id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.469 Rolnummer: A. 220137/VII-39754 Zaak: Arrest 246469 - Milieuvergunningen - 19/12/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-30 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-21 20:59 Fiche Arrest nr 246.469 van 19 december 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 246.469 van 19 december 2019 in de zaak A. 220.137/VII-39.754 In zake : Henri VANVOORDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Inke Dedecker kantoor houdend te 3500 Hasselt Spoorwegstraat 105 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Abbeloos kantoor houdend te 9200 Dendermonde Sint-Gillislaan 117 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 30 augustus 2016, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de Vlaamse Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 1 juli 2016 houdende uitspraak over de beroepen aangetekend tegen het besluit van de deputatie van de provincieraad van Limburg […] van 29 november 2012 houdende het verlenen van de vergunning aan bvba Bio-Energie Herk, Herkkantstraat 47, 3540 Herk-de-Stad,voor het exploiteren van een installatie voor het vergisten van organische landbouw- en niet-landbouwgerelateerde stromen”. VII-39.754-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 november
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Inke Dedecker, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Dirk Abbeloos, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-39.754-2/4 III. Ontvankelijkheid Standpunt van verzoeker
- In zijn memorie van wederantwoord betoogt verzoeker dat de milieuvergunning is vervallen omdat de stedenbouwkundige vergunning definitief werd geweigerd bij beslissing van de deputatie van de provincieraad van Limburg van 12 januari
- Beoordeling 4 Deze weigeringsbeslissing werd niet aangevochten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en is thans definitief geworden. Artikel 5, § 2, vijfde lid, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning bepaalt: “Als de stedenbouwkundige vergunning definitief wordt geweigerd, vervalt de milieuvergunning of het recht op exploitatie ten gevolge van de melding voor de meldingsplichtige inrichtingen van rechtswege”. De bestreden milieuvergunning die aan de definitief geweigerde stedenbouwkundige vergunning voorafging, is dus van rechtswege vervallen. Het annulatieberoep is zonder voorwerp. IV. Rechtsplegingsvergoeding
- In haar laatste memorie werpt de verwerende partij op dat, wanneer een verlies aan voorwerp wordt vastgesteld, er geen uitspraak wordt gedaan over de grond van de zaak en het al dan niet onwettig zijn van de bestreden beslissing. Zij stelt dat er geen partij is die in het ongelijk wordt gesteld en dat er geen rechtsplegingsvergoeding kan worden toegekend. VII-39.754-3/4 Beoordeling
- In het huidige geval kan verzoeker, wegens het verval van de vergunning, worden beschouwd als een in het gelijk gestelde partij. Gelet op de procedurele genoegdoening die hij heeft verkregen bij arrest nr. 246.468 van 19 december 2019 is er geen aanleiding om een verhoogde rechtsplegingsvergoeding toe te kennen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, verschuldigd aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien december tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-39.754-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.469 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div