← België

Arrest 246412 - Tucht (openbaar ambt) - 17/12/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.412 Rolnummer: A. 228247/IX-9552 Zaak: Arrest 246412 - Tucht (openbaar ambt) - 17/12/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-23 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-24 00:16 Fiche Arrest nr 246.412 van 17 december 2019 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 246.412 van 17 december 2019 in de zaak A. 228.247/IX-9552 In zake: Jimmy VAN DE PUTTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carine Flamend kantoor houdend te 1930 Zaventem Leuvensesteenweg 510 bus 32 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 29 mei 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: - de beslissing van de korpscommandant van 24 april 2019 waarbij aan Jimmy Van de Putte de tuchtstraf van twee dagen licht arrest wordt opgelegd; - de beslissing van de korpscommandant van 18 april 2019 tot interne mutatie van Jimmy Van de Putte van BruMil naar Comdo 15 W LuTpt vanaf 3 mei 2019. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 september 2019. IX-9552-1/9 Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gauthier Baudts, die loco advocaat Carine Flamend verschijnt voor de verzoekende partij en adjudant Pieter-Jan Tuts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Verzoeker is beroepsonderofficier, bekleed met de graad van adjudant, bij BruMil (Brussels Military Airport Melsbroek) Smd P&F en tewerk- gesteld in de 15de Wing te Melsbroek. 3.2. Op 4 december 2018 publiceert verzoeker een facebookpost waarin hij twee ministers viseert omwille van dienstreizen met privéjets. 3.3. Naar aanleiding van die facebookpost en een interview dat verzoeker gaf aan een weekblad, vindt op 5 februari 2019 een onderhoud plaats tussen verzoeker en de korpscommandant. 3.4. Op 18 februari 2019 dient verzoeker een aanvraag in voor mu- tatie naar de Koninklijke School voor Onderofficieren. Deze aanvraag wordt niet toegestaan en deze beslissing wordt gemotiveerd met verwijzing naar de omstan- digheid dat de 15de Wing behoefte heeft aan personeel in de vakrichting “Air Transport”. IX-9552-2/9 3.5. Op 13 maart 2019 stelt de eenheidscommandant door middel van een document C2 een tuchtvordering in tegen verzoeker, naar aanleiding van de facebookpost van 4 december 2018. Op 18 maart 2019 dient verzoeker een verweerschrift in en op 27 maart 2019 verschijnt hij voor de eenheidscommandant. De eenheidscommandant beslist op 27 maart 2019 om verzoeker de tuchtstraf van vier dagen licht arrest op te leggen. 3.6. Tegen die beslissing van 27 maart 2019 stelt verzoeker op 27 maart 2019 een beroep in bij de korpscommandant. 3.7. Op 18 april 2019 beslist de korpscommandant dat verzoeker vanaf 3 mei 2019 bij interne mutatie zal worden overgeplaatst naar het bureau Human Resources binnen het commando van de 15de Wing. Als reden wordt vermeld: “openstaande post, optimaal benutten van capaciteiten en management skills van betrokkene”. Dat is de tweede bestreden beslissing. Verzoeker wordt op 25 april 2019 in kennis gesteld van deze beslissing. 3.8. Op 24 april 2019 verschijnt verzoeker voor de korpscomman- dant in het kader van zijn beroep tegen de tuchtstraf van 27 maart 2019. De korpscommandant beslist om de tuchtstraf te herleiden tot twee dagen licht arrest. Als datum voor de aanvang van de straf wordt vermeld: “25/04/2019”. Dat is de eerste bestreden beslissing. Ze is gemotiveerd als volgt: “Betreft  publicatie van betrokkene op 4 Dec 2018 om 10Hr53 […] Motivatie van de tuchtprocedure (ref DGHR-SPS-CARDI-003): IX-9552-3/9  Betrokkene heeft professionele gegevens (aantal vlieguren, aantal pas- sagiers, prijzen…), die als vertrouwelijk beschouwd worden, in de media ver- spreid.  Betrokkene toont in zijn communicatie een duidelijk gebrek aan respect voor de politieke overheid, en uit hiermee impliciet lichtzinnige kritiek op de activiteiten van Defensie. Beslissing:  Gezien het blanco strafblad van betrokkene, wordt de straf in beroep herzien en gereduceerd van 4 naar 2 dagen licht arrest.” IV. Ontvankelijkheid 4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver- werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een on- derzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden 5. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Uiteenzetting 6. Verzoeker motiveert de spoedeisendheid van zijn vordering als volgt: IX-9552-4/9 “Een arrest in het kader van de ‘gewone’ annulatieprocedure, komt niet tijdig om de negatieve gevolgen van de bestreden beslissing op te vangen. De impact van de bestreden beslissingen is immers zodanig dat enkel een arrest in het kader van een schorsing soelaas kan bieden. Ook de dienst van BruMil zal zwaar lijden onder het vertrek van verzoeker. Zijn diensthoofd […] schrijft in een mail -waarin hij zijn frustratie niet onder stoelen of banken steekt- op 28 april 2019 […]: ‘Ik had dan ook graag de mutatie en het operationeel belang geweten van de mutatie van Jimmy? Is de impact op zijn eventuele nieuwe dienst/functie dermate dat het opera- tionele belang van P§F current ondergeschikt is daarop? We kunnen met 5 personen (binnenkort misschien zelfs 4, want over […] kan niemand ons zekerheden bieden) geen 24/7 shift blijven verzekeren, zeker met de verlofperiode die voor de deur staat…Iedereen heeft toch minimaal recht om met zijn gezin enkele dagen op vakantie te gaan? Ik dring er dan ook als diensthoofd op aan om deze mutatie op zijn minst uit te stellen tot 1 september zodat wij als dienst de tijd krijgen om een geschikte persoon te zoeken én klaar te stomen als eventuele opvolger voor Jimmy....’ De nadelige invloed van de mutatie op verzoeker is zeer groot. Op dit ogenblik werkt hij immers in een 24u systeem wat in realiteit betekent dat hij 65 diensten van 24u per jaar presteert. Door de mutatie zal verzoeker terecht komen in een vijfdagen werkweek wat neerkomt op 200 werkdagen per jaar (ipv 65). Dit betekent ook dat hij 200 dagen een verplaatsing woon-werkverkeer van 150 km (h/

  1. t)moet doen, wat natuurlijk een ernstige financiële impact heeft. Verzoeker berekende dat dit neer komt op een extra vervoerkost van € 4.000 op jaarbasis. Gelet op de afstand betekent dit ook dat hij iedere dag om 5u00 moet op- staan, wat eveneens een immens verschil is. De plotse verandering van werk- ritme en werkomgeving zorgt voor een bijkomende fysieke en mentale belas- ting. Verzoeker is trouwens de enige in het gezin met een inkomen. Hij heeft twee schoolgaande kinderen […]. Zijn echtgenote […] werkt niet meer sedert januari 2019. Zij was hierdoor verplicht om gezondheidsredenen vermits zij twee jaar geleden het slachtoffer werd van een hersenstaminfarct en de drukte van het werk niet meer aankan. Een nieuwe job aannemen is voor haar dus op dit ogenblik geen optie. Door de mutatie verliest verzoeker ook de mogelijkheid om weekendpres- taties te leveren en de daarbij horende vergoeding te ontvangen. Dit verlies aan inkomen en de meerkost riskeren tot gevolg te hebben dat verzoeker financieel niet meer aan al zijn verplichtingen kan voldoen.” Beoordeling 7. Zoals sub 5 hiervóór in herinnering is gebracht, kan krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing IX-9552-5/9 van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen indien, onder meer, “de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”. Luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter onder- steuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in arti- kel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Voor een verzoekende partij bij de Raad van State die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep af te wach- ten, komt het dan ook erop aan om daarvan te overtuigen aan de hand van de feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit betekent dat het aan deze partij toevalt om in haar inleidend verzoekschrift specifieke gegevens bij te brengen, betrokken op de omstandigheden van haar zaak, die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar per- soonlijk veroorzaakt, niet kunnen worden gedragen gedurende de gewone door- looptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bij- gevolg niet kan worden afgewacht. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. 8.1. De schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden be- slissing dient een nuttig effect te hebben. Wanneer de schorsing van de bestreden beslissing het aangevoerde nadeel niet (meer) kan verhinderen of ongedaan maken, wordt de spoedeisendheid van de vordering tot schorsing niet aangetoond. 8.2. In casu moet worden vastgesteld dat de eerste bestreden beslis- sing – waarbij verzoeker de tuchtstraf van twee dagen licht arrest wordt opgelegd vanaf 25 april 2019 – reeds volledig uitwerking heeft gekregen. De schorsing van IX-9552-6/9 de tenuitvoerlegging van die beslissing kan dan ook voor verzoeker geen enkel nuttig effect meer hebben. Dit noopt tot het besluit dat de spoedeisendheid van de vordering ten aanzien van de eerste bestreden beslissing niet wordt aangetoond. 9.1. In de mate dat verzoeker argumenteert dat de tenuitvoerlegging van de tweede bestreden beslissing moeilijkheden met zich meebrengt voor de dienst, is dit geen argument dat kan worden ingeroepen ter staving van de spoed- eisendheid. De spoedeisendheid kan immers enkel worden aangetoond met ver- wijzing naar nefaste gevolgen die de verzoekende partij persoonlijk ondergaat ingevolge de uitvoering van de bestreden beslissing. Gevolgen voor derden – zoals in casu de verwerende partij – kunnen de spoedeisendheid niet aantonen. 9.2. In zoverre verzoeker aanvoert dat de tweede bestreden beslissing aanzienlijke extra kosten voor woon-werkverkeer met zich meebrengt en ertoe leidt dat hij niet langer aanspraak kan maken op de vergoeding voor weekend- prestaties hetgeen tot gevolg kan hebben dat hij niet meer aan al zijn financiële verplichtingen zal kunnen voldoen, beroept hij zich op een financieel nadeel. Het volstaat evenwel op zich niet een financieel nadeel in te roepen, om de behandeling bij spoedeisendheid te verantwoorden. Dit is uitzon- derlijk anders, indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de omvang van dit financiële nadeel op de situatie van de verzoekende partij een zodanige impact heeft dat zij dit niet kan lijden tot de uitspraak ten gronde. In dit verband moet worden vastgesteld dat verzoeker nalaat ook maar enig bewijs naar voren te brengen waaruit zou kunnen blijken dat hij niet meer aan al zijn financiële verplichtingen zal kunnen voldoen. Verzoeker formuleert dit overigens zelf als een toekomstig en hypothetisch nadeel, wat de spoedeisendheid van een vordering niet vermag te verantwoorden. 9.3. Verzoeker voert ook nog aan dat hij ingevolge de tweede be- streden beslissing in een vijfdaagse werkweek terechtkomt, dat hij iedere dag om IX-9552-7/9 vijf uur ’s ochtends zal moeten opstaan en dat de plotse verandering van werkritme en werkomgeving voor een bijkomende fysieke en mentale belasting zorgt. In de mate dat de tweede bestreden beslissing daadwerkelijk een bijkomende fysieke en mentale belasting voor verzoeker zou betekenen, moet in elk geval worden vastgesteld dat verzoeker geen enkel concreet gegeven bijbrengt waaruit blijkt dat hij ingevolge deze bijkomende belasting het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten. Ook met dit argument vermag verzoeker derhalve niet de spoedeisendheid van zijn vordering te staven. 10. Wat voorafgaat, leidt tot het besluit dat verzoeker niet aantoont dat zijn zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nie- tigverklaring. 11. Aldus is niet voldaan aan alvast één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumu- latief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-9552-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien december tweeduizend negentien, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-9552-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.412 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.389 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.