← België

Cassatiebeschikking 13262 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/04/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 12 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.262 Rolnummer: A. 227563/XIV-37960 Zaak: Cassatiebeschikking 13262 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-04-29 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-21 22:50 Fiche Beschikking nr 13.262 van 12 april 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.262 van 12 april 2019 in de zaak A. 227.563/XIV-37.960 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nikitta Zamani kantoor houdend te 1081 Brussel Frans Gasthuislaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 4 maart 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 216.272 van 31 januari 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 13 maart 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeker heeft voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geen schending opgeworpen van artikel 21 van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 ‘tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen’, bepaling die enkel van toepassing is op de procedure voor dat Commissariaat-generaal. Bovendien geeft verzoeker niet aan, laat staan dat hij aannemelijk maakt, waar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zou hebben gesteld dat verzoeker tijdens het gehoor niet kan vragen dat een andere tolk zou worden aangeduid. XIV-37.960-1/2 De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen oordeelt soeverein of de taalkennis van de asielzoeker en/of eventuele vertaalproblemen een verklaring kunnen zijn voor de gebrekkige kennis van de vreemdeling over zijn regio. De Raad van State vermag als administratieve cassatierechter niet in de beoordeling van de zaak zelf te treden. Het eerste middel is kennelijk niet-ontvankelijk.
  2. De wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ is niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest, waarmee te dezen met hervormingsbevoegdheid uitspraak is gedaan. Het tweede middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twaalf april tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.960-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.262 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.