← België

Arrest 246529 - Voedselveiligheid (FAVV) - 23/12/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.529 Rolnummer: A. 229766/VII-40719 Zaak: Arrest 246529 - Voedselveiligheid (FAVV) - 23/12/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-24 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-24 00:12 Fiche Arrest nr 246.529 van 23 december 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 246.529 van 23 december 2019 in de zaak A. 229.766/VII-40.719 In zake : de BVBA DUDEMSA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Smets en Steffy Mulders kantoor houdend te 3600 Genk Henry Fordlaan 47 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Sint-Kruis (Brugge) Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 16 december 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de beslissing waarbij de erkenning[en] die nodig zijn voor het uitoefenen van de handelsactiviteit van [de bvba Dudemsa] ingetrokken worden”, die werd meegedeeld “[b]ij brief 04.12.2019, ontvangen op 05.12.2019”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-40.719-1/14 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 december
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Steffy Mulders, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Frédérick Valcke, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. De bestreden beslissing luidt als volgt: “Geachte, In toepassing van het koninklijk besluit (KB) van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) heeft uw inrichting DUDEMSA BVBA met vestigingseenheidnummer 2.193.505.144 gelegen Slingerweg 64 te 3600 te Genk, op 21 juni 2011 een erkenning verkregen onder het nummer 1179-H als Inrichting voor de vervaardiging van gehakt vlees, vleesbereidingen en separatorvlees (erkenning 1.1.5) met als activiteit: - Fabrikant, Vervaardiging of (opnieuw) onmiddellijk verpakken, Gehakt vlees (PL43 AC40 PR196) - Fabrikant, Vervaardiging of (opnieuw) onmiddellijk verpakken, Vleesbereidingen (PL43 AC40 PR125) Op 28 januari 2016 een erkenning verkregen onder het nummer E101455 als Uitsnijderij (erkenning 1.1.2) met als activiteit: - Uitsnijderij, Uitsnijden, uitbenen of (opnieuw) onmiddellijk verpakken, Pluimvee (PL5 AC24 PR180) VII-40.719-2/14 Op 21 maart 2011 een erkenning verkregen onder het nummer F101455 als Uitsnijderij (erkenning 1.1.2) met als activiteit; - Uitsnijderij, Uitsnijden, uitbenen of (opnieuw) onmiddellijk verpakken, Schapen en Geiten (PL5 AC24 PR109) - Uitsnijderij, Uitsnijden, uitbenen of (opnieuw) onmiddellijk verpakken, Runderen (PL5 AC24 PR40) Op 21 juni 2011 een erkenning verkregen onder het nummer B101455 als Uitsnijderij (erkenning 1.2.1) met als activiteit: - Fabrikant, Vervaardiging of (opnieuw) onmiddellijk verpakken, Vleesproducten (PL43 AC40 PR135) Historiek van de inbreuken: Sinds 22 januari 2015 werden in uw inrichting verschillende inbreuken vastgesteld. De inbreuken werden opgenomen in volgende waarschuwingen (WS) en processenverbaal (PV), waarvan u een afschrift ontving: - Op 22 januari 2015 wordt een inspectie uitgevoerd in het kader van de uitvoering van het controleprogramma van het FAVV. Tijdens deze inspectie worden niet-conformiteiten vastgesteld waarvoor waarschuwing WS/2193/15/0001/LIM wordt opgesteld. Onder andere wordt vastgesteld dat levensmiddelen onvoldoende beschermd zijn tegen contaminatie en dat het ontdooien niet onder gepaste omstandigheden gebeurt; - Op 22 april 2016 wordt een inspectie uitgevoerd. Tijdens deze inspectie worden niet-conformiteiten vastgesteld waarvoor proces-verbaal van overtreding met nummer PV/2287/16/0005/LIM wordt opgesteld. Onder andere wordt vastgesteld dat er producten opgeslagen zijn waarvan de THT overschreden is, dat producten niet op een correct wijze worden ontdooid en dat er producten in de diepvriesruimte gestockeerd zijn die voor privé-gebruik bestemd zijn en waarvoor geen erkenning van het FAVV is afgeleverd; - Op 18 oktober 2016 wordt een inspectie uitgevoerd in het kader van de uitvoering van het controleprogramma van het FAVV. Tijdens deze inspectie worden niet-conformiteiten vastgesteld waarvoor een waarschuwing wordt opgesteld. Onder andere wordt vastgesteld dat in de koelcel kip er 19 kratten uitgesneden kipfilet staan zonder etiket van dagproductie of interne markering van de uitsnijderij; - Op 25 januari 2017 wordt een inspectie uitgevoerd in het kader van de uitvoering van het controleprogramma van het FAVV. Tijdens deze inspectie worden niet-conformiteiten vastgesteld waarvoor waarschuwing met nummer 2287/20170125/2193505144 wordt opgesteld. Onder andere wordt vastgesteld dat ingevroren vlees niet op correcte wijze wordt ontdooid en dat er onvoldoende stalen worden genomen voor microbiologisch onderzoek in het kader van het autocontrolesysteem van de erkende inrichting; - Op 19 april 2017 voert een inspecteur-dierenarts FAVV, een begeleiding uit van een BMO. Tijdens deze begeleiding worden niet-conformiteiten vastgesteld waarvoor waarschuwing met nummer PCE/LIM/TRA/2017/1445578 wordt opgesteld. Onder andere wordt vastgesteld dat er in de koelcel rund vlees aanwezig is met een vervallen THT, dat er in het kruidenlokaal producten aanwezig zijn met een vervallen THT en VII-40.719-3/14 dat er in de diepvriescellen geen invriesdatum vermeld is op producten die in het bedrijf zijn ingevroren; - Op 21 april 2017 wordt een inspectie uitgevoerd in het kader van de hercontrole ten gevolge van de vaststellingen gedaan op 25 januari
  6. Tijdens deze inspectie worden niet-conformiteiten vastgesteld waarvoor proces-verbaal van overtreding met nummer PV/2287/17/0010/LIM wordt opgesteld. Er wordt onder andere vastgesteld dat er onvoldoende stalen worden genomen voor microbiologisch onderzoek in het kader van het autocontrolesysteem van de erkende inrichting, zo werd er in 2016 en in 2017 geen enkel staal rundsgehakt kebab bemonsterd, dat er geen stalen werden genomen van kippenvlees voor onderzoek op Salmonella in 2016 en 2017, en dat er geen hygiënogrammen werden genomen in 2016, februari 2017 en maart 2017; - Op 4 mei 2017 wordt aan de weegbrug van Zellik een voertuig van DUDEMSA BVBA gecontroleerd. Tijdens deze inspectie worden niet-conformiteiten vastgesteld waarvoor waarschuwing met kenmerk WS/2017/VBR/2211/0003 wordt opgesteld. Er wordt onder andere vastgesteld dat de hygiëne en het onderhoud van het voertuig niet conform zijn en dat de waren niet beschermd zijn tegen elke vorm van contaminatie door vloerstapeling; - Op 21 juni 2017 wordt een inspectie uitgevoerd ten gevolge van een NOTIF-dossier met nummer 2017/023 m.b.t. de uit de handel name en de ophaling van een niet conform lot kebab. Er werd vastgesteld dat het categorie 2 materiaal niet door een inrichting werd opgehaald die hiervoor erkend of toegelaten is. Voor deze vaststelling werd waarschuwing WS/2361/17/0019/LIM opgesteld; - Op 20 oktober 2017 wordt een opvolging gedaan t.g.v. een melding gedaan door een BMO aan de inspecteur-dierenarts van het FAVV. Er worden niet-conformiteiten vastgesteld waarvoor een waarschuwing wordt opgesteld. Onder andere wordt vastgesteld dat er in de diepvries opslag invriesdata en lotnummers enkele malen niet vermeld zijn; - Op 2 februari 2018 wordt een inspectie uitgevoerd in het kader van de uitvoering van het controleprogramma van het FAVV. Tijdens deze inspectie worden niet-conformiteiten vastgesteld waarvoor een waarschuwing wordt opgesteld. Onder andere wordt vastgesteld dat er onvoldoende stalen worden genomen voor microbiologisch onderzoek in het kader van het autocontrolesysteem van de erkende inrichting (geen hygiënogrammen van de inrichting, geen onderzoeken op kippenvlees, rundsgehakt en vleesbereidingen) in december 2017 en januari 2018, dat er producten in de diepvries aanwezig zijn die niet voorzien zijn van een invriesdatum en lotnummer, dat er privé levensmiddelen zijn opgeslagen in de koelcel kippenvlees en dat de documenten voor de ophaling van categorie 3 materiaal niet altijd gedateerd en getekend zijn; Anderzijds werden er in 2019 volgende notificaties behandeld, controles en monsternemingen uitgevoerd in de vestiging gelegen Slingerweg 64 te 3600 Genk; 1° Op 8 januari 2019 doet Dudemsa BVBA, vertegenwoordigd door Nazen DEMIR, een verplichte melding bij de sector transformatie van de LCE VLI VII-40.719-4/14 van het FAVV. Deze melding wordt gedaan nadat er de aanwezigheid van Salmonella wordt vastgesteld in deelmonster 1901-DD-2 van het bemonsterde lot B1901034 Kiyma special gehakt kebap (rundsvlees - productiedatum 03/01/2019, THT 02/07/2019) door het labo Micro-Smedt BVBA, Honingstraat 2 te 2200 Herentals (gehanteerde norm is afwezig / 10 gram product in alle vijf deelmonsters), analyseverslag 19-DD-
  7. Op 10 januari 2019 wordt een controle bij Dudemsa BVBA uitgevoerd door Marc THELISSEN en Sigrid RENS, beiden beëdigd inspecteur-dierenarts FAVV - LCE VLI. Tijdens de controle wordt vastgesteld dat de productiefiche detailrijker moet worden opgesteld (aantal kg van alle verbruikte loten ingrediënten vermelden), dit wordt gecommuniceerd aan mevrouw Nazen DEMIR. Registratienummer NOTIF: VLI/19/002; 2° Op 2 april 2019 wordt een controle in het bedrijf uitgevoerd door Marc THELISSEN, beëdigd inspecteur-dierenarts FAVV - LCE VLI, in het kader van de uitvoering van het controleprogramma van het FAVV, Tijdens deze controle worden niet-conformiteiten, waaronder de tracering op de productfiches, vastgesteld waarvoor waarschuwing (kenmerk PCE/VLI/TRA/2019/1570253) wordt opgesteld op 4 april 2019; 3° Op 29 mei 2019 doet Dudemsa BVBA, vertegenwoordigd door Nazen DEMIR, een verplichte melding bij de sector transformatie van de LCE VLI van het FAVV. Deze melding wordt gedaan nadat er de aanwezigheid van Salmonella wordt vastgesteld in deelmonster 1905-DD-25 van het bemonsterde lot B1905215 Huzur Kiyma gehakt kebap (rundsvlees - fabricagedatum 21/05/2019) door het labo Micro-Smedt BVBA, Honingstraat 2 te 2200 Herentals (gehanteerde norm is afwezig / 25 gram product in alle vijf deelmonsters), analyseverslag 19-DD-
  8. Op 17 juli 2019 verleent de LCE VLI van het FAVV terug de toestemming aan de firma Dudemsa om de productie gehakt kebap huzur kiyma terug op te starten nadat de firma Dudemsa een enquête van de oorzaken aan de LCE heeft overgemaakt en er gunstige analyses zijn uitgevoerd van drie verschillende dagloten. Registratienummer NOTIF: VLI/19/048; 4° Op 30 juli 2019 doet Dudemsa BVBA, vertegenwoordigd door Nazen DEMIR, een verplichte melding bij de sector transformatie van de LCE VLI van het FAVV. Deze melding wordt gedaan nadat er de aanwezigheid van Salmonella wordt vastgesteld in vier van de vijf deelmonsters 1907-DD-22, 1907-DD-23, 1907-DD-24 en 1907-DD-25 van het bemonsterde lot B1907222 Kip doner Tavuk K (kippenvlees -fabricagedatum 22/07/2019) door het labo Micro-Smedt BVBA, Honingstraat 2 te 2200 Herentals (gehanteerde norm is afwezig / 25 gram product in alle vijf deelmonsters), analyseverslag 19-DD-41B. Op 19 augustus 2019 verleent de LCE VLI van het FAVV terug de toestemming aan de firma Dudemsa om de productie kip doner Tavuk K terug op te starten nadat de firma Dudemsa een enquête van de oorzaken aan de LCE heeft overgemaakt en er gunstige analyses zijn uitgevoerd van drie verschillende dagloten. Registratienummer NOTIF: VLI/19/070; VII-40.719-5/14 5° Op 15 oktober 2019 doet Dudemsa BVBA, vertegenwoordigd door Nazen DEMIR, een verplichte melding bij de sector transformatie van de LCE VLI van het FAVV. Deze melding wordt gedaan nadat er de aanwezigheid van Salmonella wordt vastgesteld in deelmonster 1910-DD-7 van het bemonsterde lot B1910094 Ktyma special gehakt kebap (rundsvlees - fabricagedatum 09/10/
  9. THT 05/06/2020) door het labo Micro-Smedt BVBA, Honingstraat 2 te 2200 Herentals (gehanteerde norm is afwezig/10 gram product in alle vijf deelmonsters), analyseverslag 19-DD-
  10. Op 16 oktober 2019 begeeft Debbie MELIS, beëdigd inspecteur-dierenarts van de LCE VLI van het FAVV, zich naar de firma Dudemsa voor inbeslagneming van het betreffende lot. Dit NOTIF-dossier is nog lopende op moment van ondertekening van dit proces-verbaal. Registratienummer NOTIF: VLI/19/100; Uit bovenstaande historiek blijkt dat er enerzijds structureel vaststellingen worden gedaan van overtredingen op de wetgeving m.b.t. de voedselveiligheid en volksgezondheid, en anderzijds blijkt dat er sinds begin 2019 mogelijks voedselveiligheidsrisico‟s ontstaan door niet-conforme analyseresultaten met microbiologische normen van afgewerkte eindproducten. Deze bemonsteringen gebeuren steekproefsgewijs op basis van het eigen autocontrolesysteem van de erkende inrichting. Het FAVV heeft vervolgens op 14 november 2019 een controle uitgevoerd in uw inrichting. Tijdens deze controle werden overtredingen vastgesteld ten opzichte van de voorwaarden opgenomen in de reglementaire bepalingen. Tengevolge van de gedane vaststellingen werd op 28 november 2019 een proces-verbaal opgemaakt met nummer 2550/19/0047/NOE. Hieronder volgt een opsomming van deze inbreuken:
  11. Wij stellen vast dat er dierlijke bijproducten (aangesneden kebabspitten, de keukenresten van de detailhandel - restaurants) worden vervoerd door DUDEMSA van niet-erkende inrichtingen (horeca-zaken) naar de inrichting van DUDEMSA om ze aldaar te bewaren en te hergebruiken voor de productie van levensmiddelen. DUDEMSA heeft geen erkenning voor het vervoer, de opslag en de verwerking van dierlijke bijproducten. Er worden geen documenten opgesteld voor het vervoer van deze dierlijke bijproducten. Deze feiten vormt een overtreding van artikel nr. 4, 10, 14, 21, 22, 23 en 24 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/
  12. De dierlijke bijproducten zijn niet voorzien van de noodzakelijke etikettering tijdens het vervoer en de opslag, Gedurende het vervoer en de opslag is er op de voertuigen, recipiënten of verpakkingen geen etiket bevestigd dat duidelijk de vermelding „categorie 3 - Niet voor menselijke consumptie‟ draagt. Tijdens opslag kunnen geen interne alternatieve gedocumenteerde identificatiesystemen voorgelegd worden van deze aangesneden kebabrollen. VII-40.719-6/14 Dit feit vormt een inbreuk van artikel 17 en bijlage 8 van de Europese Verordening (EU) Nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn, […]
  13. Dudemsa beschermt de levensmiddelen niet tegen elke verontreiniging waardoor zij niet geschikt zijn voor menselijke consumptie. Bij het produceren van kebabrollen wordt restafval van aangesneden kebabrollen verwerkt, die niet meer geschikt zijn voor humane consumptie en afkomstig zijn van niet erkende inrichtingen. De geproduceerde levensmiddelen worden dus bezoedeld door keuken- en restaurantresten. Dit feit vorm een inbreuk op artikel 4, punt 2 en bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3, van de Europese Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne, […]
  14. Dudemsa garandeert niet dat alle levensmiddelen die zij verhandelen onder hun verantwoordelijkheid, voldoen aan de relevante hygiëne-eisen omdat ze keuken- en restaurantresten, afkomstig van niet erkende inrichtingen verwerken in hun eindproduct. Hierdoor komt Dudemsa zijn verplichtingen als exploitant van een levensmiddelenbedrijf niet na en voldoen de eindproducten niet aan de opgelegde normen. Dit feit vormt een inbreuk op artikel 3 van de Europese Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en het Europees Parlement. Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne, […]
  15. Dudemsa heeft er niet voor gezorgd dat de door haar verhandelde levensmiddelen van dierlijke oorsprong voldoen aan de vereisten van de levensmiddelenwetgeving die op deze activiteiten van toepassing zijn. Dit feit vormt een inbreuk op artikel 17, lid 1, van de Europese Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en algemene eisen van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor de veiligheid van levensmiddelen, […]
  16. Dudemsa brengt vleesbereidingen op de markt die niet geschikt voor menselijke consumptie waarbij er een ernstig en potentieel gevaar is voor de volksgezondheid. Dit feit vormt een inbreuk op artikel 14 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en algemene voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor VII-40.719-7/14 voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures met betrekking tot de veiligheid van levensmiddelen, […]
  17. De traceerbaarheid van de levensmiddelen van dierlijke oorsprong wordt door Dudemsa niet gewaarborgd. Dit feit vormt een inbreuk op artikel 18 van Verordening nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 Januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor de veiligheid van levensmiddelen, […]
  18. Levensmiddelen en levensmiddelen van dierlijke oorsprong, die niet geschikt zijn voor humane consumptie, waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken of de etikettering afwezig is en delen van karkassen zijn bezoedeld met uitwerpselen en darminhoud, worden gehouden en bewaard om te gebruiken als grondstof voor het bereiden van nieuwe eindproducten. Deze feiten vormen een inbreuk op artikelen 1 en 2 van het Koninklijk besluit van 3 januari 1975, betreffende voedingswaren en -stoffen die gelden als schadelijk verklaard, […]
  19. Oude bereidingen worden gebruikt als grondstof om nieuwe bereidingen te maken en deze nieuwe bereidingen worden terug ingevroren na reeds minstens één keer terug ingevroren en ontdooid te zijn geweest. Dit feit vormt een inbreuk op artikel 3, punt 1 en bijlage l, punt 1 en III, Sectie V, hoofdstukken 2 en 3 van de Europese Verordening (EG) Nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong, […]
  20. Het inbeslaggenomen versneden rundvlees is niet traceerbaar. Het betreft entrecotes, borstlappen, runderschenkels en rundergehakt. Deze delen rundvlees zijn op geen enkele wijze voorzien van een etikettering die de tracering, de herkomst en de oorsprong van het vlees weergeeft. Dit feit vormt een inbreuk op artikelen 11, 12 en 13 van de Europese Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad, […] En dit feit vormt eveneens een inbreuk op artikelen 1, 2 en 3 van de Europese Verordening (EG) nr. 1825/2000 van de Commissie van 25 augustus 2000 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten, […] En dit feit vormt eveneens een inbreuk op artikel 18 van de Europese Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften VII-40.719-8/14 van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, […] En dit feit vormt eveneens een inbreuk op artikel 3 van het Koninklijk besluit van 09 juni 1999, betreffende de etikettering van rundvlees en van rundvleesproducten, […] Dit feit vormt een inbreuk op artikel 18 van Verordening nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor de veiligheid van levensmiddelen, […] En dit feit vormt eveneens een inbreuk op artikel 6 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, verplichte kennisgeving en traceerbaarheid in de voedselketen, […] Gezien het voorgaande en gelet op artikel 15, paragraaf 1, punten 2 en 10 van het Koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen blijkt dat: - 2° de exploitatievoorwaarden die van toepassing zijn op de inrichting niet meer worden nageleefd; - 10° inbreuken worden vastgesteld in het kader van de verplichtingen in uitvoering van het koninklijk besluit van 14 november 2003; Daarenboven is uit de vaststellingen en inbreuken tijdens de uitgevoerde controle van 14 november 2019 gebleken dat dierlijke bijproducten categorie III verwerkt worden in eindproducten voor humane consumptie. De traceerbaarheid van de levensmiddelen van dierlijke oorsprong kan niet worden gewaarborgd. Oude bereidingen worden opnieuw gebruikt als grondstof om nieuwe bereidingen te maken. De nieuwe bereidingen worden terug ingevroren na minstens één keer terug ingevroren en ontdooid te zijn geweest. Er is geen tracering van het aangevoerde categorie III - materiaal, op basis van begeleidende handelsdocumenten of registers van welke aard dan ook. U kreeg de kans om gehoord te worden op datum van 02 december
  21. Anderzijds verklaarde u tijdens de hoorzitting dat het afval categorie III materiaal, elke woensdag wordt opgehaald door Arno. Doch op donderdag 14 november 2019, wanneer de controle werd uitgevoerd, worden 29 aangesneden kebakrollen aangetroffen. Hiervan kan de herkomst en oorsprong niet aangetoond worden op het ogenblik van de controle en ook niet tijdens de hoorzitting van 2 december
  22. De instructies van het FAVV worden niet opgevolgd. Wij verwijzen hiervoor naar de feiten die werden genoteerd in de hoorzitting van 2 december 2019, de instructies van mevrouw De Cleyn N., dierenarts met opdracht belast VII-40.719-9/14 van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen die controles doet bij Dudemsa bvba. Het risico voor de volksgezondheid en de eindgebruiker manifesteert zich eveneens op bacteriologisch gebied in het kader van Salmonellabesmetting in runderkebab die door Dudemsa worden geproduceerd. In totaal, zijn er op nationaal niveau bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen 9 meldingen geweest voor Salmonellabesmetting in kebabrollen. Dudemsa heeft de afgelopen 10 maanden van 2019, 4 loten gehad met Salmonellabesmetting, waarvan 3 in runderkebab en 1 in kippenkebab. De geproduceerde loten werden uit de handel genomen. Evenals het gebruiken van vlees van niet erkende inrichtingen voor het produceren van eindproducten, staaft dat de operator producten verhandelde die een ernstig gevaar betekenen voor de volksgezondheid. Op datum van 02 december 2019, werd u eveneens gehoord over de hierboven aangehaalde feiten. Rekening houdend met de aangehaalde niet-conformiteit(en), stel ik vast dat vanuit de inrichting producten werden verhandeld die een ernstig gevaar betekenen voor de volksgezondheid en een controle onmogelijk wordt gemaakt door het totale gebrek aan tracering van de levensmiddelen. Zoals u betekend op het moment van de controle op 14 november 2019 en beschreven in het PV2550/19/0047/NOE werden onmiddellijk maatregelen opgelegd nl de niet conforme en gevaarlijke producten werden in beslag genomen, de diepvriescel werd verzegeld, bedorven producten werden vernietigd en het verbod werd opgelegd om producten (inbegrepen afvallen) afkomstig van niet erkende inrichtingen te ontvangen en te verwerken in uw inrichting. In toepassing van artikel 15, §1, 6° van het bovenvermelde KB van 16 januari 2006 en conform artikel 16, §6 van hetzelfde besluit trek ik vanaf heden de hierboven vermelde erkenningen in. Deze maatregel is van toepassing vanaf de kennisgeving van dit schrijven en geen enkele operator mag de betreffende activiteit nog uitoefenen in of vanuit uw inrichting. […]”. IV. Voorwaarden van de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid
  23. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende VII-40.719-10/14 noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Ernst van het middel
  24. De verzoekende partij zet het volgende middel uiteen: “Eerste middel, is genomen uit de schending van het evenredigheidsbeginsel als algemene beginsel van behoorlijk bestuur en de manifeste beoordelingsfout Omdat Het evenredigheidsbeginsel inhoudt dat de beslissing in een redelijke verhouding moet staan tot de feiten en/of het doel ervan (principle of proportionality). Terwijl De bestreden beslissing van verwerende partij, dewelke een bedrijfssluiting tot gevolg heeft, kennelijk onredelijk is met het mogelijke risico voor de volksgezondheid. Toelichting De intrekking van de erkenning/toelating betreft een beveiligingsmaatregel en geen strafmaatregel. De processen-verbaal worden immers bezorgd aan het parket die eveneens optreedt. Op straffe van het non bis in idem moet een dergelijke intrekking worden gekwalificeerd als een beveiligingsmaatregel. Artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 voorziet in de mogelijkheid tot schorsing van de erkenning en het opleggen van bijzondere voorwaarden; artikel 15 in de mogelijkheid tot intrekking in 12 gevallen. De genomen beslissing moet in een evenredig verband staan met de ernst van de feiten en mag bovendien niet verder gaan dan noodzakelijk is om zijn doel te bereiken, zijnde de bescherming van de voedselveiligheid/volksgezondheid. De intrekking van de toelating welke een bedrijfssluiting tot gevolg heeft is kennelijk onredelijk met de ernst van de situatie. Er zijn geen risico‟s voor de volksgezondheid. Er bestaat dan ook geen enkele noodzaak vanuit het algemeen belang om de toelating in te trekken. Een eventuele strafsanctie voor de inbreuken komt niet toe aan het FAVV en de bevoegde minister, maar aan de rechter op vervolging van het parket. Daarboven werden de producten die een mogelijke risico konden inhouden reeds in beslag genomen en/of vernietigd. Er bestaat dan ook een andere en minder verregaande maatregel die hetzelfde doel bereikt. Het FAVV heeft met de intrekking van de erkenning een disproportionele beslissing genomen en heeft dan ook het evenredigheidsbeginsel geschonden. Het eerste middel is ernstig en gegrond”. VII-40.719-11/14 Beoordeling
  25. De grief van het middel is beperkt tot de schending van het evenredigheidsbeginsel, met de stelling dat de bestreden beslissing “kennelijk onredelijk is met het mogelijke risico voor de volksgezondheid”. In de toelichting bij het middel is te lezen dat “een andere en minder verregaande maatregel die hetzelfde doel bereikt”, voorhanden was, te weten “de schorsing van de erkenning en het opleggen van bijzondere voorwaarden”. In het middel wordt geen kritiek geuit op de vaststellingen van de overtredingen, zoals weergegeven in de bestreden beslissing. Dit wordt door de raadsman van de verzoekende partij nogmaals ter terechtzitting bevestigd. De verzoekende partij bekritiseert dus enkel dat tot intrekking van de erkenning werd overgegaan. Artikel 14, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (hierna: koninklijk besluit van 16 januari 2006) bepaalt: “Het Agentschap kan de voor de uitoefening van een activiteit in of van uit een inrichting afgeleverde erkenning of toelating schorsen of aan bijzondere beperkingen onderwerpen wanneer het onregelmatigheden vaststelt die binnen een redelijke termijn kunnen worden opgelost”. Artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 luidt: “Het Agentschap kan de al dan niet voorwaardelijke erkenning of toelating, afgeleverd voor de uitoefening van een activiteit in of vanuit een inrichting, intrekken wanneer : […] 2° de exploitatievoorwaarden die van toepassing zijn op de inrichting niet meer worden nageleefd; […] VII-40.719-12/14 6° vanuit de inrichting producten werden verhandeld die een ernstig gevaar betekenen voor de volksgezondheid, de dierengezondheid of de plantenbescherming of die niet werden onderworpen aan een keuring conform de toepasselijke reglementering; […] 10° inbreuken worden vastgesteld in het kader van de verplichtingen in uitvoering van het koninklijk besluit van 14 november 2003; […]”. De verzoekende partij zet niet uiteen waarom zou moeten worden aangenomen dat zij de vastgestelde onregelmatigheden binnen een redelijke termijn kan oplossen, wat een vereiste is voor de toepassing van artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 januari
  26. De vastgestelde overtredingen en tekortkomingen, die in de bestreden beslissing worden opgesomd, brengen de verwerende partij tot het oordeel dat er “enerzijds structureel vaststellingen worden gedaan van overtredingen op de wetgeving m.b.t. de voedselveiligheid en volksgezondheid, en anderzijds blijkt dat er sinds begin 2019 mogelijks voedselveiligheidsrisico‟s ontstaan”. Telkens wordt in de bestreden beslissing bij de vaststellingen uiteengezet tegen welke wettelijke en reglementaire bepalingen overtredingen werden begaan. Op het eerste gezicht mag worden aangenomen dat de verwerende partij het evenredigheidsbeginsel niet heeft geschonden door met toepassing van artikel 15, § 1, 6°, van het koninklijk besluit van 16 januari 2006, de erkenning van de inrichting in te trekken, omdat vanuit de inrichting producten werden verhandeld die een ernstig gevaar betekenen voor de volksgezondheid of die niet werden onderworpen aan een keuring conform de toepasselijke reglementering. De verzoekende partij maakt niet aannemelijk dat zij de vastgestelde onregelmatigheden binnen een redelijke termijn zou kunnen oplossen. Het standpunt in het verzoekschrift - “Er zijn geen risico‟s voor de volksgezondheid” - is niet onderbouwd, terwijl de opvatting in het verzoekschrift VII-40.719-13/14 dat “de producten die een mogelijk […] risico konden inhouden reeds in beslag genomen en/of vernietigd [zijn]”, niet weerlegt dat de verwerende partij in de gegeven feitelijke omstandigheden van de zaak de bestreden beslissing mocht nemen teneinde de volksgezondheid te beschermen. Het enige middel is derhalve niet ernstig. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. BESLISSING
  27. De Raad van State verwerpt de vordering.
  28. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig december tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.719-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.529 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.783 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.