← België

Cassatiebeschikking 13265 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/04/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 12 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.265 Rolnummer: A. 227602/XIV-37961 Zaak: Cassatiebeschikking 13265 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/04/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-03 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-21 22:52 Fiche Beschikking nr 13.265 van 12 april 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.265 van 12 april 2019 in de zaak A. 227.602/XIV-37.961 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Oriane Todts kantoor houdend te 1000 Brussel Kolenmarkt 83 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 11 maart 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 216.338 van 4 februari 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 18 maart 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeker gaat eraan voorbij dat het motief betreffende de arrestatie en repatriëring van verzoeker in het bestreden arrest, “gelet op het geheel van de motivering in de bestreden beslissing, […] slechts van bijkomstige aard is”. Dat de door verzoeker in het proces-verbaal voorgehouden gang van zaken “hoe dan ook” niet zou overeenstemmen met verzoekers verklaringen in het verzoekschrift tot beroep, vormt derhalve een overtollig motief dat de strekking van het bestreden arrest niet kan hebben beïnvloed. XIV-37.961-1/3 Het eerste onderdeel van het enige middel is kennelijk niet- ontvankelijk.
  2. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen doet in zaken zoals te dezen uitspraak met hervormingsbevoegdheid en hij is daarbij niet gebonden door de motieven van de aanvankelijk bestreden beslissing. Het recht van verdediging houdt niet in dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zijn voorgenomen beoordeling van door een verzoeker zelf afgelegde verklaringen en ingediende stukken aan die verzoeker zou moeten voorleggen alvorens er uitspraak over te doen. Verzoeker slaat in zijn citaat uit het bestreden arrest trouwens de motivering over dat hij tijdens zijn onderhoud op het Commissariaat- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen geen melding heeft gemaakt van een bekering tot het christendom en/of van eventuele daaruit voortvloeiende problemen en dat hij in het verzoekschrift tot beroep geen enkele bijkomende concrete informatie verschaft over de beweegredenen, de wijze en/of de gevolgen van deze bekering. Verder gaat verzoeker eraan voorbij dat het doopcertificaat niet ongeloofwaardig wordt geacht omdat het slechts om een kopie gaat maar wel omdat het vermeldt te zijn opgesteld door de Christian Evangelical Mission “in America”, terwijl verzoeker in “Brussels, Belgium” zou zijn gedoopt. Het tweede onderdeel van het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-37.961-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twaalf april tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.961-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.265 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.