id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 31 januari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.167 Rolnummer: A. 226933/XIV-37896 Zaak: Cassatiebeschikking 13167 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 31/01/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-11 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-25 04:34 Fiche Beschikking nr 13.167 van 31 januari 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.167 van 31 januari 2019 in de zaak A. 226.933/XIV-37.896 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Herman De Ponthiere kantoor houdend te 8900 Ieper Veemarkt 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 12 december 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 212.220 van 12 november 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 18 december 2018 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Verzoeker voert aan “dat een verwijzing in algemene bewoordingen, naar de vele vervalste stukken, die uit Afghanistan zouden afkomstig zijn, niet volstaat om de concrete stukken, die de verzoekende partij heeft neergelegd, als onbetrouwbaar te bestempelen”.
- In het bestreden arrest wordt niet enkel aangehaald dat in Afghanistan op grote schaal wordt gefraudeerd met dergelijke documenten en dat ze er eenvoudigweg XIV-37.896-1/3 illegaal en tegen betaling kunnen worden verkregen, maar ook dat “verzoekers asielrelaas en vrees reeds ongeloofwaardig is bevonden en de vaststellingen dienaangaande kracht van gewijsde genieten”, dat “aan dergelijke stukken […] hoogstens een ondersteunende bewijswaarde [kan] worden gehecht, met name het vermogen om een intrinsiek geloofwaardig verhaal kracht bij te zetten en dat “verzoeker zich blijkens de inhoud van het reeds meermaals aangehaalde arrest van de RvV voorheen reeds heeft bediend van erg dubieuze documenten en van stukken waaraan geen bewijswaarde kon worden gehecht”. Daarmee geeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aan waarom hij geen bewijswaarde hecht aan de door verzoekers overgelegde stukken, zodat is voldaan aan de vereisten van de jurisdictionele motiveringsplicht. De feitenrechter oordeelt soeverein over de bewijswaarde van de door een partij overgelegde stukken. Het komt de Raad van State als administratieve cassatierechter niet toe deze beoordeling over te doen.
- Verzoeker houdt voor dat de beoordeling in het bestreden arrest van de veiligheidssituatie in zijn regio van herkomst strijdig is met de beoordeling daarvan in een arrest van de Raad van Vreemdelingenbetwistingen van 28 april 2017 dat ook betrekking had op verzoeker. Verzoeker gaat eraan voorbij dat de beoordeling van de veiligheidssituatie in het district Behsud wordt beoordeeld aan de hand van rapporten van 20 februari 2018 en december 2017, die dus dateren van nà het door verzoeker aangehaalde arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 28 april
- In het bestreden arrest wordt overigens uitdrukkelijk overwogen dat de beoordeling is gebeurd “op basis van de heden beschikbare landeninformatie gedane analyse van de veiligheidssituatie in verzoekers regio van herkomst” en dat een eerdere en andere beoordeling daar niet aan in de weg staat. Verzoeker toont wat dat betreft geen onwettigheid aan. Verder behoort de beoordeling van de veiligheidssituatie in een bepaald gebied en op een bepaald ogenblik tot de soevereine appreciatiebevoegdheid van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
- Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. XIV-37.896-2/3 BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op eenendertig januari tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.896-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.167 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div