← België

Arrest 246474 - Politie - 19/12/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.474 Rolnummer: A. 229254/XIV-38162 Zaak: Arrest 246474 - Politie - 19/12/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-30 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-21 21:00 Fiche Arrest nr 246.474 van 19 december 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 246.474 van 19 december 2019 in de zaak A. 229.254 /XIV-38.162 In zake: Youssef BELUAFI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Clonen kantoor houdend te 2600 Antwerpen Fruithoflaan 124, bus 14 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken woonplaats kiezende bij de Federale Politie DGR/JUR Kroonlaan 145A 1050 Brussel -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 1 oktober 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van 7 augustus 2019 van de deliberatiecommissie van de dienst rekrutering en selectie van de Federale Politie waarbij werd vastgesteld dat verzoeker op dit ogenblik niet beschikt over de nodige competenties om te voldoen aan het beoogde selectieprofiel voor het bekomen van een brevet voor de overgang naar het basiskader.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. XIV-38.162- 1/9 Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 december
  3. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas De Burchgraeve, die loco advocaat Koen Clonen verschijnt voor de verzoekende partij en adviseur Ruben Goosens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is agent van politie en tewerkgesteld bij de lokale politiezone Antwerpen. 3.
  6. Verzoeker neemt in 2019 deel aan de selectieprocedure voor bevordering door overgang naar een hoger kader (inspecteur van politie). 3.
  7. De selectieprocedure bestaat uit een kaderproef indien het personeelslid niet beantwoordt aan de in artikel 15 van de wet van 26 april 2002 „houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten‟) bepaalde diplomavereisten. Voor het overige bestaat de selectieprocedure uit een beroepsproef en een persoonlijkheidsproef (waarbij ook XIV-38.162- 2/9 het advies van de korpschef in aanmerking wordt genomen), waarna de deliberatiecommissie beslist of de kandidaat geschikt of ongeschikt is voor overgang naar het basiskader. 3.
  8. Verzoeker legt op 16 mei 2019 de beroepsproef af, waarvoor hij slaagde met een score van 51,74 voor de kennis van de taal en 63,98 voor de professionele vaardigheden. Op 2 juli 2019 verleende de korpschef gunstig advies voor bevordering in de hogere graad. Op 4 juli 2019 nam verzoeker deel aan het persoonlijkheidsonderzoek (assessmentproef). Hij behaalde daarbij de volgende scores: Competenties Resultaat Informatie verwerken 3,5 Werk structureren 3,8 Samenwerken (intern) 3,2 Klantgericht optreden 3,4 Inzet tonen 5,3 Coping 3,9 Betrokkenheid en motivatie 5 Normbesef/integriteit 4 Afwezigheid van extremisme 7 Afwezigheid van psychopathologie 7 […] 3.
  9. Bij beslissing van 7 augustus 2019 die aan verzoeker op 8 augustus wordt meegedeeld, wordt hij door de deliberatiecommissie ongeschikt verklaard om te worden toegelaten tot de basisopleiding voor het basiskader. Dit is de bestreden beslissing. XIV-38.162- 3/9 IV. Schorsingsvoorwaarden
  10. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Uiteenzetting
  11. Verzoeker zet onder het kopje “spoedeisendheid” uiteen dat hij door de bestreden beslissing schade lijdt doordat hij minstens nog een jaar moet wachten alvorens hij terug kan deelnemen aan een nieuwe selectieprocedure voor bevordering door overgang naar een hoger kader. De schade is zowel financieel doordat hij minstens nog een jaar langer in een lagere weddeschaal tewerk wordt gesteld, wat tevens een onherstelbaar nadeel met betrekking tot de pensioenberekening van verzoeker impliceert, als moreel van aard doordat hij ten opzichte van zijn collega‟s gezichtsverlies heeft geleden en nog steeds gevolgen ondervindt van het feit dat hij onterecht ongunstig werd beoordeeld in het kader van de desbetreffende selectieprocedure. Voorts zet hij nog uiteen dat hij in Houthalen-Helchteren woont en als agent is tewerkgesteld bij de lokale politiezone Antwerpen. Het woon-werktraject bedraagt meer dan 80 km en is bijzonder filegevoelig, wat weegt zowel op het persoonlijk als het gezinsleven van verzoeker die is gehuwd en kinderen heeft. Er zijn quasi geen vacatures voor agenten van politie in Limburg en er zijn voor verzoeker dan ook quasi geen mogelijkheden om binnen zijn huidige functie een job dichter bij zijn woonplaats te vinden. Voor een inspecteur van politie zijn er veel meer mogelijkheden omdat “men [kan] tewerkgesteld worden binnen de Federale, de lokale, bestuurlijke of gerechtelijke politie en er bijzonder veel vacatures [zijn]. De vacatures voor XIV-38.162- 4/9 agenten van politie zijn (zeker in de woonplaats van verzoeker) bijzonder schaars omdat er normaal altijd inspecteurs van politie worden gezocht (die in tegenstelling tot agenten van politie ingezet kunnen worden voor alle politietaken)”. Verzoeker beoogt, zoals hij in zijn biografische vragenlijst heeft aangegeven, terecht te komen bij de Cel Patrouille en Toezicht van de Federale Wegpolitie Limburg. De bestreden beslissing ontneemt hem, minstens tijdelijk, deze kans. Een schorsing ervan heeft dan ook tot voordeel dat de deliberatiecommissie zal worden genoodzaakt om haar beslissing op korte termijn te heroverwegen, alsook dat verzoeker desgevallend zo snel mogelijk zijn basisopleiding om toegelaten te worden het basiskader kan aanvatten. Beoordeling
  12. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december
  13. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een - voortdurende - tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties te willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen‟ (memorie XIV-38.162- 5/9 van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
  14. Wat het door verzoeker uiteengezette financieel nadeel betreft dient opgemerkt dat het inkomen van verzoeker niet wordt gewijzigd. Hij lijdt geen verlies zodat hij niet aantoont dat hij “zich in een toestand [dreigt] te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen”. Het ingeroepen financieel nadeel leidt er niet toe dat verzoeker in een dermate precaire situatie wordt gebracht dat een menswaardig bestaan in het gedrang komt of dat de omvang van dit nadeel dermate is dat hij de duur die de annulatieprocedure in beslag neemt niet zal kunnen overbruggen. Verzoekers wedde blijft door de bestreden beslissing ongewijzigd en verder beperkt verzoeker zich louter tot de stelling dat hij dit nadeel lijdt, zonder enige verduidelijking in concreto over de omvang en de impact of het aanbrengen van enig concreet gegeven daaromtrent. In zoverre de gemiste kans een invloed heeft op de pensioenberekening is dit, anders dan verzoeker aanvoert, geen onherstelbaar nadeel, vermits het na een vernietigingsarrest kan worden hersteld, desnoods via een vordering tot schadevergoeding tot herstel. Voorts bemerkt de Raad van State dat het aangevoerde financieel nadeel onzeker is in die zin dat verzoeker door de bestreden beslissing weliswaar niet wordt toegelaten tot de basisopleiding voor het basiskader doch er is geen zekerheid dat hij in de te volgen opleiding zal slagen en dat hij tot inspecteur zal worden bevorderd. In die zin is het aangevoerde financieel nadeel hypothetisch, noch volgt het rechtstreeks uit de bestreden beslissing. XIV-38.162- 6/9
  15. Wat het door verzoeker aangevoerde moreel nadeel betreft, stelt verzoeker dat hij gezichtsverlies lijdt en refereert aldus aan een nadeel dat hij ingevolge de beslissing bestreden beslissing kan lijden, maar met deze enkele vaststelling en bewering is nog niet in concreto aangetoond waarom de aangevoerde morele en imagoschade van dien aard zou zijn dat een eventueel later tussen te komen vernietigingsarrest niet voldoende genoegdoening zou kunnen verschaffen, zodat hij aldus het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten. Een kandidaat die een bevordering door verhoging in graad beoogt die afhankelijk is van het slagen voor een vergelijkende selectie, moet er rekening mee houden dat de mogelijkheid bestaat dat hij de bevordering misloopt. Het risico teleur te worden gesteld, is inherent aan een kandidaatstelling. De daaraan verbonden morele schade - die de betrokkene gewis ondervindt - verantwoordt evenwel in beginsel geen spoedeisendheid. Het morele nadeel wordt immers in beginsel hersteld wordt door een vernietigingsarrest, tenzij verzoeker bijzondere omstandigheden aantoont waaruit zou moeten besloten worden dat dit in zijn geval anders is. Als bijzondere omstandigheid stelt verzoeker dat hij onterecht ongunstig werd beoordeeld in de selectieprocedure. Of verzoeker al dan niet onterecht ongunstig is beoordeeld, betreft echter de vraag naar de gegrondheid cq. de ernst van een middel terwijl het vereiste van de spoedeisendheid en dat van het voorhanden zijn van een ernstig middel, afzonderlijke van elkaar te onderscheiden voorwaarden zijn die beide moeten vervuld zijn opdat een vordering tot schorsing kan worden toegewezen. In zoverre verzoeker tot slot verwijst naar het dagelijks filegevoelig woon-werktraject dat hem te beurt valt en dat op zijn persoonlijk en gezinsleven weegt, moet met de verwerende partij worden vastgesteld dat het verzoekers eigen keuze is geweest om bij de politiezone Antwerpen te werken. Het ingeroepen nadeel dat op zijn persoonlijk en gezinsleven weegt (hetgeen niet verder verduidelijkt wordt) vloeit in die omstandigheden dan ook niet voort uit de bestreden beslissing. Waar verzoeker erop wijst dat hij als agent van politie minder mogelijkheden tot mobiliteit heeft dan een inspecteur en waarbij hij XIV-38.162- 7/9 tevens de wens uitdrukt om bij de Cel Patrouille en Toezicht van de Federale Wegpolitie Limburg tewerkgesteld te worden, moet ook hier herhaald worden dat het vervullen van die wens van meerdere (nog onzekere) factoren afhankelijk is, minstens dat verzoeker - zelfs indien hij tot de opleiding toegelaten wordt - nog in die opleiding zal moeten slagen om tot inspecteur bevorderd te worden. In zoverre hij bijgevolg aanvoert als agent van politie minder mogelijkheden tot mobiliteit te hebben, vloeit dit nadeel niet rechtstreeks uit de bestreden beslissing voort, terwijl de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan hem ook niet, minstens niet rechtstreeks, het beoogde voordeel kan opleveren. Bovendien, volstaat de vaststelling dat een schorsing van de bestreden beslissing potentieel een voordeel zou kunnen bieden niet om te gewagen dat men zich in een toestand met onherroepelijke schadelijke gevolgen bevindt.
  16. De grondvoorwaarde van de spoedeisendheid is te dezen niet vervuld.
  17. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. VI. Kosten
  18. Wat de vraag van verzoeker tot toekenning van een rechtsplegingsvergoeding betreft wordt de bijdrage in de betaling van de kosten bepaald in het arrest waarin uitspraak wordt gedaan over het beroep tot nietigverklaring. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. XIV-38.162- 8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien december tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, staatsraad wnd. kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Kaat Leus XIV-38.162- 9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.474 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.584 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.