr. 204.821 van 1 juni 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
  13. Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overgeschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
  14. De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
  15. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, XIV-37.776-4/5 begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf december tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.776-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.364 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.