← België

Cassatiebeschikking 13189 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 12 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.189 Rolnummer: A. 227164/XIV-37915 Zaak: Cassatiebeschikking 13189 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-26 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-25 05:41 Fiche Beschikking nr 13.189 van 12 februari 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.189 van 12 februari 2019 in de zaak A. 227.164/XIV-37.915 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ali Acer kantoor houdend te 2060 Antwerpen Brugstraat 5 bus 18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 7 januari 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 213.479 van 5 december 2018 van de Raad voor Vreemdelingen- betwistingen. Het dossier van de zaak is op 15 januari 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De materiëlemotiveringsplicht is niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. Verzoeker kan derhalve niet dienstig opwerpen dat “het bestreden arrest niet door feitelijke en juridische motieven correct wordt gedragen”. XIV-37.915-1/3 Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk.
  2. In de uiteenzetting van het enige middel acht verzoeker ook artikel 74/11, § 1, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) geschonden omdat met de aanvankelijk bestreden beslissing “een inreisverbod wordt opgelegd voor de termijn van acht jaar zonder enig verfijnd onderzoek naar en motivering omtrent de specifieke omstandigheden van verzoeker en de duur van het inreisverbod” terwijl deze bepaling “wel degelijk een specifieke motivering vereist om de maximumtermijn op te leggen”. Verzoeker gaat volledig voorbij aan de omstandige en concrete motivering in punt 2.2.2 van het bestreden arrest op grond waarvan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen “het inreisverbod van acht jaar afdoende gemotiveerd en niet disproportioneel” acht. Verder komt het de Raad van State als administratieve cassatierechter niet toe zelf het afdoende karakter van de motivering van de aanvankelijk bestreden beslissing te beoordelen in de plaats van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het enige middel is in die mate, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-37.915-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twaalf februari tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.915-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.189 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.