id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 25 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.149 Rolnummer: A. 226832/XIV-37885 Zaak: Cassatiebeschikking 13149 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 25/01/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-11 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-25 03:33 Fiche Beschikking nr 13.149 van 25 januari 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.149 van 25 januari 2019 in de zaak A. 226.832/XIV-37.885 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Telly Moskofidis kantoor houdend te 3600 Genk Rootenstraat 21, bus 20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 30 november 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 211.880 van 5 november 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 10 december 2018 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Noch de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijk motivering van de bestuurshandelingen’ noch de hoorplicht en de zorgvuldigheidsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest, waarmee met hervormingsbevoegdheid uitspraak is gedaan over een beroep tegen een beslissing van de XIV-37.885-1/3 commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen tot weigering van de vluchtelingenstatus en van de subsidiaire beschermingsstatus. Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk.
- Anders dan verzoeker voorhoudt, wordt in punt 2.2.6 van het bestreden arrest wel degelijk ingegaan op zijn kritiek dat de aanvankelijk bestreden beslissing tegenstrijdig zou zijn in haar beoordeling van de geloofwaardigheid van verzoekers engagement voor PJAK. Verzoeker bekritiseert het feit dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in punt 2.2.5.2 van het bestreden arrest opmerkt dat verzoeker zou hebben verklaard dat zijn broer “zomaar” werd vermoord door de Iraanse autoriteiten. Verzoeker geeft echter niet aan dat hij wel enige reden voor de voorgehouden moord zou hebben gegeven. Verzoeker richt zich ook niet tegen de navolgende beoordeling in het bestreden arrest dat uit niets blijkt dat sindsdien de familie van deze neef, waaronder verzoeker, zou zijn geviseerd door de Iraanse autoriteiten. Verzoeker zet op geen andere wijze dan met het voorgaande uiteen op welke wijze artikel 48/3 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ zou zijn geschonden met het bestreden arrest. De Raad van State is als administratieve cassatierechter alleszins niet bevoegd om in de beoordeling van de zaak zelf te treden. Het enige middel is in die mate, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-37.885-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op vijfentwintig januari tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.885-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.149 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div