← België

Cassatiebeschikking 13352 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 07/06/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 07 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.352 Rolnummer: A. 227986/XIV-38037 Zaak: Cassatiebeschikking 13352 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 07/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-24 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-21 23:25 Fiche Beschikking nr 13.352 van 7 juni 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.352 van 7 juni 2019 in de zaak A. 227.986/XIV-38.037 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alain Boyaert kantoor houdend te 1190 Brussel Massenetlaan 2 bus 12 bij wie keuze van woonplaats wordt gedaan tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 26 april 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 218.731 van 25 maart 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 7 mei 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeker laat in drie middelen telkens gelden dat hij volgens de aanvankelijk bestreden beslissing niet aannemelijk maakte dat hij problemen heeft gehad met de Nigeriaanse ambassadeur in Cotonou, de naam van de ambassadeur niet meer wist en tijdens de beroepsprocedure in het kader van zijn eerste asielaanvraag geen melding heeft gemaakt van activiteiten voor en problemen door een engagement voor Biafra. Hij stelt dat hij wel degelijk problemen heeft gehad met de voornoemde ambassadeur, dat hij wel melding heeft gemaakt van zijn activiteiten voor en problemen door zijn engagement voor XIV-38.037-1/2 Biafra, dat hij heeft gemeld Biafraan te zijn en dat uit de brief van Human Rights Writers blijkt dat hij terecht vreest voor zijn leven. Verzoekers kritiek is niet gericht tegen het bestreden arrest doch tegen de aanvankelijk bestreden beslissing. Hij stelt in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling van de zaak voor. Daargelaten de vraag of alle door verzoeker ingeroepen bepalingen en beginselen van toepassing zijn op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest, is de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet bevoegd om de motieven van de aanvankelijk bestreden beslissing te beoordelen noch om in de beoordeling van de zaak zelf te treden. De drie middelen zijn kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op zeven juni tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.037-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.352 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.