id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.406 Rolnummer: A. 222153/X-16916 Zaak: Arrest 246406 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 17/12/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-30 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 06:46 Fiche Arrest nr 246.406 van 17 december 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 246.406 van 17 december 2019 in de zaak A. 222.153/X-16.916 In zake :
- Kürt VAN ASCH
- Hugo BOS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Griet Cnudde kantoor houdend te 9000 Gent Brabantdam 56 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE OOSTERZELE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Eva De Witte en Florence Lobelle kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oosterzele van 14 december 2016 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: RUP) „Zonevreemde sportterreinen‟. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld. X-16.916-1/16 De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 oktober
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Kürt Van Asch en advocaat Griet Cnudde, die verschijnt voor verzoekers, en advocaat Saartje Spriet, die loco advocaten Eva De Witte en Florence Lobelle verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Sedert 1922 bevindt zich achter de woningen langs de Vijverstraat in Moortsele, dit is een deelgemeente van de gemeente Oosterzele, een voetbalterrein (hierna: het oorspronkelijke voetbalterrein). Ten zuidwesten van het oorspronkelijke voetbalterrein werden in 2012 een bijkomend voetbalterrein en trapveldjes aangelegd (hierna: de uitbreiding van 2012). Zowel het oorspronkelijke voetbalterrein als de uitbreiding van 2012 zijn gelegen in een zone die krachtens het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 vastgestelde gewestplan Gentse en Kanaalzone bestemd is tot landschappelijk waardevol agrarisch gebied. X-16.916-2/16 Eerste verzoeker woont aan de Rollebaan 30 in Moortsele (hierna: het woonperceel van eerste verzoeker). Tweede verzoeker is eigenaar van het perceel met woning en achtertuin aan de Rollebaan 16 (hierna: het perceel van tweede verzoeker). Zowel het woonperceel van eerste verzoeker als het perceel van tweede verzoeker palen achteraan aan de uitbreiding van
- Links naast het perceel van tweede verzoeker bevindt zich een onverharde losweg, die tot 2012 gebruikt werd ter ontsluiting van het achtergelegen agrarisch gebied (hierna: de losweg). Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het gewestplan, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht.
- In het voorjaar van 2014 maakt de verwerende partij een voorontwerp van gemeentelijk RUP “Zonevreemde sportterreinen” op, dat onder meer betrekking heeft op het oorspronkelijke voetbalterrein en de uitbreiding van
- Blijkens het bij dit voorontwerp horende grafische plan worden ook de losweg en de achtertuin van het perceel van tweede verzoeker in het plangebied opgenomen en krijgen ze de bestemmingen ontsluitingsweg, parking en bebouwingszone. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit dit grafisch plan, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-16.916-3/16 5.
- Op 2 februari 2016 maakt de verwerende partij een nota over de mogelijke milieueffecten van het voorontwerp van gemeentelijk RUP (hierna: de screeningsnota). 5.
- Wat de mobiliteitsproblemantiek betreft, wordt in de screeningsnota het volgende gesteld: “Mogelijke effecten: - Er zal geen extra bijkomend bestemmingsverkeer veroorzaakt worden. - Bovendien vallen de drukste momenten van en naar de sportterreinen niet samen met de spitsmomenten van het woon-werkverkeer. - Door de organisatie van de herinrichting van de nieuwe accommodatie in Moortsele kunnen een beperkt aantal extra parkeerplaatsen (totaal 30 wagens) op eigen terrein opgevangen worden. Maatregelen: - De grootste opvang van de parkings moet gedeeltelijk op eigen terrein opgevangen worden. Hierdoor zal de parkeerdruk in de omliggende straten verminderen. Dit zal tevens een positieve invloed hebben op de verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid in de omgeving. - Gelegenheid scheppen om verplicht minimum tien fietsen te kunnen stallen Besluit: - Er wordt geen verkeerstoename verwacht. X-16.916-4/16 - Algemeen kan geconcludeerd worden dat de huidige sportvelden en accommodatie geen bijkomende negatieve effecten zullen hebben inzake verkeershinder. - Het RUP veroorzaakt een beperkt tijdelijk negatief effect voor de mobiliteit op de enkele momenten tijdens een beperkt aantal wedstrijden of bijzondere eenmalige activiteiten.” 5.
- Wat de impact op het landschap betreft wordt in de screeningsnota het volgende gesteld: “Omschrijving: - De recreatiezone is geen grote wijziging in het landschap. - Door de aanplanting van een bufferzone ter hoogte van de tuinen worden de gebieden van het RUP beter geïntegreerd in het landschap. De bijkomende zorgvuldige inplanting van streekeigen heesters en bomen kan zorgen voor een optimale landschappelijke inkleding. - De parking dient aangevuld te worden [met] groenelementen omwille van een betere landschapsinkleding. - Binnen de voorschriften is bepaald dat ingeval van stopzetten van de activiteiten de bestemmingszone in Moortsele terug omgezet moet worden naar agrarisch gebied. Mogelijke effecten: - Bij de realisatie van de beoogde bestemmingen verdwijnen geen beeldbepalende elementen. Maatregelen: - De aanleg van de groenbuffers zijn verplicht te realiseren in het volgende plantseizoen na de goedkeuring van de stedenbouwkundige vergunning van de gebouwen ter realisatie van het ruimtelijk uitvoeringsplan. - De nabestemming van het RUP Sportterrein Moorsele is agrarisch gebied. Besluit: - De aanleg van groenbuffers moet zorgen voor een landschappelijke integratie ter hoogte van de tuinen van de aangelanden. Ze dienen te worden aangeplant het eerstvolgende seizoen na de goedkeuring van een stedenbouwkundige vergunning van het betreffende perceel (= stedenbouwkundig voorschrift). - De bebouwbare oppervlakten voor gebouwen worden beperkt. - Geen aanzienlijke effecten te verwachten.”
- Op basis van de screeningsnota en de uitgebrachte adviezen concludeert de dienst Milieueffectrapportage van de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het Vlaamse Gewest (hierna: de dienst Mer) op 19 februari 2016 dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-milieueffectrapport niet nodig is. X-16.916-5/16
- Op 5 april 2016 wordt een plenaire vergadering gehouden omtrent het voorontwerp van gemeentelijk RUP.
- Op 22 juni 2016 stelt de gemeenteraad van de gemeente Oosterzele het gemeentelijk RUP “Zonevreemde sportterreinen” voorlopig vast.
- Tijdens het van 20 juli tot 17 september 2016 gehouden openbaar onderzoek wordt onder meer door verzoekers een bezwaarschrift ingediend.
- Op 3 en 22 oktober 2016 behandelt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: de Gecoro) de ingediende bezwaarschriften en brengt zij advies uit over het voorlopig vastgestelde gemeentelijk RUP.
- Op 14 december 2016 stelt de gemeenteraad van de gemeente Oosterzele het gemeentelijk RUP “Zonevreemde sportterreinen” definitief vast. Dit is het bestreden besluit, waarvan melding wordt gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 maart
- IV. Het tweede middel Standpunt van de partijen 12.
- Het tweede middel is genomen uit de schending van de artikelen 4.2.3, § 3 en 4.3.3, § 3, 2°, van het decreet van 5 april 1995 „houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid‟ (hierna: DABM), artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 12 oktober 2007 „betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma‟s‟, evenals van het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. 12.
- Verzoekers wijzen er op dat bij de screening van milieueffecten van een uitvoeringsplan vanuit het oogpunt van de milieueffecten, voor elke zone van het plan de vergelijking moet worden gemaakt tussen de voorschriften van X-16.916-6/16 het bestaande plan en de voorschriften van het voorgenomen plan. Aangezien een plan een reglementair karakter heeft is de huidige feitelijke bestemming van het gebied hierbij niet relevant. Wanneer uit de voornoemde vergelijking blijkt dat er zich inzake milieueffecten een relevante wijziging voordoet, moet deze wijziging bij het onderzoek worden betrokken. Volgens verzoekers zijn zowel de screeningsnota als de daarop gesteunde beslissing van de dienst Mer onwettig omdat er bij de uitgevoerde screening rekening is gehouden met de bestaande feitelijke toestand en niet met de gewestplanbestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Minstens is onvoldoende rekening gehouden met milieueffecten van de omzetting van deze gewestplanbestemming in de bestemming recreatiegebied. Verzoekers zetten onder meer uiteen dat in de screeningsnota is voorbijgegaan aan de geluidshinder die gegenereerd zal worden door de in het gemeentelijk RUP voorziene ontsluitingsweg evenals de parking, die deels in de achtertuin van het perceel van tweede verzoeker zal worden ingeplant. De screeningsnota neemt ten onrechte de huidige bestaande geluidshinder van de zonevreemde en deels niet vergunde sportactiviteiten als uitgangspunt. Ook bij het beoordelen van de gevolgen voor de schoonheidswaarde van het landschap maakt de screeningsnota de fout om de huidige, illegale toestand als referentie te nemen bij de beoordeling van de effecten. Dit is onwettig. Verzoekers wijzen er op dat het “Richtlijnenboek MER Mens- Mobiliteit” van de dienst Mer het mobiliteitsonderzoek kwalificeert als een sleuteldiscipline voor een verkeersgenererend project, zoals het bestreden gemeentelijk RUP er een is. De onderhavige screeningsnota bevat echter geen gedegen onderzoek van de mobiliteitsproblematiek en de effecten ervan. De stelling van de screeningsnota dat er geen verkeerstoename wordt verwacht is onjuist, nu er wel degelijk een verkeerstoename is, minstens ten gevolge van het op- en afrijden van de wagens op de parking. Bovendien zorgt precies de creatie van de parking er voor dat er minstens een gewijzigde verkeersdynamiek ontstaat, waarvan het effect niet bestudeerd is. X-16.916-7/16 13.
- In haar memorie van antwoord benadrukt de verwerende partij dat in de screeningsnota wel degelijk rekening is gehouden met de wettige bestemming van het gebied. Dit blijkt uit de volgende overwegingen inzake het nulalternatief: “Het gewestplan werd opgemaakt in de jaren ‟
- Bij de afbakening van het plangebied werd met de bestaande sportvelden (meer dan 50 jaar oud) geen rekening gehouden. Indien het RUP geen doorgang vindt, dan blijven de bestaande voorschriften van het gewestplan geldig. In het nulalternatief blijven deze gronden bestemd voor landbouw. Bij behoud van het gewestplan is nog geen oplossing gevonden voor de realisatie van de nood aan erkende recreatiemogelijkheden voor voetbalploegen.” 13.
- De verwerende partij vervolgt in haar memorie van antwoord dat verzoekers uit het oog verliezen dat de plannende overheid er niet toe verplicht is om de in de gewestplannen voorziene bestemmingen te bevestigen en te bekrachtigen, wat volgens haar impliceert dat “bij de beoordeling van de milieueffecten van een RUP niet steeds de vergelijking moet worden getroffen met de milieueffecten die eigen zijn aan de toepasselijke gewestplanbestemming om te besluiten of deze al dan niet aanzienlijk zijn”. De verwerende partij merkt op dat het gegeven dat de milieueffecten van een recreatiegebied de effecten van een agrarisch gebied gebeurlijk overstijgen niet automatisch impliceert dat deze effecten aanzienlijk zijn. Volgens de verwerende partij heeft de screeningsnota de effecten van het te realiseren plan op het geluid in concreto geëvalueerd. Uit deze evaluatie is gebleken dat de milieueffecten eerder kleinschalig zijn. Bovendien werden er maatregelen genomen om de eventuele geluidshinder nog verder te beperken, zoals groenbuffers rondom de toekomstige parking. 13.
- Wat de mobiliteitsproblematiek betreft merkt de verwerende partij in haar memorie van antwoord op dat de voetbalclub reeds op de betrokken terreinen actief is sinds
- Aan de omvang van de voetbalterreinen wordt door het bestreden gemeentelijk RUP niets gewijzigd, wel integendeel. Volgens de X-16.916-8/16 verwerende partij worden de ontwikkelingsmogelijkheden van de terreinen aan banden gelegd door de huidige toestand te bevriezen. De voetbalterreinen kunnen met andere woorden niet meer verder uitbreiden. De verwerende partij benadrukt dat het bestreden gemeentelijk RUP geen bijkomend verkeer genereert, reden waarom geen mobiliteitstoets diende te worden uitgevoerd. De toevoeging van 30 parkeerplaatsen doet volgens de verwerende partij geen afbreuk aan deze vaststelling. Het enige verschil is immers dat door deze nieuwe parkeerplaatsen de parkeerdruk kan worden opgevangen binnen de zone voor recreatie zelf, zodat deze niet langer wordt afgewenteld op de openbare weg. Zoals ook vermeld in de screeningsnota vormt dit een verbetering van de verkeersveiligheid en -leefbaarheid. Gelet op de ligging van de zone voor recreatie nabij de kern van de gemeente Moortsele, is het tevens de bedoeling om de verplaatsingen met de fiets en te voet te stimuleren. De verwerende partij wijst er op dat de screeningsnota werd voorgelegd aan het departement Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaamse Gewest dat oordeelde dat er geen significant negatieve effecten te verwachten zijn. 13.
- Wat betreft de schoonheidswaarde van het landschap gaan verzoekers er, volgens de memorie van antwoord van de verwerende partij, verkeerdelijk vanuit dat de huidige feitelijke toestand als referentie werd genomen bij de beoordeling van de effecten. Opnieuw dient herhaald te worden dat een RUP toekomstgericht is en bijgevolg niet de gewestplanbestemming dient te bevestigen of te behouden. Bovendien werden in het bestreden RUP wel degelijk maatregelen genomen om de impact op het omliggend landschappelijk waardevol agrarisch gebied te beperken. De recreatiezone zal immers grotendeels bestaan uit sportterreinen die – zoals bevestigd wordt door de in de screeningsnota opgenomen foto‟s van de bestaande toestand – geen invloed hebben op het openruimtelandschap. Wanneer men in de screeningsnota stelt dat de recreatiezone geen grote wijziging in het landschap vormt, wordt bedoeld dat X-16.916-9/16 het visueel beeld van de open ruimte wordt behouden. De verwerende partij voegt er aan toe dat een groot deel van de terreinen, alsook de bestaande gebouwen, zonder meer worden geacht vergund te zijn. 13.
- De verwerende partij besluit dat niet blijkt dat de beoordeling van de milieueffecten kennelijk onredelijk of onzorgvuldig zou zijn gebeurd. Beoordeling
- Bij de beoordeling van de milieueffecten van een ruimtelijk uitvoeringsplan moet, uit het oogpunt van die milieueffecten, voor elke zone van het plan in de eerste plaats de vergelijking worden gemaakt tussen de verordenende voorschriften van het bestaande plan en die van het voorgenomen plan (de planologische toets). De huidige feitelijke bestemming van het gebied is bij deze planologische toets niet relevant. Wanneer uit de voornoemde planologische toets blijkt dat er zich inzake milieueffecten een relevante wijziging voordoet, moet deze wijziging bij het onderzoek worden betrokken. Voor het uitvoeren van een volledig en zorgvuldig effectenonderzoek kan de voornoemde planologische toets echter niet volstaan wanneer de betrokken percelen zich vanuit milieuoogpunt in een bijzondere feitelijke situatie bevinden, zoals bij de vastgestelde aanwezigheid van waardevolle natuurelementen. In dat geval moet ook worden nagegaan of er, gelet op die bestaande feitelijke toestand, milieueffecten kunnen zijn bij de realisatie van het voorgenomen plan (de feitelijke toets).
- Voor het bestreden gemeentelijk RUP diende de planologische toets te bestaan uit een vergelijking tussen, enerzijds, de ontworpen voorschriften voor de verschillende zones van het recreatiegebied en, anderzijds, de voorschriften voor een landschappelijk waardevol agrarisch gebied, waarin krachtens artikel 15, 4.6.1, van het koninklijk besluit van 28 december 1972 „betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen‟ een esthetisch criterium geldt, dat vergt dat de overheid nagaat of X-16.916-10/16 het gevraagde in overeenstemming is met de eisen ter vrijwaring van de schoonheidswaarde van het landschap.
- Vooreerst moet worden vastgesteld dat het niet is omdat de geldende gewestplanbestemming in de screeningsnota wordt vermeld dat er een zorgvuldige planologische toets zou zijn uitgevoerd. Verder blijkt de bewering van de verwerende partij “dat het visueel beeld van de open ruimte wordt behouden” minstens gedeeltelijk in tegenspraak te zijn met de vermelding in de screeningsnota dat een groenscherm zal zorgen voor de “landschappelijke inkleding” van de in het midden van het plangebied gesitueerde parking en bouwzone.
- Daar recreatieactiviteiten autoverkeer van recreanten en supporters aantrekken, heeft een recreatiegebied als effect het genereren van autoverkeer en van de daarmee samenhangende parkeerbehoefte. Dergelijk effect is onbestaande in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Bijgevolg diende in de planologische toets al het verkeer dat door de recreatieactiviteiten binnen het plangebied op gang wordt gebracht, te worden beschouwd als verkeer dat door dit RUP wordt gegenereerd.
- De screeningsnota heeft dit niet gedaan, maar integendeel met zoveel woorden aangenomen dat er door het bestreden gemeentelijk RUP geen “extra bijkomend bestemmingsverkeer” of “verkeerstoename” veroorzaakt wordt. Deze aannames kunnen, zoals verzoekers terecht aanvoeren, enkel worden verklaard doordat de screeningsnota bij de planologische toets verkeerdelijk de huidige feitelijke toestand ter plaatse als uitgangspunt heeft genomen.
- Het is met de laatstgenoemde – onjuiste – aannames dat de verwerende partij het feit verantwoordt dat er te dezen geen mobiliteitstoets is uitgevoerd. X-16.916-11/16 Precies door de afwezigheid van een mobiliteitstoets blijkt niet dat de uitspraken die de screeningsnota over de mobiliteitsproblematiek doet, zouden steunen op concrete cijfers in verband met het te verwachten aantal recreanten en supporters of enige becijferde verwachting van het vervoermiddel dat zij voor hun verplaatsing zullen gebruiken.
- Gelet op het voorgaande moet worden vastgesteld dat geen zorgvuldige planologische toets van de milieueffecten voorligt. Aan die vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de door de verwerende partij aangehaalde elementen dat de plannende overheid er niet toe gehouden is de geldende gewestplanbestemming te behouden, dat het bestreden gemeentelijk RUP de toestand bevriest zodat geen nieuwe uitbreiding meer zal gebeuren, dat verzoekers niet aantonen dat er aanzienlijke milieueffecten zijn en dat de Raad van State niet bevoegd is om een eigen beoordeling van de te verwachten milieueffecten te maken.
- Het tweede middel is gegrond. V. Het vierde middel Standpunt van de partijen 22.
- Het vierde middel is genomen uit de schending van het richtinggevend gedeelte van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS), de artikelen 2.1.2, § 3 en 2.2.13, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), evenals van het materiëlemotiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 22.
- Verzoekers wijzen er onder meer op dat het richtinggevend gedeelte van het GRS bepaalt dat het niet wenselijk is om op een grootschalige wijze de recreatieve voorzieningen uit te breiden. Ten tijde van het opstellen van het GRS had het oorspronkelijke voetbalterrein een totale oppervlakte van X-16.916-12/16 7.798,20 m². Door het bestreden gemeentelijk RUP zal de oppervlakte van de sportinfrastructuur toenemen met 14.870,40 m². Het gaat dus om een uitbreiding met bijna 200 %. Deze uitbreiding is strijdig met het GRS omdat ze afbreuk doet aan het principe dat het niet wenselijk is de voorzieningen op grootschalige wijze uit te breiden. 23.
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij op dat het gegeven dat er, ten opzichte van de situatie ten tijde van de opmaak van het GRS, een bijkomend voetbalterrein werd voorzien, niet betekent dat de recreatievoorziening op grootschalige wijze werd uitgebreid. Louter de oppervlakte van de terreinen werden uitgebreid, zonder dat de activiteiten hierdoor een grootschalig karakter hebben verkregen. Volgens de verwerende partij legt het bestreden gemeentelijk RUP de ontwikkelingsmogelijkheden van de recreatievoorziening aan banden door specifiek een zone voor bebouwing af te bakenen, zodat geen grootschalige kantine en kleedkamers kunnen worden opgericht. Het bestreden gemeentelijk RUP verzekert met andere woorden dat de betrokken activiteiten in de toekomst geen grootschalig karakter zullen verkrijgen en is bijgevolg in overeenstemming met het GRS. Beoordeling
- In zijn te dezen toepasselijke versie stelt artikel 2.1.2, § 3, VCRO: “§
- Het richtinggevend gedeelte van een ruimtelijk structuurplan is het deel van het ruimtelijk structuurplan waarvan een overheid bij het nemen van beslissingen niet mag afwijken, tenzij omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen. […].” Uit de hiervoor geciteerde decreetsbepaling volgt dat de plannende overheid enkel kan afwijken van de bepalingen van het richtinggevend X-16.916-13/16 gedeelte van een structuurplan ter wille van – uitgebreid te verantwoorden – onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften of dringende sociale, economische of budgettaire redenen.
- Het richtinggevend gedeelte van het op 10 februari 2011 door de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen goedgekeurde GRS van de gemeente Oosterzele stelt over het oorspronkelijke voetbalterrein: “In iedere deelkern wenst de gemeente de bestaande basisinfrastructuur voor voetbal te behouden. […] Voetbalterrein Moortsele - Gewestplan: landschappelijk waardevol agrarisch gebied […] - De ruimtelijke impact van de activiteit (ruimtelijke kenmerken, verkeersgenererend karakter, […]) dient beperkt te blijven; […] - Het is niet wenselijk om op een grootschalige wijze de recreatieve voorzieningen uit te breiden”.
- Anders dan de verwerende partij blijkbaar aanneemt, zijn het niet grootschalige activiteiten die het richtinggevend gedeelte van het GRS onwenselijk acht, doch wel een grootschalige uitbreiding van het oorspronkelijke voetbalterrein. Of deze uitbreiding al dan niet grootschalig is, dient te worden beoordeeld aan de hand van een vergelijking tussen, enerzijds, de situatie op het ogenblik van het vaststellen van het GRS en, anderzijds, de omvang van de in het bestreden gemeentelijk RUP voorziene recreatie-infrastructuur.
- Het plangebied van het bestreden RUP omvat – naast het oorspronkelijke voetbalterrein – ook twee toegangswegen, de ongeveer 500 m² grote achtertuin van het perceel van tweede verzoeker en de uitbreiding van 2012 die bestaat uit een voetbalveld, trapveldjes en de omliggende rand. Als te realiseren infrastructuur voorziet het bestreden RUP de aanleg van de toegangswegen met een totale lengte van ongeveer 130 meter, de inplanting van een parking voor 30 autovoertuigen en de oprichting van gebouwen in de ongeveer 800 m² grote bouwzone. X-16.916-14/16 De verwerende partij spreekt niet tegen dat, zoals verzoekers aanvoeren, de oppervlakte van de in het bestreden gemeentelijk RUP voorziene recreatie-infrastructuur ten opzichte van de situatie in 2011 – dit is op het ogenblik van het vaststellen van het GRS – ongeveer verdrievoudigt. Uit het voorgaande volgt dat met verzoekers moet worden aangenomen dat het gaat om een grootschalige uitbreiding van de betrokken recreatieve voorzieningen.
- Door een grootschalige uitbreiding toe te laten wijkt het bestreden gemeentelijk RUP – zonder enige verantwoording – af van de bepaling uit het richtinggevend gedeelte van het GRS die dergelijke uitbreiding niet gewenst acht.
- Het vierde middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oosterzele van 14 december 2016 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zonevreemde sportterreinen’.
- Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan verzoekers. X-16.916-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien december tweeduizend negentien, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.916-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.406 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div