← België

Cassatiebeschikking 13201 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 20/02/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 20 februari 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.201 Rolnummer: A. 226947/XIV-37898 Zaak: Cassatiebeschikking 13201 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 20/02/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-03-12 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-25 06:24 Fiche Beschikking nr 13.201 van 20 februari 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.201 van 20 februari 2019 in de zaak A. 226.947/XIV-37.898 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerald Kindermans kantoor houdend te 3870 Heers Steenweg 161 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 12 december 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 212.227 van 12 november 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 24 januari 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Artikel 62 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) en de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ zijn niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. Verder voert verzoeker niet aan dat de inhoud van die bepalingen zou zijn geschonden met het bestreden arrest. XIV-37.898-1/3 Het bestreden arrest bevat geen toetsing aan artikel 40 van de vreemdelingenwet en verzoeker heeft er geen schending van aangevoerd voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Verzoeker vermag een mogelijke schending ervan derhalve niet voor het eerst in de graad van administratieve cassatie op te werpen. In de mate dat verzoeker verwijst naar zijn dialyseschema, dient te worden opgemerkt dat de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden. Het eerste middel is kennelijk niet-ontvankelijk.
  2. Behalve artikel 62 van de vreemdelingenwet en de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, is ook het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. Het tweede middel is kennelijk niet-ontvankelijk.
  3. Vermits de Raad van State als administratieve cassatierechter niet vermag de zaak zelf te onderzoeken, kan verzoeker niet dienstig aanvoeren dat de ernst van zijn ziekte door de verwerende partij wordt onderschat. Verzoekers kritiek heeft bovendien betrekking op de aanvankelijk bestreden beslissing en niet op het bestreden arrest. Het derde middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-37.898-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twintig februari tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.898-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.201 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.