id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.511 Rolnummer: A. 229124/X-17578 Zaak: Arrest 246511 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 20/12/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-24 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-21 20:59 Fiche Arrest nr 246.511 van 20 december 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 246.511 van 20 december 2019 in de zaak A. 229.124/X-17.578 In zake :
- Rafaël RABAEY
- Joseph BOONE
- Robert DEDECKERE
- Agnes RIVIÈRE
- Johan RAMON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelsesteenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de STAD GISTEL
- de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN
- het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 14 september 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemeenteraad van de stad Gistel van 6 juni 2019 houdende de definitieve vaststelling van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “De Koolaerd”. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 december
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. X-17.578-1/8 Advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Het plangebied van het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: het plangebied) situeert zich ten westen van de kern van het centrum van Gistel, in de nabijheid van het op- en afrittencomplex van de E40 Brugge-Calais. Overeenkomstig de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 26 januari 1977 vastgesteld gewestplan “Oostende- Middenkust” is het plangebied bijna integraal als agrarisch gebied bestemd. 3.
- Bij besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden van 22 juni 1994 wordt het bijzonder plan van aanleg (BPA) “De Koolaard” van de stad Gistel goedgekeurd. Dat BPA voorziet in een uitbreiding van de industriezone “Konijnenbos” op de gronden die van het plangebied deel uitmaken. Met zijn arresten nrs. 53.047 van 27 april 1995 en 57.035 van 14 december 1995 schorst, respectievelijk vernietigt, de Raad van State dit BPA. 3.
- Met een besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 wordt het gewestplan “Oostende-Middenkust” gedeeltelijk gewijzigd. Het plangebied wordt tot lokaal bedrijventerrein met openbaar karakter bestemd. Met zijn X-17.578-2/8 arresten nrs. 112.132 van 31 oktober 2002 en 119.341 van 14 mei 2003 schorst, respectievelijk vernietigt, de Raad van State ook deze planwijziging. 3.
- Na het vaststellen en goedkeuren van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de stad Gistel in 2004, maakt de stad een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) “De Koolaerd” op, dat de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen (hierna: de deputatie) met een besluit van 9 oktober 2008 goedkeurt. Het plangebied wordt tot “zone voor lokale bedrijvigheid” bestemd. Met zijn arresten nrs. 199.137 van 21 december 2009 en 207.184 van 2 september 2010 schorst, respectievelijk vernietigt, de Raad van State ook dit gemeentelijk RUP. 3.
- Ter gelegenheid van de tweede gedeeltelijke herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen in december 2010, wordt de site “Konijnenbos” te Gistel als “bijzonder economisch knooppunt” geselecteerd, teneinde het gebied tussen het bestaande bedrijventerrein en het op- en afrittencomplex van de autosnelweg een perspectief als gemengd regionaal bedrijventerrein te geven. 3.
- Met een besluit van 13 juni 2013 verleent de deputatie aan de stad Gistel een planologische delegatie voor de herlocalisatie van regionale bedrijvigheid op de site “Konijnenbos”. 3.
- Op 5 september 2017 bevestigt de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid dat voor het plan geen planmilieueffectrapport moet opgemaakt worden. 3.
- Op 18 januari 2018 vindt de plenaire vergadering over een nieuw voorontwerp van gemeentelijk RUP “De Koolaerd” (hierna: het gemeentelijk RUP) plaats. 3.
- Op 4 oktober 2018 stelt de gemeenteraad van de stad Gistel het ontwerp van het gemeentelijk RUP “De Koolaerd” voorlopig vast. X-17.578-3/8 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van het gemeentelijk RUP worden drie bezwaarschriften ingediend, waaronder ook door de verzoekers. 3.
- Op 20 maart 2019 verstrekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Gistel een advies over het ontwerp van het gemeentelijk RUP. 3.
- Met het bestreden besluit van 6 juni 2019 stelt de gemeenteraad van de stad Gistel het gemeentelijk RUP definitief vast. Het grafisch plan voorziet in een “zone voor lokale bedrijvigheid”, waarop in het noorden, in overdruk (schuine paarse arcering), een gedeelte is gereserveerd voor de herlocalisatie van een bestaand bedrijf met een regionaal karakter en met een oppervlaktevraag groter dan 5.000 m² : X-17.578-4/8 IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid De aangevoerde spoedeisendheid
- Verzoekers voeren aan dat “aanvragen tot omgevingsvergunning [...] zeer snel [kunnen] volgen” en dat “[d]e kans [...] zeer groot [is] dat het gebied zal bebouwd zijn voordat [de] Raad zich heeft kunnen uitspreken over de vernietiging van het RUP”. Verzoekers betogen “[b]ovendien” dat zij zich om “procedurele redenen” “verplicht” zien een schorsingsprocedure in te leiden. Met de huidige schorsingsprocedure tegen het gemeentelijk RUP willen zij “voorkomen dat zij hun moeilijk te herstellen en ernstig nadeel [zouden] verliezen in een schorsingsprocedure tegen een op basis van het RUP afgeleverde omgevingsvergunning”. Het behoort volgens verzoekers tot “de vaste rechtspraak” van de Raad van State “dat de uitvoering van een RUP kan geschorst worden aangezien een RUP de noodzakelijke rechtsgrond vormt voor de nog te nemen beslissingen ter realisatie ervan, zoals stedenbouwkundige en milieuvergunningen”. Verzoekers menen dat “het RUP van die aard [is] dat de vergunningverlenende overheid niet nog over een dermate grote discretionaire bevoegdheid beschikt dat zou kunnen worden voorgehouden dat moet worden afgewacht wat precies vergund zal worden om de nadelige gevolgen ervan te kunnen beoordelen”. Verzoekers stellen dat de door hen aangevoerde “[a]rgumenten als het verlies van uitzicht op een open landschap, geluidsoverlast, aantasting van het woon- en leefklimaat, het esthetisch nadeel, edm. [...] grondslagen [kunnen] zijn ter schorsing van een RUP”. Zij betogen dat het X-17.578-5/8 “internationaal georiënteerd bedrijf Vian NV” meer dan een kwart van de ruimte op het nieuwe bedrijventerrein zal inpalmen, en dat “derhalve [...] niet [kan] gewacht worden op de behandeling van de vordering in nietigverklaring, om de ernstige en onherstelbare rechtstreekse en persoonlijke schade die door [hen] zal worden geleden, in geval van realisatie van het RUP” te vermijden. Beoordeling 6.
- Het komt er voor een verzoeker die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van concrete feiten. Dit houdt in dat het aan de verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor hem persoonlijk veroorzaken. In beginsel kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken werd uiteengezet en gestaafd. 6.
- Verzoekers’ uiteenzetting voldoet niet aan de bovenstaande vereisten. Zij overtuigen er niet van dat zij op korte termijn negatieve gevolgen ingevolge het bestreden gemeentelijk RUP dreigen te zullen ondergaan. Zij tonen niet aan dat de verschillende potentiële hinderaspecten die zij in hun uiteenzetting opsommen – verlies van uitzicht, geluidsoverlast, aantasting van het woon- en leefklimaat, esthetisch nadeel – zich nu reeds dreigen te manifesteren. Integendeel geven verzoekers in hun uiteenzetting zelf aan dat er nog geen uitvoering aan het gemeentelijk RUP wordt gegeven. 6.
- Dat het gemeentelijk RUP de noodzakelijke rechtsgrond voor latere vergunningen vormt, volstaat als dusdanig niet om bij spoedeisendheid de onmiddellijke schorsing van de tenuitvoerlegging van het plan te verkrijgen. X-17.578-6/8 6.
- De vroegere schorsingsvoorwaarde van het “moeilijk te herstellen ernstig nadeel” is niet gelijk te stellen met de voorwaarde in verband met de spoedeisendheid, die zich gebeurlijk pas naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen hangende het vernietigingsberoep zal manifesteren. Onder de vigerende regelgeving, anders dan voorheen, kunnen verzoekers alsdan nog een schorsingsvordering instellen. 6.
- Verzoekers’ betoog dat zij “verplicht” zouden zijn om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk RUP te vragen, teneinde te “voorkomen dat zij hun moeilijk te herstellen en ernstig nadeel [zouden] verliezen in een schorsingsprocedure tegen een op basis van het RUP afgeleverde omgevingsvergunning”, kan niet overtuigen. Ook in de schorsingsprocedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen werd de schorsingsvoorwaarde van het “moeilijk te herstellen ernstig nadeel” inmiddels door een nieuwe schorsingsvoorwaarde, de “hoogdringendheid”, vervangen. 6.
- Verzoekers’ betoog doet niet tot het bestaan van de vereiste spoedeisendheid besluiten. VI. Besluit
- Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. X-17.578-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig december tweeduizend negentien, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Stephan De Taeye X-17.578-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.511 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.300 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div