← België

Cassatiebeschikking 13191 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 14 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.191 Rolnummer: A. 227016/XIV-37905 Zaak: Cassatiebeschikking 13191 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-02-25 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-25 05:50 Fiche Beschikking nr 13.191 van 14 februari 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.191 van 14 februari 2019 in de zaak A. 227.016/XIV-37.905 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rahim Aktepe kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 95 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie ------------------------------------------------------------------------------------------------------ Het cassatieberoep, ingesteld op 19 december 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 212.391 van 19 november 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 14 januari 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. XIV-37.905-1/3 Verzoekster voert in het enige middel aan dat de beslissing van 2 juli 2018 waarbij haar verblijfsrecht wordt ingetrokken, artikel 27 van het Wetboek van internationaal privaatrecht (hierna: het WIPR) miskent en dat het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen waarbij de voornoemde beslissing wordt bijgevallen, bijgevolg eveneens artikel 27 WIPR schendt. Er moet evenwel worden vastgesteld dat verzoekster in haar verzoekschrift voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet de schending heeft aangevoerd van artikel 27 WIPR. Het betreft aldus een nieuw middel, dat niet voor het eerst kan worden aangevoerd in de graad van administratieve cassatie. Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk. Voorts voert verzoekster nog aan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het arrest nr. 206.607 van 6 juli 2018 een totaal andersluidende uitspraak heeft geveld in een volledig identieke feitelijke situatie. Nog daargelaten de vraag of verzoekster zich daadwerkelijk in een identieke feitelijke situatie bevindt als waarvan sprake is in het arrest van 6 juli 2018, gaat verzoekster eraan voorbij dat het Belgisch recht geen precedentenwerking kent en dat elk dossier individueel wordt beoordeeld. Een vermeende tegenstrijdigheid tussen twee arresten kan dan ook niet tot de cassatie van het thans bestreden arrest leiden. Het enig middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. XIV-37.905-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op veertien februari tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.905-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.191 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.